Het einde van ICT in het onderwijs

Eerder verschenen als column in Meso Magazine april 2012. Hier opnieuw geplaatst vanwege mijn bedenkingen bij het aandachtsthema dat het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek ervan heeft gemaakt.

Als ik Wikipedia moet geloven, bevindt we ons met internet nu in fase 3.0. Web 1.0 was de oervorm van internet, waarin ‘platte’ documenten, die daarvoor op papier verspreid werden, met de spreekwoordelijke druk op de knop op een internetadres oproepbaar werden. De relatie tussen gebruiker, inhoud en ‘producent’ veranderde nauwelijks, alleen de technologie waarmee die relatie werd vormgegeven.
Web 2.0 begon rond 2001 en voegde ‘interactie’ toe. De nu alom gebruikte inlogfunctie verscheen, waardoor de gebruiker op maat bediend kon worden. Deze innovatie was de sleutel voor het succes van een bedrijf als Amazon.com, die het verkopen van boeken zo fundamenteel wist te veranderen, dat het gerespecteerde ‘bakstenen’ boekhandels binnen 10 jaar aan de rand van bankroet wist te brengen–of daar zelfs overheen duwde. Gebruikers begonnen te verwachten dat ze snel precies die informatie kregen, die voor hen passend was.

Web 3.0 is weer een stap verder. Wat het precies is, daarover verschillen de meningen. Maar kijk naar Apple, Google, en Twitter en je krijgt een idee. Element 1: niet langer een website, maar de functionaliteit staat centraal. Simpele apps op een mobiel apparaat, die in de achtergrond diverse informatie van internet combineren tot één handzame toepassing voor de gebruiker, vervangen de uitgebreide, maar daarmee ook ingewikkelde websites die de gebruiker alleen op een vaste computer kan gebruiken.
Element 2: zoveel mogelijk informatie van en over gebruikers wordt verbonden in een groot ‘semantisch web’, waardoor zoekresultaten en andere toepassingen intuïtiever werken en nog meer op de gebruiker toegesneden kunnen worden.
Element 3, misschien wel het belangrijkste: gebruikers zelf zijn aan zet. Voor de nieuwste typen websites produceren en combineren zij zelf de inhoud; zij bepalen wie of wat ze ‘volgen’, wat ze interessant vinden (ofwel ‘liken’), wat ze door willen geven en wat ze met elkaar willen delen (en dat blijkt heel veel te zijn).

Wikipedia, een klasse apart naast bovengenoemde typologie, werd vanaf de start door de gevestige orde met argusogen bekeken, en iedere fout die het bevatte werd aangegrepen om aan te tonen hoe onbetrouwbaar het Internet (toen vaak nog met een hoofdletter) eigenlijk was. Daar hoor je niet meer zoveel over.
Maar er zijn nog wel steeds mensen die het nut van ICT in het onderwijs ter discussie stellen. Digiborden: zijn ze wel even effectief als de ouderwetse krijtborden? Digitale leermiddelen: bieden die nou veel extra’s naast gewone boeken? En iPads in de klas: is het moreel wel juist om een commercieel bedrijf het monopolie te geven op kennisverspreiding?
Tegelijkertijd is er een enthousiaste pro-ICT-community. Daarin lijken de onbegrijpelijke Engelse afkortingen even talrijk als de hoeveelheid beeldschermen en snoeren op hun conferenties, waarop de onvermijdelijke ‘awards’ worden uitgedeeld aan veelbelovende projecten. Hoewel ik geïnteresseerd ben in zowel onderwijs als technologie, wekt deze gemeenschap op mij wel eens de indruk van een wereld op zichzelf, een brave new world die alleen nog maar ontdekt hoeft te worden om de ultieme oplossing voor veel onderwijsproblemen te bieden.
Beide zijden zijn in mijn ogen wat wereldvreemd, want als we nu naar leerlingen kijken, en ons afvragen hoe zij hiermee omgaan, lijken zij de hele discussie te negeren. ICT? Voor hun een afkorting uit de vorige eeuw. Internet? Zo gewoon als ademhalen en water uit de kraan. Bring Your Own Device? Doen ze al, alleen moeten ze het apparaatje meestal in hun kluisje laten.

De kwestie ‘ICT in het onderwijs’ is te veel nog een web 1.0-discussie. Het redeneert vanuit de technologie, niet vanuit het leren van leerlingen. In de echte wereld proberen ouders, leraren en leerlingen ondertussen grip te krijgen op web 3.0 ontwikkelingen. Gebruikers aan zet, gegevens uit verschillende bronnen koppelen, flexibele toepassingen op maat die werken (en leren) loskoppelen van vaste tijden en plaatsen. Laten we de inzichten die we daarmee opdoen, ook in het onderwijs gebruiken om leerlingen en hun leren weer centraal te krijgen. Met of zonder iDevice.

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.