Organisch onderzoeken (1): De school als organisch systeem

Er ontstaat vaak gedoe over onderzoek. Vanochtend nog op Twitter plaatste Dylan William, een gepensioneerde hoogleraar een tweet over een onderzoek dat prestatiebeloning van leraren koppelt aan hogere leeropbrengsten bij leerlingen.

Onmiddellijk kwamen er reacties, die erop neerkwamen dat die leeropbrengsten alleen bestonden uit hogere testscores. En naar de mening van enkele twitteraars kun je testscores niet gelijkstellen aan leeropbrengsten. Dylan William vroeg ze naar wetenschappelijk bewijs daarvoor, en dat bleef uit.

Waarom is dit nu zo’n hopeloze discussie? Naar mijn idee komt het omdat er vanuit twee paradigma’s geredeneerd wordt:

  • de school(organisatie) als mechanisch systeem
  • de school(organisatie) als organisch systeem

De gangbare wetenschapsopvatting is die van de (school)organisatie als een mechanisch systeem. Er wordt gezocht naar lineaire causaliteit tussen factoren, waarbij de voorspelbaarheid van die factoren gemaximaliseerd wordt. Mensen (leraren en leerlingen) moeten daarbij onder controle worden gehouden: hun al dan niet afwijkende gedrag is deel van het probleem om na te gaan wat leidt tot de gewenste opbrengsten. Die opbrengst wordt gemeten met gestandaardiseerde tests, omdat je anders niet kunt voorspellen.

Vanuit dat perspectief kun je bijvoorbeeld onderzoek opzetten naar ‘storend gedrag van leerlingen’. Het gaat me hier niet om het potentiële nut van dit onderzoek, maar om het woord ‘storend’. Storend in wiens ogen? Het heet storend, omdat het de voorspelbaarheid van de leerresultaten, die op een bepaalde manier gedefinieerd zijn, in de weg staat. Vanuit het oogpunt van het kind is zijn gedrag niet storend. Je kunt zeggen: een kind stoort nooit, een kind vraagt slechts aandacht. En de vraag zou dan moeten zijn welke aandacht je geeft en hoe.

De opvatting die ik daar tegenover wil stellen, is die van de schoolorganisatie als organisch systeem. Ik baseer me hierbij op wat ik in een presentatie gehoord heb over Robert Rosen en zijn boek Life Itself. Als we zo naar een school kijken, zoeken we niet naar lineaire causaliteit, maar naar kringlopen, causale lussen. Mensen zijn geen factoren die je onder controle moet houden, maar die creërende elementen zijn in dat systeem. Ze zijn het startpunt van de oplossing, en het kenmerk van de oplossing in zo’n organisch systeem is dat je die niet alleen onvoorspelbaar is, maar zelfs, in de woorden van Rosen, onvoorzienbaar.

Het is als het kruisen van twee soorten planten: je hebt van te voren geen idee of het lukt en welke nieuwe soort eruit gaat voortkomen. Er zijn zoveel factoren, dat die met geen mogelijkheid onder controle te houden zijn. Net als in een school eigenlijk, waarin allerlei mensen met al hun verschillende behoeften en achtergronden door elkaar lopen.

In het geval van het storende kind ga je dan onderzoeken: wat betekent ‘storend gedrag’ eigenlijk voor mij als leraar, en voor de leerling? Hoe kan ik begrijpen wat er dan gebeurt, met mij, met het kind? En is het mogelijk die storing in een ander perspectief te plaatsen, en wat levert dat aan potentiële (onvoorzienbare!) oplossingen op?

In het volgende artikel ga ik in op een combinatie van socratische dialoog en causale lussen als onderzoeksinstrument om dergelijk onvoorzienbare oplossingen te onderzoeken.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.