Diepgang in topinkomens: de rol van de toezichthouder

Net aan het werk in het nieuwe jaar, is ongeveer het eerste wat ik lees deze tweet:

Dat viel me rauw op de maag. Hans Büller, scheidend topman van het Erasmus Medisch Centrum, vertrekt per 1 juni, en krijgt daarna nog 1,5 jaar zijn huidige salaris. Na die datum houdt hij, voor werkzaamheden tot zijn pensionering (er staat niet bij wanneer dat is), nog zijn hoogleraarsalaris van €226.000,- jaarlijks, plus een ‘onbekende persoonlijke toelage’.

Deze afscheidsregeling is hem toegekend door de raad van toezicht, die de werkgever is van de raad van bestuur en daarover gaat. Doorgaans zijn er binnen de RvT een of enkele toezichthouders (de ‘renumeratiecommissie’) die zich bezighouden met de beloning van de RvB en neemt de rest van de RvT hun voorstellen over. Bijna altijd is de voorzitter van de RvT een van de leden van de renumeratiecommissie.

Het kan dus bijna niet anders of Cees Maas, de voorzitter van de RvT van het Erasmus MC, heeft persoonlijk de hand gehad in deze regeling. In dat verband is het bijna komisch dat dezelfde Maas in 2009 nog voorzitter was van een commissie die voorstellen moest doen over het herstel van vertrouwen in de banksector. Een citaat uit de inleiding van dat rapport:

De rode draad in het rapport is dat de banken in hun afweging van de belangen van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin zij opereren, het primaat weer moeten gaan leggen bij het belang van de klant. Daarmee zullen de banken hun maatschappelijke rol weer beter gaan vervullen. Dit zal ook ten goede komen aan het belang van de werknemers en van de aandeelhouders. Het kan in de toekomst niet meer zo zijn dat winsten ten gunste van de aandeelhouders en de bonussen komen en dat de rekening wordt neergelegd bij de belastingbetaler, de klant en de werknemer. In dit opzicht is een fundamentele mentaliteitswijziging en heroriëntatie in het bankwezen nodig.

en iets verder staat:

Het herstel van vertrouwen in banken is cruciaal. […] Naast het verlies van vertrouwen in de economische rol van banken is het vertrouwen in de maatschappelijke rol die zij vervullen eveneens ernstig geschaad. Daarenboven is twijfel ontstaan aan de ethische en morele opvattingen en gedragingen van bankiers. Dit wordt extra gevoed door hoge variabele beloningen (bonussen) die in het verleden en ook thans nog wel aan bankiers werden en worden gegeven.

Krasse taal: ‘fundamentele mentaliteitswijziging’, het staat er echt. Je zou zeggen dat ook in de gezondheidszorg er hier en daar wel wat knauwen zijn ontstaan in het maatschappelijke vertrouwen. Voor Cees Maas zijn de parallellen blijkbaar niet duidelijk genoeg om zelf als voorzitter van de RvT consequenties te trekken uit zijn eigen teksten.

Het meest kwalijk vind ik echter dat de RvT geen nadere mededeling wenst te doen. Daarmee geven ze in feite aan dat ze iets te verbergen hebben. Ik schreef al eerder: als je beloningsbeleid in overeenstemming is met je kernwaarden, moet je daar juist zo veel mogelijk over vertellen. Er zullen veel collega-toezichthouders geïnteresseerd zijn in je verhaal, omdat ze allemaal worstelen met de balans tussen een sobere vergoeding en de aantrekkingskracht voor bestuurlijke toppers.

Policy Governance en beloningsbeleid

Policy Governance kan op twee manieren helpen om licht op deze casus te laten schijnen. In de eerste plaats doordat voor Policy Governance de beloning van de topmanager opgevat wordt als een middel, niet als een doel. Dat is nog niet zo bijzonder, maar in Policy Governance worden middelen niet voorgeschreven, maar in negatieve zin ingekaderd. Er wordt aangegeven buiten welke grenzen de middelen niet mogen gaan. Dat is een belangrijk nuanceverschil met de gangbare discussie hoe hoog het salaris zou kunnen zijn.

Policy Governance hanteert als trefwoorden voor de beperking van middelen: datgene wat wettelijk, ethisch of uit oogpunt van zorgvuldig handelen ongewenst is. Daarmee kan de toezichthouder vaststellen wat een acceptabel salaris zou zijn. De wettelijke eisen zijn per 1 januari 2013 een stukje strikter geworden: de Wet Normering Topinkomens is ingegaan. Je kunt natuurlijk de rechtsgeldigheid van die wet aanvechten, maar de meeste toezichthouders zal dat te ver gaan. Op grond van zorgvuldig handelen zal vooral gekeken worden naar het bedrijfseconomische aspect: hoe minder een bestuurder verdient, hoe beter natuurlijk.

De lastigste kwestie in het maximumsalaris is de ethische. Ethiek gaat over de normen en waarden die je hanteert als organisatie en dat ligt dus voor iedere organisatie anders. Om een ethische grens voor een maximumsalaris aan te geven moet je teruggaan naar die waarden, en de normen die je ervan afleidt. In de ethische kwestie speelt uiteraard ook mee hoe ‘eerlijk’ de vergoeding is ten opzichte van vergelijkbare functies. Maar het is maar één van de overwegingen, terwijl het argument dat het salaris ‘marktconform’ moet zijn, nu vaak het belangrijkste argument lijkt te zijn. Juist omdat waarden verschillen van organisatie tot organisatie, vormt marktconformiteit maar een beperkt deel van het probleem.

De waarden voor een passend salaris ontleen je aan de grondslagen van je organisatie, die vaak verwoord worden in een missie en/of visie. Even terug naar Eramus MC. Wat opvalt in hun missie, is het woord ‘samen’. Is de vergoedingsregeling voor de bestuurder uit te leggen met het woord samen? Als eentweetje tussen bestuur en toezichthouder wel, ja. Maar, gezien de commotie die is ontstaan, niet in de zin van samen met de organisatie en  belanghebbenden. Daar heeft de RvT zich vergist in het draagvlak voor deze regeling. En dan onderaan het missie/visie-stuk: ‘Het Erasmus MC streeft naar maximale transparantie.’ Tja. Die strekt zich blijkbaar niet uit tot de beloning van de raad van bestuur blijkbaar.

Het lijkt een flauw woordspel, maar een oefening als deze kan voor toezichthouders heel behulpzaam zijn bij het kiezen van de juiste koers. Als je niet weet welke beslissing je moet nemen, pak dan je missiestatement erbij, en kijk of je de beslissing ermee uit kunt leggen aan de buitenwereld. Nee? Dan zou ik er nog eens goed over nadenken. Ja? Vertel het verder! En dan niet in zo’n doorgecommuniceerd saai jaarverslag, maar in gewone mensentaal, voor alle medewerkers, klanten en andere betrokkenen. Het versterkt namelijk de betrokkenheid, en dat is weer goed voor de hele organisatie.

En die tweede manier? Daarover een volgende keer, want er verscheen nog meer interessants vandaag…

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.