De professionele cyclus

Dit bericht verscheen oorspronkelijk in mei 2011 op mijn oude weblog

Voor een bijdrage aan het vakblad Opleiding en Ontwikkeling (verschenen in augustus 2011) heb ik nader uitgewerkt wat ik onder ‘professionaliteit’ versta, als het om het beroep van leraar gaat. Daarvoor heb ik een cyclisch schema getekend, dat ik al vaker in workshops heb gebruikt, maar nog nergens heb gepubliceerd. Ik ben wel benieuwd naar reacties hierop, dus plaats het als voorproefje van het volledige artikel op mijn weblog.

Het schema geeft weer hoe autonomie en verantwoordelijkheid met elkaar verbonden zijn. Doorgaans wordt de autonomie van de leraar min of meer als gegeven beschouwt. Het wordt erg lastig gevonden door collega’s en leidinggevenden om een leraar aan te spreken op (vermeend) ongewenst of niet-effectief gedrag. Op die kwestie wil ik met dit schema meer licht schijnen.

Het schema is overigens vormgegeven als een causale lus, een manier van weergeven die is ontleend aan het systeemdenken. Een ander voorbeeld hiervan is dit eerdere bericht.

Het schema bevat relaties in twee kleuren. De ene (blauwe pijl) is een simpele relatie tussen ‘opleiding en ervaring’ en ‘autonomie’. Dit symboliseert hoe we doorgaans redeneren: we zijn toch allemaal goed opgeleid, we hebben de eerste paar jaar als leraar doorstaan, dan moet je toch van een minimumkwaliteit van je collega uit kunnen gaan? Wie ben ik dan om die collega te zeggen dat hij/zij het niet goed doet? En als ik dat doe, dan loop ik het risico dat er ook wat van mijn werk gezegd wordt…

Die overweging is verleidelijk, maar draait naar mijn idee de zaken om. De positie van autonome professional ontleen je niet aan je voltooide opleiding, maar juist aan je vermogen om jezelf te blijven ontwikkelen, met het oog op het leerlingbelang wat je te dienen hebt (je ‘roeping’, waar het woord ‘professie’ aan ontleend is).

De relatie tussen autonomie en professionaliteit ligt volgens mij wat ingewikkelder, wat ik heb geprobeerd weer te geven door de rode pijlen-cyclus. Vanuit de opleiding en ervaring weten professionals dat ze het belang van de cliënt–in het onderwijs is dat de leerling–altijd vooropstaat. Dat klinkt echter makkelijker dan het is: wat dat belang precies is, hangt af van de context, die iedere keer weer anders is. Dat vereist een zorgvuldige afweging van mogelijkheden, waarin de professional telkens weer een bepaalde keuze maakt—het voortdurend maken van dergelijke keuzes is naar mijn mening het hart van het werk van de leraar als professional. Je kunt misschien ook leraar zijn zonder zelf keuzes te maken, bijvoorbeeld door je strikt aan externe methodes en voorschriften te houden, maar dan ben je dan nog een professional?

Die gemaakte keuzes impliceren een verantwoordelijkheid, waar de professional te allen tijde op aanspreekbaar is. Die aanspreekbaarheid vormt de werkelijke basis onder de autonomie in het dagelijks handelen van de professional. Omdat je die autonomie hebt, en daarover verantwoording af moet kunnen leggen, heb je die stevige opleiding en ervaring nodig—en niet andersom.

Zo bezien is het juist inherent aan het professionele karakter van het beroep van leraar om elkaar aan te spreken–of liever: je te laten aanspreken. Dat is de enige manier om je te blijven ontwikkelen en groeien in je beroep, en zo telkens weer betere keuzes te kunnen maken in de dagelijkse praktijk.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.