Naar een herwaardering van Policy Governance

Voor het recente nummer van Meso Magazine recenseerde ik twee boeken over toezichthouden. Een van Goos Minderman, en een van Rienk Goodijk, beide belangrijke beïnvloeders van de publieke discussie over toezicht. Mijn oordeel komt er in het kort op neer dat ik positief ben over de poging van beide auteurs om tot de kern van het toezichtsprobleem te komen. Dat is niet zozeer een structuurprobleem, als wel van moraliteit en gedrag. Juist op deze twee aspecten kan Policy Governance® als model een belangrijke bijdrage leveren. Het verbaast me dan ook dat geen van beide auteurs verwijzen naar artikelen of boeken hierover. In de recensie ben ik hier niet op ingegaan, maar ik wil dat punt toch nog aanstippen.

Minderman en Goodijk brengen beide het ‘morele vacuüm’ in bestuur en toezicht goed in beeld. Een mooi voorbeeld hiervan vind ik nog altijd de casus ABN-AMRO, die beeldend beschrevend is door Jeroen Smit in De Prooi. Hierin ziet Jan Kalff met lede ogen aan hoe Rijkman Groenink de bank bestuurt op basis van heel andere waarden dan hijzelf hanteerde. En zijn onmacht om zo’n ‘waardevol’ gesprek te voeren met zijn bestuurder leidde tot de ondergang van de bank.

Policy Governance richt zich op precies dat: een waardevol gesprek tussen toezichthouder en bestuurder. En anders dan de ingewikkelde structuur en het uitgebreide takenpakket dat Goodijk in zijn boek als oplossing formuleert, biedt Policy Governance daarvoor een zuinig en coherent werkmodel. Hoe dat model er precies uitziet, is op andere plekken al beschreven. Twee aspecten springen eruit, die ik hier onder de aandacht wil brengen: de positie van de ‘morele eigenaren’ en het concept van ‘redelijke interpretatie’.

Morele eigenaren

Over dat concept van morele eigenaren wordt wel eens lacherig of zelfs nukkig gedaan. Waarom zou je bij bepaalde stakeholders op morele gronden meer aandacht moeten geven? Ik vergelijk het zelf vaak met aandeelhouders in een profitorganisatie. Morele eigenaren, hebben net als aandeelhouders, geïnvesteerd in de organisatie, maar dan niet financieel, maar moreel. Dat maakt dat je als toezichthouder en bestuurder verplicht bent hun ‘rendement’ op hun investering te geven.

Wat is bijvoorbeeld het ‘rendement’ dat je als Montessorischool terug wil geven aan de ‘eigenaren’? En wie zijn die eigenaren dan? De oorspronkelijke oprichters, de Montessori-gemeenschap in het algemeen, specifieke betrokken ouders in het bijzonder? En wat is het rendement van een ROC? Daar gaat het om grote woorden als een toekomst voor bedrijven en werknemers, het levend houden van het fijnmazige weefsel van jongeren die een plek zoeken in de samenleving en bedrijven die gemotiveerde, vakkundige medewerkers nodig hebben. Het is niet op voorhand voor iedere organisatie in te vullen; en de waarde van Policy Governance is dan ook vooral dat het iedere organisatie dwingt dit gesprek te voeren. Sterker nog: dit gesprek centraal te stellen, omdat het de basiswaarden oplevert waarop het systeem van toezichthouden gebouwd wordt.

Redelijke interpretatie

Het tweede aspect is ‘redelijke interpretatie’. Het is, denk ik, een van de meest onderschatte concepten van Policy Governance. Het belang ervan, is dat hiermee de erkenning ingebakken zit in de relatie tussen toezichthouder en bestuurder, dat je niet van te voren alles kunt vastleggen. Het geeft aan dat het uitgangspunt moet zijn, dat de toezichthouder zowel op resultaat, als op handelingskader de essentie vast moet leggen, en vervolgens de bestuurder de ruimte moet laten.

Die ruimte is geen blanco cheque, want er komt een verantwoording. En bij die verantwoording beoordeelt de toezichthouder, nog voordat ze een oordeel geeft over de resultaten, of de interpretatie van de beoogde resultaten en te hanteren kaders redelijk was. Dat doet hij op basis van (weer) die kernwaarden die ontleend zijn aan het gesprek over de morele eigenaren. Daarmee gaat het gesprek niet (alleen) over de cijfers, maar vooral over de criteria op grond waarvan die cijfers, en de hoogte daarvan, belangrijk gevonden worden. Dat is een gesprek dat iedere toezichthouder en bestuuder zou willen voeren, maar wat nu vaak vastloopt, omdat er geen grond is voor die criteria. Die grond, en dat kader, kan Policy Governance bieden.

Volgende week vindt het Carver Event plaats. Hopelijk komen we daar nader in gesprek en kunnen we gangbare visies op toezicht versterken met de over decennia gerijpte inzichten uit Policy Governance.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.