Naar de natuur

naar de natuurKoos van Zomeren lees ik sinds zijn beroemde NRC-column, begin jaren ’90. ‘Nooit begrepen waarom meerkoeten meer koet zijn dan andere koeten’, schreef hij, en dat vond ik een mooie zin. Maar nu pas, in zijn nieuwe boek ‘Naar de natuur’, valt me iets op: hij spreekt alleen mánnen. Kent hij soms geen vrouwelijke biologen? Ja toch, één: een Vlaamse die ergens halverwege het boek opduikt. Maar die ene weegt niet op tegen al die anderen, die vooral ook zulke echt mannelijke biologen zijn. Over gevoelens praten ze niet. Daar heeft Van Zomeren een hekel aan, schrijft hij.

Ratio, en hoe die ons helpt onze positie tegenover ‘natuur’ te begrijpen. Daar gaat het dus over, dit boek. Met die mannelijke biologen staat Van Zomeren het liefst in een SBB-keet rond een pan nasi te filosoferen of het verdwijnen van de grutto nou als een gemis voor de Nederlandse natuur beschouwd moet worden of niet.

Het antwoord, dat kan ik alvast verklappen, komt niet. Van Zomeren weet het zelf ook niet goed. Want wat is natuur eigenlijk? Over 400 pagina’s wordt die vraag verschillende malen gesteld. Het antwoord dat nog het dichtstbij komt: ‘alles zonder mensen’. Maar kunnen we daar wat mee? Want nog steeds kijken we dan antropocentrisch naar de verschijnselen om ons heen, met alle risico’s van dien.

Een sleutelpassage is misschien die op p. 145, waar hij zijn reflex aangaande natuur beschrijft: ‘Wantrouwen, nee: scepsis, nee: een gevoel van verlies.’ Ho, wacht: gevoel? Daar wilde hij het niet over hebben, toch?

Nu goed. Het is een echte Van Zomeren, dat is genoeg. De interessantste ontdekking in dit boek: zijn kennelijk jarenlange briefwisseling met Rudy Kousbroek. Ik wacht met smart op initiatief van de uitgever, of Van Zomeren zelf, om die uit te brengen. Horen we het ook eens van een ander, hoe we die Van Zomeren zélf eigenlijk begrijpen moeten.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.