Onderzoek in actie

Afgelopen donderdag waren we met de reflectiegroep Leidinggeven aan de binnenkant op Samaya in Werkhoven. Daar hadden we onder andere een prachtige uitwisseling aan de hand van korte verhalen en deden we weer twee casusanalyses. Deze leernetwerken zijn opgebouwd rond drie sporen:

  • een reflectiespoor
  • een actiespoor
  • een onderzoeksspoor

In de uitvoering blijkt dat het reflectie- en actiespoor herkenbaar zijn, en goed uit te voeren. Het onderzoeksspoor is wat lastiger soms om vast te houden in de hectiek van de dagelijkse praktijk. Toch denken we dat het belangrijk is om erbij te betrekken, omdat het een meerwaarde heeft boven het handelen en de reflectie.

Aan de andere kant moet je het niet te ingewikkeld maken. Bij onderzoek denken we al vrij snel aan uitgebreide, wetenschappelijk verantwoorde projecten, met lange literatuurstudies en veel gegevens die verzameld en geanalyseerd moeten worden. Dat is voor de gemiddelde schoolleider, of welke praktijk-professional dan ook, nauwelijks op te brengen. Het onderzoek wat wij beogen op gang te brengen, is kleinschalig, kortcyclisch en nauw verbonden met een praktijkvraag. Waarin onderscheidt het zich dan nog van ‘gewoon’ werk? Want ook in je dagelijks werk als schoolleider ben je regelmatig analyserend bezig.

Toevallig las ik een interessante oratie, van prof. Ad Kil, onlangs uitgesproken aan de Nyenrode Business Universiteit. Hij onderscheidt het academisch- en het veranderkundig perspectief. Met enige goede wil kun je dat vergelijken met het onderzoek- en het actiespoor uit onze leernetwerk-opzet.

Door bij jezelf als schoolleider, tijdens je dagelijks werk, soms even te kijken naar de verschillende tussen deze twee perspectieven, ben je beter in staat het ‘langzamere’ onderzoeksperspectief te hanteren. En even los te komen van het ‘snelle’ actiedenken in het veranderkundig perspectief.

De twee perspectieven kunnen als volgt naast elkaar gezet worden:

Kenmerk Onderzoeksspoor Actiespoor
Aanleiding Nieuwsgierigheid Verbetering
Doel Begrijpen Ingrijpen
Vraagstelling Theorie Toepassing
Proces Model Werking
Onderzoeker Objectief Subjectief
Onderzochte Object Subject

In onderzoek gaat het meer om nieuwsgierigheid, dan om directe verbetering. Je wilt in de eerste plaats weten hoe het zit, pas daarna wat je met die kennis zou willen doen. Dat betekent dat het meer om begrijpen, dan om ingrijpen gaat. De vraag die je stelt, heeft meer te maken met de theorie, dan met de toepassing ervan. Veel vragen die praktijkprofessionals zichzelf stellen, hebben te maken met een specifiek beleidsprobleem. Dat is toepassing. De manier waarop die vraag gesteld wordt, de woorden die gebruikt worden, de impliciete verwachtingen, verwijzen naar een onderliggende theorie. Het is de kunst die expliciet te maken en je af te vragen waarom je die theorie gebruikt.

In het proces richt je je op het beschrijven van een nieuw model. Als je dat model klaar hebt, de theorie aangepast, ben je ‘klaar’. In het actiespoor begint het dan pas, het gaat daarom erom, hoe je dat model aan het werk krijgt.

Tot slot de onderzoeker en onderzochte. In het onderzoeksspoor probeer je zo objectief mogelijk te zijn. Zoveel mogelijk probeer je te herkennen door welke impliciete oordelen je waarneming gestuurd wordt, en deze oordelen uit te schakelen. Datgene wat je onderzoek is in de eerste plaats ‘object’: het levert je gegevens op. In het actiespoor is degene die je onderzoek eerder ‘subject’, en verwacht je ook een bijdrage aan de oplossing.

 

Natuurlijk zijn dit twee ideaaltypen. In de praktijk lopen deze twee sporen door elkaar. Het ‘zuivere’ onderzoeksspoor bestaat waarschijnlijk niet, en is in ieder geval heel moeilijk te realiseren in de dagelijkse praktijk. Wel helpt dit schema misschien om jezelf af en toe wat meer uit het actiespoor te halen en op een afstandje te reflecteren op de onderliggende theorieën die je hanteert.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.