Stapel en de beroepseer in de wetenschap

Er is al veel gezegd en geschreven over Diederik Stapel. Alle deskundigen hebben hun mening gegeven, iedereen die z’n kans schoon zag om academici in het algemeen en professoren in het bijzonder te beschimpen, heeft dat gedaan, en de direct betrokkenen hebben zo consequent gezwegen dat het thema al uit de actualiteit verdwenen is. Toch houden twee zaken mij nog bezig naar aanleiding van Stapels onderzoeksfraude. In de eerste plaats dat de beroepseer van de wetenschap blijkbaar stilletjes bij het vuilnis is gezet, en dat niemand dat lijkt te deren. En in de tweede plaats dat de ‘ondersteuners’ ook op de universiteiten het pleit definitief gewonnen lijken hebben.

Op de doctorsbul die ik in 2004 verkreeg, staat in Latijn dat ik met goed gevolg mijn proefschrift heb verdedigd en dat ik namens de verzamelde hoogleraren van de Radboud Universiteit vanaf dat moment de titel doctor mag voeren. Letterlijk staat erbij: ‘…et ei concessimus quidquid iuris et honoris legitime creato doctori vel lege vel more tribui solet.’ Mijn Latijn is wat weggezakt sinds de middelbare school, maar daar wordt volgens mij niet alleen over de rechten van de doctor gesproken, maar ook over de eer die ‘ofwel door wet, ofwel door gewoonte aan de doctor toegekend wordt’. (Voor betere vertalingen houd ik me overigens aanbevolen.)

Die eer betekent voor mij: ik heb het recht me af en toe een eigenwijze mening te veroorloven, als ik tenminste a) ervan overtuigd ben dat dit in het belang van de samenleving is (namens wie ik onderzoek mag doen) en b) me ervan vergewist heb, door het toepassen van zorgvuldige wetenschappelijke normen, dat die mening ergens op gebaseerd is. Ik ben mijn doctorstitel niet waard, als de  mening die ik verkondig vooral in mijn eigen belang is, of in dat van mijn vriendjes; ofwel als ik een zogenaamd deskundige mening verkondig die niets met wetenschap te maken heeft. Vind ik. Daar ben ik ook op aanspreekbaar, want dat is wetenschap: stellingen poneren, en die vervolgens onderbouwen ofwel onderuit halen.

In de zaak-Stapel lijken mij er een boel wetenschappers te zijn, van promovendi tot hoogleraren, die gesjoemeld hebben met de normen die onze beroepseer schragen. Ofwel omdat het uit laten gaan van publicaties in samenwerking met Stapel niet zozeer in het belang van de gemeenschap was, maar vooral in het belang van de eigen carrière. Ofwel omdat, nog erger, ze zich er niet van vergewist hebben dat die publicaties gebaseerd waren op zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek. Het lijk mij dat dit tamelijk ernstig is. Niettemin zitten diverse co-auteurs van Stapel nog op hun plek, en wordt er sussend gesteld dat degenen die op basis van frauduleus onderzoeksmateriaal gepromoveerd zijn bij Stapel hun doctorstitel kunnen houden, omdat dit niet hun verantwoordelijkheid zou zijn. Maar wiens naam staat er voorop hun dissertaties? En op hun doctorsbul? Wat betekent ‘beroepseer’ voor hen? Wanneer mag je van iemand verwachten dat hij zelf verantwoordelijkheid neemt?

Als we als wetenschappers deze vragen niet weten te beantwoorden, moeten we niet vreemd opkijken als de samenleving over een paar jaar over wetenschappers, de kwade maar ook de goede, net zo denkt als over de gemiddelde bankier of politicus.

Deze kwestie hangt samen met mijn tweede punt: dat de ‘ondersteuners’ gewonnen hebben.Wetenschappers beroepen zich graag op hun autonomie: de vrijheid van denken en handelen die ze nodig hebben, om grenzen van bestaande kennis te slechten. Dat is hun goed recht. Alleen op autonomie heb je geen recht, die moet je verdienen. De werkwijze waarmee je die autonomie verwerft, zou je ‘de professionele cyclus’ kunnen noemen.

Wetenschappers mogen graag klagen over de mate waarin ze door de zogenaamde ondersteuners op de universiteiten dwars gezeten worden. Maar het oorverdovende zwijgen van de wetenschappelijke gemeenschap over de rotte appels die de beroepseer van de wél zorgvuldige meerderheid te grabbel gooien, laten deze wetenschappers zien dat ze, als het erop aankomt, zich gemakkelijk in de luren laten leggen door die vermaledijde bureaucraten. In reactie op de affaire-Stapel waren de communicatiedeskundigen, bestuurders en juristen op alle betrokken universiteiten er als de kippen bij om aan ‘damage control’ te doen. Dat directe collega’s van Stapel in Tilburg het zwijgen ertoe deden, is nog tot daaraan toe. Maar dat ook in Nijmegen, Groningen en andere plaatsen hoogleraren gedwongen werden te zwijgen, en daaraan gehoor gaven, vind ik verbazingwekkend.

Het komt hen misschien wel goed uit om geen verantwoording te mogen afleggen. Dan hoeven ze namelijk ook geen lastige vragen te beantwoorden over hun eigen betrokkenheid. Dat het allemaal in het belang van de universiteit is (imagoschade!), is onzin. Die imagoschade is allang toegebracht en wordt alleen maar groter, naarmate er meer omheen gedraaid wordt. Zo lang er geen volstrekte openheid gegeven wordt, en wetenschappers niet laten zien wat er wél, en wat er níet klopt aan hun werk, zal het publiek ál het wetenschappelijk onderzoek met een korrel zout nemen. Hoe langer wordt gedaan of Stapels fraude op zichzelf staat, hoe dieper het vertrouwen van de samenleving in de wetenschap zal dalen.

Deze strategie is misschien wel in het belang van de universitaire gemeenschap zelf, maar niet in het belang van de samenleving voor wie ze werkt. En van wie de wetenschappers de eer en het respect kunnen verdienen door te handelen naar de rechten die ze van die samenleving verkregen hebben. Blijkbaar telt ook voor ‘gewone wetenschappers’ die eer minder, dan welbegrepen eigenbelang en overlevingsdrang. Stapel weg betekent ook gewoon één concurrent minder. Het gaat er voor de gemiddelde wetenschapper niet om of de samenleving met hun publicaties geholpen worden, maar vooral hun eigen carrière. Gelukkig zijn er nog wetenschappers die anders kunnen denken.

         

2 gedachten over “Stapel en de beroepseer in de wetenschap

  1. Geachte heer,
    Het komt me voor dat in veel van de reacties op de affaire-Stapel, waaronder ook de Uwe, geen rekening is gehouden met de omgeving waarin de heer Stapel werkte en de onduidelijkheid in een deel van de opvattingen die daar heersten omtrent wat als wetenschapsbeoefening mag worden aangemerkt. Voor een toelichting hierop moge ik U verwijzen naar http://www.sociusnet.eu/Teacher/Papers/Gutter_Stapel_Teacher.pdf

    Met vr. gr.
    C.Gutter

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.