Alles ruikt naar chocola

alles ruikt naar chocolaQua popmuziek ben ik stil blijven staan in het midden van de jaren negentig. Het lukte me vanaf toen niet meer om namen van nieuwe bands, laat staan die van hun songs, te onthouden. Dat trof me als een gebrek aan ontwikkeling toen ik de playlists probeerde te begrijpen die die Sidney Vollmer in zijn debuut ‘Alles ruikt naar chocola’ afdrukte als muzikale illustratie bij sommige hoofdstukken. (Een playlist, beste lezers, is een lijst bewust gekozen liedjes, om af te spelen op je iPod. Een beetje zoals je vroeger een cassettebandje maakte waar je ‘Leuke liedjes’ op schreef.)

Vollmer heeft een roman geschreven vanuit het perspectief van een 19-jarige muzikant-op-doorbreken die probeert de lijn van zijn leven te hervinden na het verlies van zijn vader. Dat is niet eenvoudig, omdat zijn moeder naar zijn mening te snel een nieuwe vriend vind, zijn oudere broer–steun en toeverlaat–niet zo betrouwbaar blijkt als hij dacht en zijn vriendin zich meer om zichzelf bekommert dan om zijn verdriet.

De licht-ironische stijl waarin Vollmer schrijft, lijkt het handelsmerk van de jongere generatie, die ik–ik ben eerlijk–tot nu toe vooral een teken van een gebrek aan volwassenheid vond. Het is niet alleen die neiging om belangrijke gebeurtenissen te willen voorzien van verwijzingen naar muziek- en filmfragmenten. Waar ik tegenaan hik is vooral die vorm van (in mijn ogen) theatraliteit, die ik herken in Vollmers hoofdpersoon Tom: de neiging om zichzelf letterlijk en figuurlijk op een podium te plaatsen, en tegelijk te ironiseren in een paradoxale hang naar erkenning als genie en gewoon-aardig-gevonden-willen-worden.

Maar, bedacht ik me, is dit geen misplaatste jaloezie? Mijn generatie zou de wereld gaan verbeteren. Enige zwaarmoedigheid was ons niet vreemd, terwijl we, gehuld in vormeloze kleding, pogingen deden plastic bekertjes uit de schoolkantine te weren. Die bekertjes vallen nog steeds gratis uit automaten en inmiddels drijft er een plasticeiland ter grootte van Europa in de Grote Oceaan. Het heeft allemaal niets opgeleverd en met ironie heb ik nog steeds moeite.

Zwaarmoedigheid kennen Vollmer en zijn generatie ook. Het is goed beschouwd de voornaamste bron van Vollmers boek, maar hij geeft er een veel mooiere vorm aan dan mijn generatie zou kunnen. Zijn boek is, ondersteund door een iPad-app, een website en regelmatige Facebook- en Twitter-berichten, een ware multimediale performance. Michel Foucault droeg ons op ons leven vorm te geven als kunstwerk. Sydney Vollmer zou wel eens de voorman kunnen zijn van de generatie die die boodschap werkelijk begrepen heeft. Ik ga zijn playlists alsnog terugzoeken op Spotify.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.