Diepgang in topinkomens (2): eigenaren zijn de sleutel

Net toen ik vorige week een beetje bekomen was van het inconsequente gedrag van de raad van toezicht van het Erasmus MC, las ik de volgende tweet:

Deze onderzoeker, Teun Dekker van de Universiteit Maastricht, pleit voor meer rationele argumenten in de discussie over beloningsbeleid. Naar zijn idee vindt dat nu te veel op emotionele gronden plaats. Die bevindingen heeft hij opgetekend in een boek waarvan ik het prijskaartje van meer dan €100,- een te grote hap uit mijn zzp-nascholingsbegroting is, zo vroeg in het jaar. Dat is jammer, want ik zou graag zelf willen nagaan waarom Teun ondanks de vier vier jaar dat hij over deze kwestie heeft nagedacht, met vrijwel dezelfde bevindingen komt als de veronderstellingen waar hij zijn onderzoek in 2009 mee startte.

Het controversiële aan zijn onderzoek is natuurlijk zijn wat pedante stellingname dat je bestuurders in de publieke sector net zo veel kunt laten verdienen als in de profitsector. Hij vindt het maar onzin om de salarissen in de publieke sector te willen maximeren, alleen maar omdat het om belastinggeld zou gaan. Volgens hem speelt dat argument bij andere publieke uitgaven geen rol en is daarom niet rationeel. Is dat zo? Ik heb de stellige indruk dat 90% van de tijd in de Tweede Kamer wordt gesproken over belastinggeld dat al dan niet nuttig besteed wordt. (En waar praten ze die andere 10% dan over? Juist.)

Dekkers andere argument, dat lagere salarissen niet gecompenseerd kunnen worden door interessanter werk, omdat anders directeuren in het bedrijfsleven wel heel vreselijk werk moeten hebben, klinkt mij ook wat vreemd in de oren. In de eerste plaats blijkt uit onderzoek dat werknemers in de publieke sector wel degelijk anders denken over hun salaris, juist omdat ze er meer zingeving voor terugkrijgen.

Emotie en waarden

Maar waar zijn redenatie echt scheef loopt, is waar hij ‘emotie’ verwart met ‘waarden’, en vooral omdat hij die emotie negatief beoordeelt. De argumenten die naar voren worden gebracht als er weer een topbestuurder in de publieke sector te veel verdient, zijn niet zozeer emotioneel, als wel waardengedreven. En hier kan Policy Governance weer helpen om de situatie beter te begrijpen (dat was de tweede manier die ik u nog verschuldigd was na mijn vorige blog).

Een publieke instelling heeft, anders dan een bedrijf, namelijk niet financiële winst als hoofddoelstelling. De belangrijkste doelen van een ziekenhuis, school of gemeente, zijn het leveren van meerwaarde in zorg, onderwijs of publieke voorzieningen. Dat doen we vanuit een bepaalde overtuiging over wat goed is om te doen voor de samenleving, omdat we het waardevol vinden. Vaak is die overtuiging vastgelegd in een oprichtingsdocument, of een gemoderniseerde versie daarvan: het missiestatement.

Een profit-instelling heeft eigenaren in de vorm van aandeelhouders om verantwoording aan af te leggen. ‘Eigenaren’ is ook een kernbegrip uit Policy Governance, maar in de zin van ‘morele eigenaren’. Een publieke instelling heeft namelijk geen aandeelhouders, financiële investeeerders, die rendement willen zien, maar, zo stelt Policy Governance, wel bepaalde groepen mensen die moreel geïnvesteerd hebben en daar ook een maatschappelijk rendement voor terug willen zien. Een mooi voorbeeld van een organisatie waar financiële en morele investeringen én rendementen gelijk opgaan, is Oikocredit.

Dat maatschappelijk rendement wordt niet geformuleerd in geld, maar in waarden. Het gaat om mensen in een bepaald gebied, die moeten kunnen rekenen op gezondheidszorg als ze dat nodig hebben. Om ouders die erop willen vertrouwen dat hun kinderen onderwijs van voldoende kwaliteit krijgen, en passend bij hun levensovertuiging. Maar ook om voetballers die ervan uit willen gaan dat ze zich ieder weekend lekker sportief kunnen uitleven op en naast het veld. Dat patiënten met een bepaalde chronische ziekte erop mogen vertrouwen dat er zoveel mogelijk onderzoek wordt gedaan om hun ziekte beheersbaar te maken. Of, in het geval van Oikocredit, donoren die erop kunnen vertrouwen dat hun geld van sociale betekenis voor anderen.

Kinderpostzegels

Geld is in een non-profitorganisatie een middel, geen doel op zich. Bij een bedrijf is dat andersom: daar is geld het doel, en de bedrijfsactiviteit een middel. Daarom maakt Apple nu vooral telefoons in plaats van computers, levert IBM vooral advies in plaats van hardware en vergat BlackBerry dat ze status verkocht in plaats van telefoons en zijn de aandeelhouders nu weggerend omdat ze elders meer rendement krijgen.

Het zijn dus de morele eigenaren, die uiteindelijk, door de waarden die ze meegeven aan de organisatie, bepalen wat een acceptabel salaris is voor de hoogste baas (en voor de rest van de medewerkers ook overigens). Om die reden houdt het afdrachtsbeleid van de SP nog steeds stand. En om die reden ontstond er veel commotie toen het leek alsof de directeur van de Kinderpostzegels tonnen verdiende op basis van het werk van vele kleine kinderhandjes.

Als de directeur van een profitbedrijf voor veel winst voor de aandeelhouders zorgt, mag hij (of soms zij) best veel verdienen. Dat doen de aandeelhouders ook. Maar als de directeur van een publieke instelling voor veel waardegeladen opbrengst zorgt, hoeft dat niet direct een hoger salaris te betekenen. Dat kan namelijk in tegenspraak zijn met juist die waarden die de instelling zegt na te streven, en dat is niet wat de morele eigenaren beoogden. Werknemers van hun instelling, donoren en andere partners zitten er niet alleen in ‘for the money’, dan hadden ze hun geld wel elders naartoe gebracht. Als de directeur er dan blijk van geeft juist wél vooral op het geld te azen, kan hij (soms zij) niet de goede leider zijn om de kernwaarden van de organisatie centraal te stellen.

Wat precies een acceptabel salaris is, verschilt van organisatie tot organisatie. Kennis en ervaring van de directeur spelen een rol, net als een vergelijking met andere organisaties. Maar in een non-profitinstelling is de belangrijkste toets altijd datgene wat de morele eigenaren maximaal over hebben voor het bereiken van het doel van de instelling. Daarvoor zal een instelling eerst op zoek moeten gaan naar haar morele eigenaren (als ze niet meer weet wie dat zijn). En vervolgens daarmee in dialoog gaan, om dat met hun te bespreken. Dat is een lastig proces, waarin emoties zeker een rol spelen. Maar dat komt dan, omdat het gesprek over diepgevoelde waarden gaat. En soms zijn die waarden sterker dan–op het oog–rationele argumenten.

         

2 gedachten over “Diepgang in topinkomens (2): eigenaren zijn de sleutel

  1. Ik ben vereerd dat mijn werk U heeft geïnspireerd tot het zo mooi formuleren van uw visie op deze kwestie. Dat was mijn enige bedoeling, het debat verhelderen en deelnemers te prikkelen om zichzelf goed uit te drukken. Ik neem geen stelling voor of tegen hogere of lagere salarissen, en ben net zo kritisch over de argumenten voor hogere salarissen. Ik ben voor betere argumenten, niet voor hogere salarissen.

    Een goed argument is als een symfonie van ideeën die samen, op een precies gestructureerde manier, ons leiden tot een heldere conclusie. Waarden, de keuzes die we maken over wat we belangrijk vinden en willen met onze maatschappij, spelen daar natuurlijk een essentiële rol in. Een argument zonder waarden zal nooit recht doen aan controversiële vraagstukken, zoals deze. Maar als we die waarden, en hun rol in grotere argumenten, niet precies definiëren en begrijpen komen we er ook niet uit. Vandaar dat ik geprobeerd heb de emotionele stellingen, en de waarden die daar impliciet in zijn, te destilleren in een vorm die precies is en waar we op een goede manier over kunnen praten. En wat er dan besloten wordt is een politieke keuze waar we trots op kunnen zijn. Waarden zijn essentieel, maar wel met reflectie, zoals U hier doet. Emotie, als we daarmee bedoelen waarden zonder reflectie en precisie, daar moet je mee oppassen.

    Dus ik denk dat we het eigenlijk met elkaar eens zijn, en dat het boek, waarvoor we meer dan 1400 documenten hebben gelezen en geanalyseerd, dat bevestigd. (Er komt gelukkig een paperback aan, want het is inderdaad wat duur uitgevallen)

    1. Beste Teun, dank voor je reactie. Prettig te horen dat we het eens zijn waar het het belang van waarden betreft. Over het belang van emoties moeten we het dan nog maar eens hebben. Het gaat uiteindelijk om de balans. Ratio alleen kent ook zijn grenzen. Erg benieuwd naar de pocketuitgave van het boek.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.