>Wetenschappelijke steun voor activerende didactiek?

>Het debat over al dan niet ‘vernieuwend’ onderwijs heeft deze maand weer een impuls gekregen met een publicatie in Science (alleen toegang met abonnement). Hierin wordt een experiment beschreven met een groep eerstejaars, die verdeeld werden over twee verschillende lesvormen. De ene groep kreeg les van een ervaren docent, met hoge evaluatiescores voor zijn lessen. De andere groep kreeg les van onervaren docenten, die echter getraind waren in enkele activerende lestechnieken, waarmee ze de studenten veel zelf problemen op lieten lossen met de stof. Wat blijkt? De studenten in de tweede groep komen meer naar college, zijn meer tevreden en halen hogere resultaten.
Hoewel ongetwijfeld van alles op de generaliseerbaarheid van dit resultaat af te dingen valt, vind ik het opmerkelijk dat de charismatische docent het af moet leggen tegen een goed geconstrueerde, afwisselende lessenserie die studenten activeert en zelf laat werken. De status van de ‘bevlogen verhalenverteller’ die moeiteloos hele klassen weet te boeien, brokkelt hiermee wat af. Studenten zijn misschien wel geboeid, maar hebben ze ook wat geleerd? The Economist grapte al dat de ‘onderwijshippies’ achteraf misschien toch gelijk hebben.
Ik denk dat we moeten oppassen nu niet in een welles-nietes discussie terecht te komen. Het idee dat er ‘een beste manier is’ van lesgeven, daar geloof ik niet in. De kunst is voor iedere leraar om zijn of haar eigen experimenten aan te gaan, en na te gaan wat werkt voor deze leerlingen, voor dit vak, in deze les. Dat is iedere keer anders. Hoe je hier op een simpele manier mee aan de slag kunt, beschreef ik eerder in mijn bericht over Dylan Thomas.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.