De filosofie van de heuvel

filosofie van de heuvelHet boek is al een jaar oud, maar toch las ik het pas deze zomer: De filosofie van de heuvel, van Ilja Leonard Pfeiffer en Gelya Bogatishcheva. Het verhaal van een te dikke dichter en z’n vriendin die, min of meer in een opwelling, op de fiets naar Rome afreizen leek mij op voorhand niet al te boeiend.

Waren het misschien hun fietsen? Hij op een wrakke Batavus van rond de eerste oliecrisis en zij op een gele mountainbike die ze waarschijnlijk destijds cadeau kreeg bij twee kratten bier. Of hun openlijk dédain voor voorbereiding en planning? Met wat autokaarten en een creditcard in de achterzak meenden ze wel zo ongeveer klaar te zijn. Of dan toch de volstrekt afkeurenswaardige gewoonte om voortdurend te pauzeren voor het consumeren van wijn, bier en tabak?

Achteraf heb ik spijt dat ik me niet eerder over mijn argwaan heen heb gezet. De blasé verhalen over hoe weinig invloed de grote hoeveelheden gedronken wijn hadden op de fietsprestaties blijken opmerkelijk genoeg vrijwel afwezig. In plaats daarvan verweeft Pfeiffer onopgesmukte sfeerbeschrijvingen van de route met op de aikido geïnspireerde beschouwingen.

Wat me het meest bijblijft, is zijn opmerking dat hij door de Rome-reis had beseft dat het in het leven niet gaat om een lange, moeilijke reis om het doel (harmonie, innerlijke vrede) te bereiken, maar dat het de kunst is om juist in harmonie met de weg te leven, terwijl we die nog afleggen.

We proberen altijd te ontsnappen aan onze omgeving: we willen vrij zijn, niet gehinderd worden. Maar er zullen altijd omstandigheden zijn waar we van afhankelijk zijn. En, zo schrijft Pfeiffer: ‘Juist in het aanvaarden van die afhankelijkheid ligt onze vrijheid’. In een tijd waarin twee partijen die het woord ‘vrijheid’ in hun naam dragen, worstelen met de vraag hoe die het best gerealiseerd kan worden in onze samenleving, vind ik dat een hoopgevend inzicht.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.