>Kwaliteitszorg en professionaliteit van leraren – een perverse cyclus?

>Vandaag was ik op hogeschool Windesheim, bij de lectorale rede van Femke Geijsel. Haar lectoraat heet Pedagogische kwaliteit van het onderwijs. Ze voert samen met een brede kenniskring onderzoeksprojecten uit naar onder andere de wijze waarop scholen vormgeven aan burgerschapsvorming, en wat dat zegt over de intrinsieke kwaliteit van het onderwijs. In haar onderzoek betrekt ze docenten, zodanig dat zij zelf onderzoek doen naar hun eigen onderwijspraktijk. Een verrassende conclusie van een van de docenten uit haar onderzoeksprojecten was dat ‘leerlingen net echte mensen zijn, als je ze met respect behandelt.’
Dat lijkt een geweldige open deur, maar toch is het niet de manier waarop in ons onderwijssysteem tegen leerlingen (of studenten) wordt aangekeken. Daarin zijn leerlingen in de eerste plaats financieringseenheden, die tegen zo laag mogelijke kosten een zo hoog mogelijk diploma moeten zien te bereiken. Zelfs de PVV, die toch flinke kritiek heeft op het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia, blijft met haar voorstellen binnen hetzelfde referentiekader.
Dit wordt door Geert Kelchtermans, die vanmiddag een reflectie gaf op de rede van Geijsel, het ‘formeel-technocratische’ discours genoemd. Dat gaat volgens hem over alles wat makkelijk meetbaar is, terwijl de echte kwaliteit van het lesgeven juist over veel minder makkelijk meetbare resultaten gaat: bevlogenheid, inspiratie, en vertrouwen bijvoorbeeld.
Volgens Kelchtermans moeten we nooit uit het oog verliezen dat onderwijs in de eerste plaats een relationeel proces is. Zonder leerlingen is de leraar geen leraar. Net zoals zonder leraren de schoolleider geen schoolleider is, overigens. Dat betekent dat het bespreken van de kwaliteit van het onderwijs voor leraren altijd een persoonlijke dimensie heeft. Kelchtermans noemt dat de ‘kwetsbaarheid’ van het beroep van leraar.
Omdat onderwijs zo kwetsbaar is, moeten we het gesprek over de kwaliteit ervan dus zorgvuldig voeren. Als we dat niet doen, en ons beperken tot het van bovenaf opleggen van smalle kwaliteitskaders, lopen we het gevaar voorbij te gaan aan de essentie van de professionaliteit van leraren.

Het inzicht dat mij vanmiddag daagde is dat, vanwege de huidige smalle opvatting van kwaliteit, de grote nadruk op kwaliteitszorg, hoe goed bedoeld ook, het beroep van leraar eerder minder, dan meer aantrekkelijk maakt. De breed denkende, creatieve, zelfstandig handelende professional wordt afgeschrikt door de strakke criteria die aan zijn beroep worden gesteld. En raakt teleurgesteld door het gebrek aan ruimte en aandacht om te bespreken waar het werkelijk om gaat; het wederzijds inspirerende contact tussen leraar en leerling. Daarmee wordt de brede professionele opvatting van het beroep van leraar uitgehold, met alle desastreuze gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs op lange termijn.
Kelchtermans riep op tot een ‘nieuwe taal’ te komen, om ‘belachelijke woorden’ als vertrouwen, bevlogenheid en inspiratie, weer in het discours van onderwijskwaliteit te betrekken. In de volgende bijdrage geef ik hier een voorbeeld van. Al met al een zeer inspirerende middag.

         

Een gedachte over “>Kwaliteitszorg en professionaliteit van leraren – een perverse cyclus?

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.