>Over doelen, middelen, kinderopvang en T-Mobile

>NRC Handelsblad brengt dit weekend een uitgebreid stuk over het doorschieten van marktwerking in de kinderopvang. In 2005 is deze branche geprivatiseerd, maar tegen de verwachting in is de crèche duurder en slechter geworden.
Hier wreekt zich de doel-middel verwisseling die optreedt als een bedrijf van de non-profit naar de profit-sector opschuift. Bij de non-profit instelling is maximale intrinsieke kwaliteit het doel; binnen financiële kaders. Opvang is het doel, geld het middel. Bij de profitinstelling is maximaal rendement voor de investeerder het doel, binnen minimale kwaliteitskaders. Ofwel: geld is het doel, opvang het middel.

In de ogen van de investeerders is de kinderopvang daarom beter geworden: efficiënter georganiseerd en meer opbrengst bij minder investeringen. Alleen in de ogen van de ouders is de kinderopvang slechter geworden. Helaas heeft de overheid  verzuimd de criteria waarmee de opvang door de ouders beoordeld wordt, duidelijk te maken aan de investeerders. De overheid definieert maar één criterium voor kwaliteit: een minimum aantal kinderen per leidster. Maar dat is slechts een heel ruwe indicator, die nog niets zegt over de intrinsieke kwaliteit van de kinderopvang. Die wordt volgens ouders vooral bepaald door nabijheid, pedagogiek, en stabiliteit.
Een profit-instelling heeft er echter geen enkel belang bij, om naar een zo hoog mogelijke intrinsieke kwaliteit te streven. Haar doel is een zo hoog mogelijk rendement te bieden aan haar investeerders. Als ze dat niet als doel heeft, is het óf een filantropische instelling (en dus toch non-profit), óf ze zal snel verdwijnen, omdat investeerders hun geld dan elders onderbrengen. Een profit-instelling zal vervolgens zoeken wat het minimum aan klanttevredenheid is, dat ze kan bieden. Dat leidt onherroepelijk tot klachten–dat wordt ingecalculeerd. De vraag is niet: lopen er klanten weg, maar: blijft dat binnen de perken? Een nieuw mobieltje is zo gekocht, reden waarom T-Mobile wel moet reageren als blijkt dat ze die normen overschrijden.

In de kinderopvang lopen ouders echter niet zo snel weg, omdat een van de belangrijkste indicatoren voor intrinsieke kwaliteit (een stabiele omgeving) door de ouders zelf wordt geboden. Hoe meer ouders gaan slepen met hun kinderen, hoe lager die stabiliteit wordt. En bovendien is het aantal crèches in de buurt waar je uit kunt kiezen, eindig. De perverse prikkel die hier is ingebouwd, is dat de kinderopvangbedrijven slapend rijk kunnen worden, omdat ouders zelf zorgen voor de belangrijkste pijlers onder de kwaliteit van de opvang.
Wil je dit oplossen, dan moeten de daadwerkelijke kwaliteitscriteria die ouders hanteren, in het toezichtskader worden opgenomen. Gezien het bovenstaande is dat nauwelijks mogelijk. Stabiliteit is lastig te garanderen. En een bedrijf verplichten een vestiging te verplaatsen, omdat ouders niet willen verhuizen als ze een ander kinderdagverblijf willen kiezen, is niet realistisch. Geen investeerder die onder die voorwaarden nog een kinderopvangbedrijf begint.
Daaruit volgt dat het logischer is om kinderopvang, net als zorg en onderwijs, door nonprofit-instellingen te laten verzorgen. Kwaliteit is dan evenmin gegarandeerd, maar in ieder geval wordt dan weer gepraat over hoe je kinderen het best kunt opvangen, en niet hoe je de eigenaren van het bedrijf aan zoveel mogelijk geld helpt. Voor degenen die meer marktwerking in het onderwijs voorstaan, is deze ervaring in de kinderopvangsector hopelijk een wijze les.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.