Wetenschappelijk schrijven (1): schrijven is schrijven

Deze week hield ik met een aantal promovendi van onze onderzoeksgroep een schrijftweedaagse. Gedurende de bijeenkomst heb ik af en toe wat tips gegeven. Deze tips heb ik uitgewerkt en plaats ik hierbij op mijn weblog. Misschien hebben anderen er ook nog wat aan. De aantekeningen vielen wat langer uit, vandaar dat ik het heb opgedeeld in de volgende delen:

  1. Schrijven is schrijven (dit stukje)
  2. Schrijven is structureren
  3. Schrijven is schrappen
  4. Schrijven is verantwoorden

Je boodschap
Het allerbelangrijkste om te kunnen schrijven: zorg dat weet wat je wil zeggen. Weet wat (ongeveer) je boodschap is. Als je geen urgentie voelt, als je niet weet wat je punt eigenlijk is, waar het over moet gaan en tot welk inzicht je tekst zou moeten leiden, wordt het niets.

Schrijven is schrijven, er is geen ontkomen aan
Schrijven is pas schrijven als je schrijft. Dat wil zeggen: het formuleren van grammaticaal correcte zinnen die bedoeld zijn om door anderen gelezen te worden. Juist daarom, omdat anderen het gaan lezen en er een mening over zullen hebben, kan het heel kwetsbaar voelen om te schrijven. Een twijfel besluipt je: slaat het wel ergens op, wat ik schrijf? Je kunt die twijfel ook positief zien: zodra je dergelijke twijfel voelt, ben je goed bezig, want dan ben je echt aan het schrijven.

Er zijn activiteiten, die op schrijven lijken, maar die het toch niet zijn. Voorbeelden:

  • Denken over schrijven
  • Het maken van een opzetje
  • Lezen van literatuur van anderen
  • Praten over wat je wilt schrijven
  • Ordenen van je aantekeningen, artikelen, etc
  • Teruglezen wat je al geschreven hebt
  • Grasduinen door je onderzoeksmateriaal: vragenlijsten, interviews, observaties, documenten etc.

Bovenstaande activiteiten zijn niet ‘verboden’ als je schrijft. Wat ik ermee wil zeggen is: zorg ervoor dat je een schrijfdoel met die activiteit hebt. Maak in ieder geval aantekeningen bij die activiteiten, dan komt er tenminste nog iets op papier. En stel je zelf ondertussen vragen, om die aantekeningen te richten. Welke boodschap wil je overbrengen? Welk betoog ben je aan het opzetten? Welke gedachtelijn probeer je onder woorden te brengen? Als je zo’n vraag in gedachten hebt, is het prima om je aantekeningen in te duiken, maar zorg ervoor dat je op tijd weer ‘boven water’ komt om daadwerkelijk een antwoord op die vraag op papier te zetten.

Maar aantekeningen maken is toch een soort schrijven?
Uiteraard, aantekeningen zijn een noodzakelijke voorbereiding op ‘echt’ schrijven. Maar het is toch belangrijk om je te realiseren dat het nog geen echt schrijven is. Om van de aantekeningen maken de stap naar schrijven te zetten, zul je de drempel over moeten om naar een publiek toe te schrijven. Ziet het als een soort trainen voor de wedstrijd. Het is noodzakelijk te trainen om een wedstrijd te kunnen spelen, maar trainen is niet de wedstrijd zelf.
Misschien ken je het gespannen gevoel dat een sportwedstrijd met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld een hardloopevenement waar je aan mee doet. ‘Echt’ schrijven zou dezelfde (lichte) spanning met zich mee moeten brengen. Zolang je veilig alleen maar voor jezelf schrijft, ben je alleen nog maar aan het trainen. Dus zoek de spanning op!

En om in de vergelijking te blijven: je hoeft niet gelijk een marathon te gaan lopen… Begin met korte stukjes, zolang het maar echte stukjes zijn die je naar een lezerspubliek toe schrijft. Het kan bijvoorbeeld helpen om voor een weblog een stukje te schrijven over je onderzoek.

Je kunt ook op andere manieren trainen. Maak er bijvoorbeeld een gewoonte van, iedere ochtend een kwartier te schrijven. Dat kan inhoudelijk zijn, maar nog beter kun je even terugblikken op de vorige dag en vooruitblikken naar de huidige. Van dit zogenaamde ‘expressive writing’ is bewezen dat mensen er emotioneel en zelfs fysiek van opknappen. En tegelijk oefen je met je eigen schrijven, kan het beter?

Nog een laatste training is meer een opwarmoefening. Voor hardlopen geldt het adagium: “The hardest step is the first one: out of the front door.” Dat geldt ook voor schrijven: het eerste woord van de dag kan soms het moeilijkst zijn. Oplossing: begin gewoon in het wilde weg te schrijven. Schrijf een etiket of artikel over, maak zwierige onzinkrullen, schrijf wat in je opkomt, alles zolang je pen maar blijft doorgaan. Langzamerhand kun je dan proberen meer coherente zinnen op te schrijven, die tussen de onzin verschijnen. Zet die coherente zinnen op een gegeven moment bij elkaar, en je hebt je begin!

         

4 gedachten over “Wetenschappelijk schrijven (1): schrijven is schrijven

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.