‘Bemoedigen’ wetenschappelijk onderbouwd

Toevallig stuitte ik gisteren twee keer op het woord ‘bemoedigen’–toch niet een term die ik dagelijks gebruik. Een keer in een lezing van Paul van Tongeren, uit 2006 alweer, over de bruikbaarheid van de deugdethiek in het alledaagse onderwijs.

En een keer in een tweet over een lezing van Beate Letschert voor HetKind over bemoediging als pedagogisch principe. Zij stelt dat het ongericht complimenteren van kinderen (‘Wat goed van je! Wat ben je toch knap!’) niet zoveel oplevert, omdat kinderen dan nog niet weten wát ze zo goed kunnen.

Dit deed me onmiddellijk denken aan het geweldige boekje :59 seconds.Think a little, change a lot van Richard Wiseman (tip voor aan het strand!). Hierin wordt van een scala aan sociaal-psychologisch onderzoek besproken wat de praktische toepasbaarheid is. Zo ook onderzoek van de psychologen Mueller en Dweck van de Columbia University in New York, uit 1998 alweer. Zij hebben een aantal studies gedaan, die de stelling van Letschert nader onderbouwen. Om kort te gaan zijn hun conclusies:

  • Het prijzen van kinderen om hun intelligentie werkt averechts;
  • Kinderen die van zichzelf weten dat ze intelligent gevonden worden, zullen risicomijdend gedrag vertonen bij nieuwe opdrachten;
  • Kinderen die geprezen worden om hun inzet, zien intelligentie als iets dat je kunt bereiken door hard te werken en zullen zich meer inspannen om een doel te bereiken;
  • Kinderen die alleen geprezen worden om hun intelligentie, halen daarmee uiteindelijk lagere resultaten dan kinderen die geprezen worden om hun inzet.

Voeg dit bij de experimenten van Dylan William (derde filmpje), en het moet toch duidelijk zijn dat het openlijk geven van cijfers voor behaalde resultaten, laat staan het benoemen van kinderen, leraren of zelfs hele scholen als ‘excellent’, niet ondersteund wordt door wetenschappelijke inzichten.

Beter zou het zijn, om niet het eindresultaat te belonen, maar de inspanningen die leerlingen, leraren en scholen hebben geleverd om zichzelf te verbeteren. Iets ingewikkelder, maar interessante kost, wat mij betreft. Wanneer gaan we hier nu echt werk van maken in het onderwijs?

 

UPDATE:

  • Een docent zei mij dat cijfers op zich best een goede functie hebben. Ze had een student een 6 gegeven, waar die student minstens een 7 verwacht had, en misschien wel hoger. Die 6 maakte het voor de student heel duidelijk dat het nog niet goed genoeg was. In die zin kan een cijfer een goed onderdeel van de feedback zijn. Mits er ook gesproken wordt over de onderbouwing van de 6, en wat de student eraan kan doen om er een 7 van te maken. Losse cijfers zonder feedback hebben geen zin, sterker: werken, als ik het onderzoek goed interpreteer, averechts.
  • Dit sluit aan op een andere reactie die ik kreeg van een lezer van een kopie van dit artikel op het weblog van Hetkind.org. Die wees mij op de belangrijke reviewstudie uit 2007 van Hattie en en Timperley over feedback (helaas alleen te lezen met abonnement). Een belangrijke conclusie uit hun overzichtsstudie is, dat feedback zich moet richten op de taak, niet op de persoon; en aanknopingspunten moet bieden aan de leerling hoe hij zijn leren ondersteunen. Bovendien, zeggen Hattie en Timperley: feedback is tweerichtingsverkeer, de leraar moet ook bereid zijn feedback van de leerling te ontvangen en verwerken. Zie voor feedback tussen docenten ook het proefschrift van Marieke Thurlings.
  • Een laatste aanvulling is een artikel in de Groene Amsterdammer over de Isaac Beekman Academie in Kapelle. Daar krijgen de leerlingen feedback op iedere opdracht, die tegelijk ook als toets geldt (of daar cijfers voor worden gegeven, meldt het artikel niet). Want, zo zegt de directeur: “Eens in de vier weken woordjes leren voor een toets, dat beklijft niet.” Wonderlijk dat zo’n school nog steeds een uitzondering is.

Trailer Onderwijsavond 20 juni 2012. Beate Letschert “Bemoedigen, een pedagogisch principe” from HETKIND.ORG on Vimeo.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.