>Weber revisited

>De afgelopen weken heb ik me verdiept in ‘Professioneel bestuur’ van Mirko Noordegraaf; het boek naar zijn oratie die hij eerder dit jaar uitsprak als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. De ondertitel is een hele mondvol: “De tegenstelling tussen publieke managers en professionals als ‘strijd om professionaliteit”. Ik vind het een interessante bijdrage aan het publieke debat over managers en professionals, en ieder geval de bijdrage met de meeste verwijzingen naar relevante (wetenschappelijke) literatuur.
Maar ondanks
, of misschien wel juist dankzij, alle zorgvuldig geformuleerde voors en tegens blijft er toch een onvoldaan gevoel bij me hangen. De strijd bestaat niet, zegt Noordegraaf aan de ene kant. De strijd bestaat wel, maar is onvermijdelijk, zegt hij aan de andere kant. En: managers doen hun best, maar ook: managers moeten zich meer richten op de kern van hun werk.
Ik kon niet nalaten aan Ontregelen van Jos van der Lans te denken, een boek dat hetzelfde thema behandelt. Er wordt minder in geciteerd, maar het overtuigt me iets meer. Van der Lans’ betoog is dat we terug moeten naar de essentie van het professionele handelen: de relatie tussen professional en klant, of die laatste nou cliënt, bewoner, leerling, of burger heet. En die relatie laat zich best goed managen, maar vaak niet in strakke papieren kaders. Dus meer ruimte voor verschillen en de verantwoordelijkheid van de professional om die te laten bestaan.

Wie ik in beide boeken miste, is Max Weber. Weber beschreef zo’n honderd jaar geleden hoe een rationele bureaucratie er belang bij heeft zichzelf in stand te houden en de kans loopt zichzelf tot doel op zich te verheffen. En dat komt door het gedrag van de professionals zelf, die de bureaucratische kenmerken van hun organisatie zo verafschuwen.
Iedere individuele professional wil zoveel mogelijk in vrijheid met de inhoud van zijn vak bezig zijn. En legt daarom bureaucratische rompslomp met liefde op het bureau van een stafmedewerker neer. Zo’n stafmedewerker heeft dan al snel een assistent nodig. Dat worden er twee, en dan is de stafmedewerker manager van een stafafdeling. Dan zit hij (meestal is het een hij) in het MT, waarmee hij nog meer invloed krijgt. Waardoor de professionals er enige tijd later achter te komen dat de stafmedewerker-nu-manager hun plotseling vanuit het MT bestookt met formats en urenstaten. Maar zo’n verrassing hoeft dat dus niet te zijn.
Het is een universeel proces dat voortdurend bijgestuurd
moet worden. Professionals moeten telkens gedwongen worden zo min mogelijk van het oninteressante (papier)werk uit te besteden. Stafafdelingen en managementlagen moeten bij iedere gelegenheid verkleind worden, omdat ze uit zichzelf toch wel weer groeien. Daar is niets nieuws aan, en over honderd jaar zullen we het probleem waarschijnlijk nog steeds hebben. Gelukkig is er nog troost.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.