Wetenschappelijk schrijven (3): schrijven is schrappen

Dit is deel 3 in een serie over wetenschappelijk schrijven. Klik hier voor het 1e deel. Het hierop volgende deel is deel 4: Schrijven is verantwoorden.

Van de ene alinea naar de andere
Je belangrijkste houvast in je artikel is, zoals gezegd, de centrale ‘boodschap’ die je hebt. Dat is de rode draad waar je telkens weer op terugkomt, als je af en toe noodzakelijkerwijs wat moet uitweiden. Je hebt ook onnodige uitweidingen, maar die moet je gewoon schrappen (daarover dadelijk meer).
Als je een beetje op gang gekomen bent, zul je merken dat er veel meer over dat interessante thema te vertellen valt, dan in één artikel past. Dat is niet erg, dat is een goed teken, want het betekent dat je over een onderwerp schrijft waar je enthousiast over bent. Wel moet je opletten dat het binnen de perken blijft.

Om te voorkomen dat je te veel uitweidt, kun je voor iedere alinea bepalen welke vraag je ermee wilt beantwoorden. Als je literatuur bespreekt, helpt het om dat stuk literatuur in één alinea te beschrijven, en te eindigen met de zin: “Dat betekent voor dit onderzoek dat…” Door die zin aan te vullen, dwing je jezelf de essentie te formuleren van het artikel dat je aanhaalt. En zo creëer je een automatisch bruggetje naar een volgende alinea.
Let goed op het maximum aantal woorden dat gehanteerd wordt voor je paper, of het nu een voorstel voor een presentatie op een congres is, of een artikel voor een tijdschrift. Vrijwel altijd zijn daar richtlijnen voor, en makkelijkste eerste stap om acceptatie dichterbij te brengen, is om je aan die richtlijnen te houden.
Vaak zul je over dat maximum heengaan, en moeten schrappen. Daarvoor de volgende tips:

  • Beperk je in het gebruik van overbodige bijvoeglijke naamwoorden en andere verfraaiingen. Het kan verwarrend werken (zie bij Stijl) en kost onnodig ruimte
  • Wees beknopt in je methodebeschrijving. Vaak volstaat het te verwijzen naar bekende methodologische artikelen of boeken en aan te geven welke specifieke keuzes je gemaakt hebt. Je hoeft niet alles wat je gedaan hebt  stap-voor-stap te beschrijven.
  • Wees beknopt in je resultaten. Beschrijf niet alles wat je gevonden hebt, maar alleen dat wat je nodig hebt om je veronderstellingen te toetsen. Vaak heb je (veel) meer materiaal. Dat is niet erg, daar kun je misschien nog eens een ander artikel over schrijven. Het hoort wel bij de wetenschappelijke etiquette om aan te geven over of uit welke databronnen je eventueel niet gerapporteerd hebt, en waarom.
  • Schrap eerst hele alinea’s. Dat gaat het snelst. Soms zul je zien dat je hele stukken tekst kunt weglaten zonder je artikel geweld aan te doen. Ga daarna pas kijken hoe je zinnen kunt inkorten.
  • “Kill your darlings”: juist de stukken tekst waar je zelf het meest trots op bent, of waar je zelf het meest waarde aan hecht, blijken soms blokken aan je been te zijn. Wees niet bang hierover eerlijke feedback van anderen te vragen. Doe dit zo vroeg mogelijk, dan is de pijn het minst.

Over stijl

Wetenschappelijk schrijven is vooral functioneel schrijven. Het helpt als het mooi geschreven is, maar dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste is, dat je zuiver bent in je formuleringen en navolgbaar bent in je redeneringen.
In andere, niet-wetenschappelijke teksten is het voor de leesbaarheid bijvoorbeeld raadzaam om regelmatig synoniemen te gebruiken. In een wetenschappelijke tekst kan dat echter juist problematisch zijn. Als je een bepaald concept onderzoekt, dit in de inleiding hebt gedefinieerd en geoperationaliseerd, dan zul je bij dat woord moeten blijven. Als je dan telkens een synoniem zou gebruiken, is het voor de lezer verwarrend waar je het nu eigenlijk over hebt.
Dat geldt ook voor het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In gewone teksten wordt de tekst daar levendig van, in een wetenschappelijk stuk zul je alle overbodige adjectieven moeten weglaten. Scheelt weer in het aantal woorden.
Wetenschappelijk schrijven is voor 99% verantwoorden van wat je gedaan hebt, met literatuur, methode en empirie. Die ene 1% is wat jij er aan meent toe te kunnen voegen, op grond van alles wat je daar naast elkaar hebt gezet. De literatuurcriticus Kees Fens schreef ooit dat een proefschrift in de kern maar uit één zin bestaat, die iets nieuws toevoegt; de rest is onderbouwing.
Waar het in ‘gewone’ teksten voor vakbladen of websites soms handig is als je een paar stappen overslaat en snel terzake komt, daar is het in wetenschappelijke teksten juist andersom: juist die tussenstappen zijn belangrijk, en wat je uiteindelijk gevonden hebt, beslaat maar een klein gedeelte van je tekst. Dat vergt discipline, want juist aan de minst smeuïge gedeelten zul je de meeste aandacht moeten besteden.
Tot slot: het is gebruikelijk dat de theorie en resultaten in de tegenwoordige tijd worden beschreven; terwijl de methode en conclusie in de verleden tijd worden geschreven. Dat is wat tegenstrijdig misschien, je kunt daar je eigen keuze in maken, maar kijk er niet van op als je er alsnog op wordt aangesproken. Wees in ieder geval consequent binnen één paragraaf.

Tot slot: een cyclisch proces
Wat ik geprobeerd heb duidelijk te maken, is dat het schrijven van een wetenschappelijke tekst geen rechttoe-rechtaan proces is. Je gaat niet pas zitten met een leeg kladblok nadat je je het onderzoek hebt gedaan, om het allemaal nog eens op te schrijven. Schrijven is onderdeel van het onderzoeksproces dat in zichzelf een cyclisch proces is.
Dat betekent, bijvoorbeeld, dat het maken van aantekeningen over literatuur een (noodzakelijk) opstapje naar het schrijven is. En zelf schrijven is weer een voorwaarde om te ontdekken welke hiaten er nog in je onderbouwing zitten en welke nieuwe literatuur je nog moet zoeken.

Het is overigens een valkuil om voortdurend nieuwe literatuur toe te blijven voegen aan je theoretisch kader. Gebruik je centrale vraag om jezelf hierin in te perken. Eventueel kun je heel relevante, heel recente literatuur in je discussie nog aanhalen, om in ieder geval te laten zien dat je er kennis van hebt genomen.

Ook als je de resultaten beschrijft, ga je soms terug om nog een extra analyse uit te voeren. “Klopt dat wel? Kan ik dat echt zo zeggen? Zie ik niet iets over het hoofd?” En uiteraard is het zorgvuldig opschrijven van centrale vraag en veronderstellingen (hypothesen) een voorwaarde om te überhaupt te weten welke analyses je wilt gaan doen.

Het lastigst is dit cyclische proces bij de methode. Op een gegeven moment heb je bepaalde keuzes gemaakt, die niet terug te draaien zijn. Daarvoor kun je niet terug: het onderzoek is nu eenmaal uitgevoerd. Of je hebt keuzes gemaakt, maar je weet niet meer goed waarom. Om die reden is het van belang om gedurende het hele onderzoeksproces in een logboek zo nauwkeurig mogelijk bij te houden welke keuzes je hebt gemaakt. Dan kun je in het schrijfproces altijd terug naar die ene fase, hoe ver die ook terug ligt in de tijd.

En als laatste tip: schrijf uit je hart.

Klik hier om naar het volgende deel in de serie te gaan: Schrijven is verantwoorden

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.