Geen sterveling weet

 

geen sterveling weetZou het nou typisch gereformeerd zijn om je af te vragen of een mens in staat is om te ontstijgen aan zijn opvoeding? Die vraagt houdt me bezig na het lezen van Gerard Koolschijns ‘Geen sterveling weet’. Voorop heeft de uitgever ‘Roman’ laten zetten. Waarom eigenlijk? Het boek leest namelijk als een autobiografie, niet minder dan een grondig zelfonderzoek naar de effecten van zijn de opvoeding die hij onderging onder een sektarisch-gereformeerde, extreem op angst en verdoemenis gebaseerde religie.

“Godsdienst is eenzaamheid en angst, onvermogen om van dag tot dag te leven.” Het is een interessante definitie die Koolschijn tegen het eind van het boek opwerpt, als hij terugblikt op het van extremistisch protestantisme doordrenkte vechthuwelijk van zijn ouders. Het interessante aan de zin vind ik dat het boek de lezer tot dan toe, honderden pagina’s lang, minutieus op de hoogte gebracht heeft van Koolschijns eigen onvermogen om van dag tot dag te leven. Of het nu als student, vader, leraar, sportman of rector is: in iedere rol vindt hij zichzelf tekort schieten. Hij vindt pas zijn rust als vertaler Grieks op een zolderverdieping.

Misschien is het boek wel een lange, zorgvuldige en indirecte onderbouwing van de stelling dat het heilloos is om ernaar te streven iemand anders te zijn dan wie je bent. Koolschijn zelf lijkt in ieder geval de religieuze levenshouding uit zijn jeugd, hoe kritisch hij er ook over schrijft, nooit afgelegd te hebben. Het enige verschil is, dat hij zijn leven lang de genade niet heeft gezocht in de beklemmende donderpreken in benauwde kerkzaaltjes uit zijn jeugd, maar in het andere uiterste: een soort goddelijke versterving.

Of het nu op een eiland in Griekenland is, op een racefiets, of op het natuurijs van Zuid-Hollandse plassen, hij streeft voortdurend naar een versmelting van eigen lichaam en ziel met de omringende natuur. Het voortdurend redenerende verstand uitgeschakeld, het onderscheid tussen de dagen weggevallen, en ver voorbij de vraag of je zo’n situatie ‘eenzaam’ zou moeten noemen.

Dat streven is in ieder geval niet exclusief gereformeerd, en daarmee heeft Koolschijn een universeel verhaal over het rusteloze menselijke zoeken geschreven.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.