Organisch onderzoeken (2): Socratische dialoog en causale lussen

In mijn vorige artikel ging ik in op het onderscheid tussen de school als mechanisch en organisch systeem. Dat verschil is behulpzaam als je problemen in het onderwijs niet vanuit een mechanisch ontwerp, maar vanuit een nieuwe conceptuele betekenis wilt onderzoeken. Ik stelde me de vraag hoe dat onderzoek dan zou moeten plaatsvinden. In dit artikel wil ik uitleggen hoe we proberen daarvoor de socratische dialoog te combineren met causale lussen.

Gangbare vragen waarmee problemen in het onderwijs worden onderzocht, zijn vaak  ontwerpgericht. Je definieert een eindresultaat als doel, en gaat vandaaruit terugredeneren: hoe komen we bij dat einddoel en welke stappen zijn er nodig als om daar te komen? Dat kan heel zinvol zijn, voor bepaalde praktische verbeteringsvragen. Welke lesopening is effectiever, van welke feedback leren studenten het meest,  welke combinatie van tussen- en eindtoetsen leidt tot het beste leerresultaat?

Veel problemen in het onderwijs echter vragen niet om een nieuw ontwerp, maar om een nieuwe betekenis. Hier gaat het om vragen als: kunnen we pesten voorkomen, en hoe dan? En als ons onderwijs steeds minder verbinding lijkt te hebben met de wereld buiten school, hoe maken we het dan betekenisvoller voor leerlingen? Dat zijn vragen die om een fundamentele, nieuwe conceptualisering vragen: wat is pesten? Wat is onderwijs? Welke betekenis geven leerlingen eraan? Dit vraagt om ‘organisch’ onderzoek, omdat je op basis van gegeven omstandigheden, nieuwe, ‘ongekende’, dat wil zeggen: onvoorzienbare resultaten moet creëren.

Het gaat er bij organisch onderzoeken daarom niet om, om een planmatig eindresultaat te bereiken, maar de principes te onderzoeken waarmee we gezamenlijk nieuwe betekenis kunnen geven aan bestaande concepten. Daarmee brengen we die concepten in een nieuwe context en kunnen we er nieuwe, ongedachte, onvoorzienbare dingen mee bereiken.

Om organisch te onderzoeken, moet je een stap verder gaan dan het stellen van gangbare onderzoeksvragen. Je moet in staat zijn je eigen principes te herkennen en tijdelijk los te laten, zodat je openstaat voor de principes van de ander. En dat is wat er mis gaat in de discussie van Dylan William over ‘leerresultaten’ uit mijn vorige artikel: niemand is in zo’n discussie bereid zijn principes te onderzoeken, laat staan los te laten. Dus blijf je tegenover elkaar staan, en is er geen ruimte voor menselijke creativiteit.

Socratische dialoog

Voor het loslaten van je eigen principes is bij uitstek de socratische dialoog geschikt. Dat is een gespreksvorm, waarbij de deelnemers in een aantal stappen, vanuit een concrete casus, hun eigen principes naar boven brengen en die vergelijken met principes van anderen. Over een socratische dialoog is elders veel geschreven, dus ik ga er hier niet op in. Ooit maakte ik op basis van de expertise van Pieter Mostert een stappenplan voor het voeren van een socratische dialoog.

Hoewel ik het een krachtige en heel bijzondere gespreksvorm vindt, heb ik het altijd een nadeel gevonden dat het als onderzoeksinstrument minder geschikt is. Een gesprek duurt al gauw een paar uur, en het blijkt vaak moeilijk goed vast te leggen wat de opbrengst ervan is. Nou zullen er mensen zijn, die onmiddellijk tegenwerpen dat dat ook helemaal niet de bedoeling is. Maar als onderzoeker ben ik dan nog niet tevreden. Ik wil namelijk gedurende een onderzoek, en vooral na afloop, kunnen verantwoorden hoe ik aan mijn conclusies kom. Als deelnemers aan mijn onderzoek in een socratisch gesprek heel fundamentele principes uitwisselen, die sturend zijn voor hun handelen, dan wil ik die principes en hun samenhang vastleggen, en graag op een valide manier. En daar komen causale lussen om de hoek kijken.

Causale lussen

Causale lussen komen uit het systeemdenken, die vooral bekendheid heeft gekregen door het boek “De vijfde discipline” van Peter Senge. Door dat boek zijn begrippen als ‘lerende organisatie’, ‘mentale modellen’ en ‘gemeenschappelijke visie’ zo gewoon geworden, dat we het nu bijna clichés vinden. Toch zijn ze nog maar ruim twintig jaar oud. Het gekke is, dat juist de vijfde discipline, systeemdenken, nog het minst weerklank heeft gekregen. Dat is toch altijd is magisch gebleven, iets vaags, dat niet helemaal rationeel verklaarbaar was. Dat klopt ook, zoals ik verderop zal uitleggen. Bij mij is het kwartje gevallen toen ik in 2006 een training volgde van Jan Jutten, waarover ik al eerder geschreven heb.

Het interessante van causale lussen is, dat je met een paar bouwstenen heel krachtige verklarende modellen kunt bouwen. Een uitgangspunt bij systeemdenken is, dat processen vrijwel altijd wederkerig zijn, en dus een cyclische opbouw hebben. De ‘taal’ van systeemdenken helpt bij het zichtbaar maken van die cycli.

Een ‘disclaimer’: causale lussen blijven subjectieve modellen, het zijn dus geen modellen met universele geldigheid. Ze zijn bedoeld om de interpretatie (betekenis) die iemand op een bepaald moment, in een bepaalde context, geeft aan een proces, zichtbaar te maken. Daarmee kan die persoon erop reflecteren, en wordt het mogelijk die interpretatie te delen en te bespreken met anderen. Op die manier kan gezamenlijke, nieuwe betekenis ontstaan. En dat is precies wat we beogen met organisch onderzoek.

Op een workshop op de NVO2 Onderzoeksinspiratiedag heb ik met collega Gertie Blaauwendraad uitgeprobeerd in hoeverre causale lussen gebruikt kunnen worden als manier om de opbrengst (en het proces) van een socratische dialoog vast te leggen. Het resultaat daarvan wil ik hier graag delen. Dat doe ik in het volgende artikel.

         

Een gedachte over “Organisch onderzoeken (2): Socratische dialoog en causale lussen

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.