F-jes en excellentie

Afgelopen zaterdag speelde Orion F10, het jongenselftal waar ik coach van ben geweest dit seizoen, zijn laatste wedstrijd van de competitie. De wedstrijd van zaterdag was tegen de ‘Angstgegner’ van voor de winter. Toen verloren we nog met 12-0. Het team bevond zich nu verrassend genoeg in de onderste regionen van de stand. Toch gingen onze jongens er wat wantrouwig heen. Hoe konden die anderen nu plotseling zo slecht spelen? Je moest het niet helemaal vertrouwen.

Voor de wedstrijd praatte ik even met de coach van de tegenstander. Toen werd me duidelijk wat er aan de hand was. Voor de winter had het elftal een supertalentje in de gelederen. Zodra hij de bal kreeg, rende hij ermee naar de goal van de tegenstander en scoorde. En dat zo’n tien keer per wedstrijd. Hij was overduidelijk veel beter dan de rest en ging daarom in de winter naar een ander team. “En nu kunnen de anderen plotseling niet meer voetballen,” besloot de coach met wat spijt in z’n stem.

Het is als coach prachtig om mee te maken hoe er gedurende een seizoen langzamerhand een team ontstaat. De eerste wedstrijden liet ik de jongens op alle plekken spelen, om ze te laten ervaren wat ze het leukst vonden. Aanval, verdediging, keeper zijn, alles moesten ze even uitproberen, vond ik.
Iedereen zoekt z’n plek in het team, en ontdekt langzamerhand zijn eigen sterke en zwakke punten. Zo hadden we een paar jongens die graag wilden keepen en dat met verve deden. Prettig, want er waren er ook een paar die er een bloedhekel aan hadden, of het erg spannend vonden.
Een paar jongens namen gaandeweg de leiding in het team. Niet zozeer in woorden, als wel in daden, met voorbeeldgedrag. De een in de aanval: tegenstanders omspelen, passjes geven, en doelpunten maken. Een ander in de verdediging. Met evenmin veel woorden, maar wel een perfecte timing, onderschepte hij onverschrokken alle aanstormende tegenstanders, en bracht de bal dan met een welgemikte trap weer richting onze aanvallers. Hun inbreng gaf rust: als die twee er stonden, wisten we dat we weinig te vrezen hadden.
Maar tegen het eind van het seizoen waren die twee steunpilaren er onverwacht een paar keer niet bij: ziek, slepende blessure. Een groot gemis, en de eerste wedstrijd waar ze ontbraken, liep uit op een drama. Zonder de natuurlijke leiders liepen de anderen dolend over het veld. Erger nog: ze gingen elkaar verwijten staan maken. Da’s dodelijk in de F: ieder ruzietje op het veld kost je dan minstens twee tegendoelpunten.

Maar de wedstrijd daarop gebeurde er iets moois: een paar jongens die normaal fijn tegen de vertrouwde hoekstenen van het team aanleunden, pakten nu hun rol op. Werden feller op het veld, ‘eisten de bal op’, in voetbaltaal. Een van de jongens die eerst wat schuchterder was, werd plotseling onze volgende steunpilaar in de verdediging. Hij liep op alle ballen, en wist ze te veroveren, waar hij voor de winter het ook wel eens liet lopen of in de tweede helft aankondigde graag gewisseld te willen worden. Een ander, die vaker net achter de aanvallers speelde, liep nu wat verder door op de helft van de tegenstander en werd een gevaarlijke vleugelspeler.

Na drie wedstrijden improviseren kwamen de twee ‘vaste krachten’ in aanval en verdediging weer terug. Het mooie was: ze voegden zich zonder problemen in de nieuwe verhoudingen. Er stond nu een sterk team, waarin sommige jongens technisch misschien wel beter waren dan anderen, maar waarin iedereen een gelijkwaardige positie had. In de laatste wedstrijd werden goals gescoord door vier spelers (en een vijfde schoot op de paal).

Tegen de tegenstander waar we voor de winter met 12-0 van verloren, wonnen we nu speels met 11-0. Eén excellente speler hadden we niet. De excellentie zat in het team: ieder had een stukje ervan, dat op zichzelf waardeloos was, als je het niet combineerde met dat van de anderen. De excellentie had zich langzamerhand ontwikkeld in een proces van vallen en opstaan, ruimte geven en ruimte nemen. De jongens die bij aanvang van het seizoen misschien wat minder goed leken, hadden zich ontwikkeld toen er een nieuw evenwicht in het team gezocht moest worden. Dat hadden ze zelf gedaan, uit hun eigen initiatief. Niet omdat er een toets dreigde waar ze voor zouden zakken. Ook niet omdat ze de beste voetballer van het team zouden kunnen worden. Maar gewoon, omdat het leuk is om met elkaar een goede teamprestatie te bereiken, samen proberen weer te winnen, als het een paar keer niet gelukt is.

Excellentie is een teamprestatie, geen individuele eigenschap. Ik vond het een mooie les, dit seizoen. Op naar het volgende.

20120518-192641.jpg

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.