Ibn Ghaldoun: zij, wij en onze identiteit

Het is lastig om iets over Ibn Ghaldoun te schrijven. Toch wil ik dat hier proberen, want ik heb het gevoel dat er niet geheel recht wordt gedaan aan het perspectief van de leerlingen van de school. Het is een gevoel, dat ik niet hard kan maken. Ik ken de school niet, en ben er zelf nooit geweest. Ik ben evenmin een ‘kenner’ van het islamitisch onderwijs. Het is niet zonder risico om het op te nemen voor deze groep. In de ogen van velen hebben ze gestolen en fraude gepleegd en verdienen ze straf, geen begrip. Ik wil het dan ook niet goedpraten, alleen laten zien waarom ik denk dat deze gebeurtenis minder onbegrijpelijk hoeft te zijn, dan hij in de ogen van sommigen is.

Wat valt er dan nog toe te voegen aan deze casus? Laat ik beginnen met (maar weer eens) te verwijzen naar het review-onderzoek van Naomi Ellemers, over hoe sociale identiteit onze motivatie stuurt. Zij stelt dat het gevoel ‘erbij te willen horen’ een van de sterkste motivatoren van ons gedrag is. Als de sociale identiteit van iemand in twijfel wordt getrokken: ‘hoor jij wel bij onze groep?’, dan zal die persoon er alles aan doen om te bewijzen, dat hij ‘een van hen is’. En hoe sterker een groep het gevoel heeft dat ze anders zijn dan andere groepen, hoe groter de motivatie zich voor die groep in te zetten.

En dan is er het boek van Paul Verhaeghe, Identiteit. Hij laat heel mooi zien hoe je ‘waarden en normen’ niet kunt opleggen of afdwingen, zelfs nauwelijks kunt aanleren. Normen, zegt Verhaeghe, zijn verankerd in onze identiteit, die langzamerhand, van onze jeugd af, ontwikkeld is. Als we ons zorgen maken over het verval van normen in de maatschappij, dan moeten we ons zorgen maken over de identiteitsontwikkeling van de jongeren in die maatschappij.

Jongeren, het hoeft geen betoog voor wie ermee werkt, zijn volop hun identiteit aan het ontwikkelen. Ze zijn voortdurend bezig met de vraag: waar hoor ik bij? Bij welke groep? Moslimjongeren worden zich bewust, misschien wel hyperbewust van hun anders-zijn. Anders dan wat gangbaar is in Nederland–voorzover je daar nog van kunt spreken. En zeker streng-gelovige moslims zijn zich zeer bewust van de afwijkende identiteit die ze hebben. Volg Naomi Ellemers, en je begrijpt dat ze zich daardoor des te sterker zullen afzetten tegen ‘de’ Nederlandse identiteit. Volg Paul Verhaeghe en je begrijpt dat wat ‘wij’ Nederlanders wel en niet geoorloofd vinden, voor hun niet geldt.

Een eindexamen is een typisch product van de Nederlandse samenleving. Zij zelf zijn niet de Nederlandse samenleving. Het stelen van een examen en er misbruik van maken is daarom niet iets waar ze zich zorgen over maken. Het bevestigt ze slechts in hun eigen–andere–identiteit. Dat heeft niets met het moslim-zijn te maken, want ook in de islam is stelen en bedrog verboden. Het heeft vooral te maken met het ontbreken van verbinding met ‘Nederlandse waarden’ en, omgekeerd, een prikkel die deze jongeren waarschijnlijk juist voelen om zich tegen dat Nederlandse waardensysteem af te zetten.

Is dat goed of fout? Tja. Het is strafbaar in het Nederlandse rechtssysteem, dus de rechter zal er zich over moeten uitspreken. Laat me een ander voorbeeld geven. Op Urk zuipen minderjarige jongeren zich ieder weekend klem. En gebruiken harddrugs. Ook strafbaar. En, naar mijn indruk, op dezelfde manier mogelijk als bij Ibn Ghaldoun. De gemeenschap in zo’n dorp heeft een sterke eigen identiteit, die zich, in een enkele cruciale schakeringen, duidelijk onderscheidt van ‘de’ Nederlandse identiteit. Daarom tolereren de volwassenen om die jongeren heen dat gedrag: het hoort erbij, bij hun groep. Dat zullen ‘wij’, andere Nederlanders, nooit begrijpen.

En met Verhaeghe wordt duidelijk waarom dit, in ‘onze’ ogen zo afwijkende, ja zelfs moreel verwerpelijke gedrag (zowel op Urk als op Ibn Ghaldoun) zo moeilijk te veranderen is. Er wordt gesproken over het sluiten van de school. Dat zal om financiële redenen misschien onvermijdelijk zijn. Maar we moeten niet de illusie hebben dat het werkelijke probleem van de leerlingen van Ibn Ghaldoun daarmee opgelost is. Hun identiteit wordt bedreigd, en sluiting van de school zal die dreiging alleen maar groter maken. Voor een deel van de leerlingen zal dat betekenen dat ze zich alleen maar verder zullen afzetten van ‘de’ Nederlandse samenleving.

Het gaat nu over de examenleerlingen, maar er zijn nog meer klassen op deze school, van leerlingen voor wie het van levensbelang is dat ze een diploma halen, maar voor wie de kansen daarop in deze omstandigheden snel slinken. Waar deze leerlingen nu geen behoefte aan hebben, zijn zwart/wit-verhalen en snelle oplossingen. Onderzoek laat zien dat leerlingen die bedreigd worden in hun identiteit, slechter gaan presteren. Maar ook, gelukkig, dat als ze geholpen worden met hun identiteitsontwikkeling, dat ze zich kunnen verbeteren.

Straf alleen, hoe terecht ook vanuit het standpunt van ‘de’ Nederlandse samenleving, zal de leerlingen van Ibn Ghaldoun niet verder helpen. Waar zij behoefte aan hebben, zijn ouders, leraren, en anderen om hen heen, die hen helpen bij het ontwikkelen van hun identiteit, de bedreiging wegnemen en de verbinding te leggen met de Nederlandse identiteit–wat die dan ook moge zijn.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.