>De professionele cyclus

>Voor een nog te verschijnen bijdrage aan het vakblad Opleiding en Ontwikkeling heb ik nog eens nader uitgewerkt wat ik onder ‘professionaliteit’ versta, als het om het beroep van leraar gaat. Daarvoor heb ik een cyclisch schema getekend, dat ik al vaker in workshops heb gebruikt, maar nog nergens heb gepubliceerd. Ik ben wel benieuwd naar reacties hierop, dus plaats het als voorproefje van het volledige artikel alvast op mijn weblog.

Het schema geeft weer hoe autonomie en verantwoordelijkheid met elkaar verbonden zijn. Doorgaans wordt de autonomie van de leraar min of meer als gegeven beschouwt. Het wordt erg lastig gevonden door collega’s en leidinggevenden om een leraar aan te spreken op (vermeend) ongewenst of niet-effectief gedrag. Op die kwestie wil ik met dit schema meer licht schijnen.
Het schema is overigens vormgegeven als een causale lus, een manier van weergeven die is ontleend aan het systeemdenken. Een ander voorbeeld hiervan is dit eerdere bericht.

De professionele cyclus

Het schema bevat relaties in twee kleuren. De ene (blauwe pijl) is een simpele relatie tussen ‘opleiding en ervaring’ en ‘autonomie’. Dit symboliseert hoe we doorgaans redeneren: we zijn toch allemaal goed opgeleid, we hebben de eerste paar jaar als leraar doorstaan, dan moet je toch van een minimumkwaliteit van je collega uit kunnen gaan? Wie ben ik dan om die collega te zeggen dat hij/zij het niet goed doet? En als ik dat doe, dan loop ik het risico dat er ook wat van mijn werk gezegd wordt…
Die overweging is verleidelijk, maar draait naar mijn idee de zaken om. De positie van autonome professional ontleen je niet aan je voltooide opleiding, maar juist aan je vermogen om jezelf te blijven ontwikkelen, met het oog op het leerlingbelang wat je te dienen hebt (je ‘roeping’, waar het woord ‘professie’ aan ontleend is).

De relatie tussen autonomie en professionaliteit ligt volgens mij wat ingewikkelder, wat ik heb geprobeerd weer te geven door de rode pijlen-cyclus. Vanuit de opleiding en ervaring weten professionals dat ze het belang van de cliënt–in het onderwijs is dat de leerling–altijd vooropstaat. Dat klinkt echter makkelijker dan het is: wat dat belang precies is, hangt af van de context, die iedere keer weer anders is. Dat vereist een zorgvuldige afweging van mogelijkheden, waarin de professional telkens weer een bepaalde keuze maakt—het voortdurend maken van dergelijke keuzes is naar mijn mening het hart van het werk van de leraar als professional. Je kunt misschien ook leraar zijn zonder zelf keuzes te maken, bijvoorbeeld door je strikt aan externe methodes en voorschriften te houden, maar dan ben je dan nog een professional?
Die gemaakte keuzes impliceren een verantwoordelijkheid, waar de professional te allen tijde op aanspreekbaar is. Die aanspreekbaarheid vormt de werkelijke basis onder de autonomie in het dagelijks handelen van de professional. Omdat je die autonomie hebt, en daarover verantwoording af moet kunnen leggen, heb je die stevige opleiding en ervaring nodig—en niet andersom.
Zo bezien is het juist inherent aan het professionele karakter van het beroep van leraar om elkaar aan te spreken–of liever: je te laten aanspreken. Dat is de enige manier om je te blijven ontwikkelen en groeien in je beroep, en zo telkens weer betere keuzes te kunnen maken in de dagelijkse praktijk. 
         

2 gedachten over “>De professionele cyclus

  1. >Mee eens.
    En er komt wellicht meer kijken bij het thema professionaliteit.

    Onlangs verscheen een onderzoeksverslag gericht op de professionaliteit van de MBO docenten (http://tinyurl.com/43mgfsz).

    Quote: " In de discussie over de positie van de docent in het MBO wordt de afgelopen tijd in sterke mate de nadruk gelegd op het versterken van de zelfstandige handelingsvrijheid van de docent als professional. Immers, een professional beschikt over zodanige kennis en ervaring dat deze een aparte positie inneemt in de uitoefening van een professie. Dit is in vele beroepen een geaccepteerd uitgangspunt. In een groot aantal beroepsgroepen wordt het begrip professionaliteit in het dagelijkse werk als belangrijk onderscheidend criterium gebruikt om te bepalen of een bepaalde groep personeelsleden wel of niet bevoegd is tot het zelfstandig verrichten van bepaalde handelingen. Het zelfstandig handelen vindt plaats binnen een scherp gedefinieerde set handelingen en altijd in de context en binnen de (bestuurlijke) randvoorwaarden van de organisatie. Spanningen met het management zijn in de context zeldzaam; het is duidelijk wie waarover gaat en wat het betekent om als professional een bepaalde mate van zelfstandige handelingsvrijheid in de uitoefening van het beroep te hebben."

    Een aanvulling op/ verdieping van uw thema?

  2. >Dag Han,

    Dank voor je reactie, zeker een goede aanvulling. Wat ik met mijn schema probeer te laten zien, is dat dit zelfstandig handelen nooit los kan worden gezien van het afleggen van verantwoording mbt de randvoorwaarden, oa van de organisatie, zoals in dat citaat benoemd. Idealiter geeft de 'beroepscode' hiervoor overigens al voldoende kader, maar die is voor leraren helaas niet expliciet omschreven.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.