Boeken en de beperkte ruimte

Gesproken column bij de heropening van “Supplement beeld- en boekwerken”, voortaan gevestigd in voormalig Museum Mooi Nederland, 24 maart 2013 

Al sinds ik als kind zakgeld krijg, koop ik boeken. Dat zijn er in de loop der jaren veel geworden. Zoveel, dat er sinds een paar jaar eigenlijk geen boeken meer bij kunnen. Toch blijf ik kopen, en doe ik maar moeizaam boeken weg, hoewel ik weet dat ik de meeste niet meer ga herlezen. Zelfs de boeken die ik na jaren nog niet gelezen heb, kunnen rekenen op hun vaste plek in de boekenkast. Wat is dat toch voor rare gehechtheid? Wat betekent een boekenverzameling voor een mens? Voor ik die vraag beantwoord, eerst drie observaties.

De eerste is van Frits van Oostrom. Onlangs was hij in Nijmegen in het kader van het verschijnen van zijn Wereld van Woorden. In de voorpublicatie verhaalt hij over de Vlaamse 19e-eeuwse boekenverzamelaar Charles van Hulthem die zijn huis volstouwde met boeken. Zodanig, dat hij er zelf nauwelijks meer in bewegen kon. Erger, vanwege brandgevaar mocht er niet gestookt worden. Kreeg hij het koud, dan liet hij zich door zijn bediende bedekken met de grootste en dikste boeken die hij kon vinden. In zijn tijd een zonderling, bleek Van Hulthem twee eeuwen later een onmisbare schakel in de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis.

Een tweede observatie is van Hugo Brandt Corstius. In een van zijn beroemde gesproken columns uit het radioprogramma Welingelichte Kringen beweerde hij dat, als je alle beroemde beeldende kunst van de wereld zou willen bezichtigen, je in één goedgeplande zomervakantie klaar zou kunnen zijn. De tour langs musea op vijf continenten zou niet meer dan een paar weken hoeven duren.

En, mocht je de canon van de klassieke muziek live willen beluisteren in ’s werelds meest beroemde concertzalen, dan kon dat ook. Je zou er een jaar voor moeten uittrekken, misschien twee, maar het is te doen. Maar dan, stelde hij mismoedig vast, als je alle goede literatuur ter wereld zou willen lezen, een heel mensenleven zou nog niet genoeg zijn. Onbegonnen werk.

Een derde observatie. Wij, mijn gezin en ik, fietsen graag op vakantie. Of althans, mijn vrouw en ik doen dat graag. De kinderen weten niet beter. Mijn vrouw zou overigens ook liever wandelen. Al jaren beloof ik dat we ná de volgende fietsvakantie gaan wandelen. Tot nu toe is die belofte voldoende.

Met vijf personen hebben we, aanhangwagentje meegerekend, 15 fietstassen te vullen. Dat lijkt heel wat, maar slechts één van die tassen kan gevuld worden met boeken. Voor drie weken. Die puzzel bezorgt altijd veel hoofdbrekens. Op een van die fietsvakanties ontmoetten we een ander Nederlands gezin, dat zich met Opel en caravan voor twee weken op een Duitse camping had geïnstalleerd. Met vier e-readers, volgestouwd met digitale boeken. Mijn campingbuurman was lyrisch. Wat een gemak, wat een boekenweelde, nooit meer kiezen wat wel en wat niet mee te nemen. Ongetwijfeld speelde hier ook mee dat e-books illegaal vrij eenvoudig gratis te downloaden zijn, maar daar weidde hij begrijpelijkerwijs niet over uit. Hoewel ik zijn punt zag, raakte ik niet overtuigd. Het is nu enige jaren geleden, maar nog steeds gaat er een tas met echte boeken mee, ook vorig jaar, toen we te fiets de Alpen over trokken.

 

Een mens ontwikkelt zijn denken door het lezen van boeken. Het boek, als fysiek object, is in staat dat denken, die ontwikkeling, tastbaar te maken. Staande in je privé-bibliotheek, voor je boekenkast, ja zelfs al rommel je maar wat in je boekenfietstas, je wandelt als het ware letterlijk door je eigen gedachten. Met het lezen van de titels, en het bevoelen van de ruggen, haal je de keerpunten terug die je maakte in de ontwikkeling van je wereldbeeld.

Zoiets bereik je niet met je CD-collectie, omdat je een CD niet kunt doorbladeren. Je kunt niet de zinnen herlezen, die je je misschien niet letterlijk kunt herinneren, maar die je wel onmiddellijk terugbrengen bij de emoties die je voelde toen je ze voor het eerst las: opwinding, afgrijzen, onbegrip, vrolijkheid, maar ook ontroering en de troost van een nieuw zelfinzicht.

Ik hoef u nu niet meer uit te leggen waarom ik niets met e-boeken heb. En ook niet meer waarom ik zo slecht boeken weg kan doen.

 

Boeken nemen ruimte in, maar net zo goed schéppen ze ruimte. Geestelijke ruimte, waarmee je je eigen ontwikkeling in perspectief zet. Het wegdoen van boeken is daarom als het sluiten van deuren in je hoofd. De kans een herinnering te krijgen, een denkstap van vroeger nog eens heroverwegen: het is voorgoed afgesloten. Met het vergroten van de ruimte in je huis, verklein je de ruimte in je hoofd.

In de tijd van Van Hulthem konden alle boeken die ertoe deden, nog in één huis geborgen worden. In onze tijd is dat onmogelijk geworden. Laten we dan in ieder geval onze eigen boekencollectie tot het uiterste bewaren, om te blijven weten wie we zijn en hoe we zo geworden zijn.

Geen plaats meer in de boekenkast, is geen argument. Vraag dat maar aan een vakantiefietser. Hoe vol een fietstas ook is, er kan altijd nog wel iets bij.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.