Op de thee bij Cito

Een charme-offensief, zou je het kunnen noemen. Cito nodigde ons, een paar actievelingen op de sociale media, uit om eens een middagje te praten over wat we van toetsen in het algemeen, en Cito-toetsen in het bijzonder vonden. Ze hadden gemerkt dat de sociale media een belangrijke rol spelen in het debat en het leek hun een goed idee eens persoonlijk kennis te maken. Goed initiatief. En goed gezelschap: Marten Roorda, CEO van Cito; Jacqueline Visser, marktgroepmanager PO en Saskia Wools, psychometrisch specialist. Liesbeth van Litsenburg leidde het gesprek.

Verder aan tafel zaten Karin den Heijer, Renske Valk, Machiel Karels, Martin Dogger en ikzelf. Waarover spraken wij? Over het ‘teaching to the test’-probleem; over de validiteit van de rekentoets VO; over de beeldvorming rond Cito en de rol die het heeft als zowel uitvoerder van overheidsbeleid, als expertinstituut dat de kwaliteit van dat beleid kan beïnvloeden; over het soms lastig uit te leggen onderscheid in de marktactiviteiten en overheidstaken. Alle vragen en kritische opmerkingen werden serieus beantwoord. De stemming was goed, soms was de discussie wat feller, niet altijd waren we het eens, maar nergens werd het echt onvriendelijk.
En nu? Ben ik nu veranderd in mijn opvattingen over Cito en de rol van toetsen in het onderwijs? Moeilijk te zeggen. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik onder de indruk ben (toch) van de betrokkenheid die Cito toont bij de taak die het heeft. De claim, dat ze de wereldtop zijn in toetskwaliteit, wil ik best geloven. Dat we in ons land zo’n instituut hebben, moeten we koesteren. Niet het kind met het badwater weggooien, en maar roepen dat Cito wegmoet, dat soort ongenuanceerde kreten hou ik niet van.

Ik heb goed geluisterd naar Marten, toen hij uitlegde hoe de stichting en de BV hun taken van elkaar scheiden. Hij heeft uitgelegd wat het verschil is tussen ‘oefenen voor de toets’ (waar Cito op tegen is, en ook nooit zal steunen) en ‘kennis laten maken met de manier van vragen stellen’ (waar Squla—powered by Cito—haar geld mee verdient).
Ik heb ook goed geluisterd naar Saskia, toen ze uitlegde dat veel oefenen weliswaar de validiteit van de eindtoets zou kunnen aantasten, maar dat ze geen reden heeft om aan te nemen dat dat echt zo is. En ik snap ook Jacqueline, die stelde dat zij aan schoolbesturen altijd heel duidelijk uitlegt welke informatie ze wél en welke ze níet aan de Cito-uitslag kunnen ontlenen. Als ze daar dan toch te veel gewicht aan geven, tja.

Maar.

Ik denk dat die nuances buiten de Cito-muren verloren gaan in de lachsalvo’s en kretologie van DWDD en P&W. Dat krantenkolommen meestal te weinig ruimte bieden om dat soort details uit te leggen. En wat er dan overblijft, zijn schoolbesturen die zien dat Cito-scores toch een zeer essentieel onderdeel van het inspectie-oordeel uitmaken. Ouders die zien dat media over elkaar heen buitelen om op basis van Cito-scores ranglijsten te maken. Die folders van commerciële partijen in de tasjes van hun kinderen vinden, die beloven dat met hun pakket hun kind ‘met meer vertrouwen de Cito-toets gaat maken’.
En ik vraag me dan af: welke verantwoordelijkheid voelt Cito daarvoor? Ik vroeg Marten naar de pedagogische verantwoordelijkheid die Cito voelt, voor het bestendigen van een cultuur van presteren en scoren. Waar veel mensen genoeg van hebben, en wel vanaf zouden willen. Martens antwoord kwam erop neer dat hij Cito niet de aangewezen partij vond dat te veranderen.
Hij keek niet zo enthousiast toen hij die vraag beantwoordde. In ieder geval minder enthousiast toen hij het had over de missie van Cito, namelijk om met behulp van toetsen het leren van alle leerlingen zo goed mogelijk te laten verlopen: ‘toetsgestuurd leren’. Martin Dogger legde wat mij betreft de vinger op de zere plek, toen hij zich afvroeg of die volgorde niet andersom moet zijn, of niet het toetsen in dienst moet staan van het leren, in plaats van andersom.
Mijn twijfels blijven dus. En die gaan niet zozeer over of overheidsgeld wel rechtmatig besteed wordt. Daar kun je ook lang over praten, maar dat is uiteindelijk maar een juridische kwestie. Mijn twijfels betreffen vooral de vraag of Cito zich voldoende bewust is van de ethische verantwoordelijkheid die het heeft. En daar hoort de pedagogische verantwoordelijkheid bij, niemand die in het onderwijs werkt, kan zich daar aan onttrekken, denk ik.
Vanavond las ik door een tweet over het belang van kwetsbaarheid om te kunnen leren. Die kwetsbaarheid toon je als leerling pas in een veilige relatie met je leraar. Die relatie moet uitgangspunt zijn. En als leraren het daarin van belang vinden om een toets te gebruiken, moeten zij dat vooral doen. De leerling moet erop kunnen vertrouwen, dat die leraar het beste met hem voor heeft in het gebruik van die toets.
Mijn zorg is, dat in Nederland die leraren echter te vaak een toets krijgen opgelegd, die zij moeten gebruiken, of ze nu willen of niet. Het is vaak niet de verantwoordelijkheid van de leraar om de toets te gebruiken, maar het gebeurt, omdat het moet. Dat schept een bepaalde onveiligheid voor de leraar, die deze doorgeeft aan de leerling. Waardoor die zijn kwetsbaarheid niet zal tonen. Daarmee wordt de belangrijkste basis voor het leerproces, die de leraar zorgvuldig opbouwt, aangetast.

We hebben vanmiddag ook uitgelegd gekregen, dat Cito graag het accent wil verleggen van het gestandaardiseerd, summatief toetsen, naar meer individueel, formatief toetsen. Zo’n ontwikkeling juich ik van harte toe. En ik hoop dat Cito inziet, dat dat onlosmakelijk verbonden is met het geven van meer ruimte aan leraren om zelf te bepalen of en wanneer die toetsen worden ingezet, ingebed in een zorgvuldig gebalanceerde pedagogisch-didactische benadering. Dan pas staat de leerling écht centraal.

Over die kwetsbaarheid en het geschonden vertrouwen dit fragment uit de Echte jongens film van Katinka de Moor

         

7 gedachten over “Op de thee bij Cito

  1. Mooi verslag. Wat me vooral intrigeerde was de opmerking van Saskia Wool dat veel oefenen de validiteit van de toets aantast, maar dat ze geen reden heeft om aan te nemen dat dat zo is. Dat vind ik vreemd. Het is toch redelijk algemeen bekend dat er zowel op de basisscholen zelf als thuis (veel) wordt geoefend voor de Cito-toets.

    De kans dat door dat oefenen de validiteit wordt aangetast is dus zeker reëel. Lijkt me wel iets dat het uitzoeken waard is. Dit is blijkbaar nog niet gedaan (anders hoeft ze geen aanname te doen). Aan de andere kant begrijp ik best dat Cito niet graag zegt dat hun toetsen niet valide zijn door al dat oefenen….

  2. Ik vond het antwoord ook niet helemaal bevredigend. Saskia vond het overigens best het overwegen waard dat eens te onderzoeken. Het klonk alleen niet of daar op korte termijn budget voor wordt vrijgemaakt. Hier ligt voor mij wel de belangrijkste integriteitskwestie voor Cito. Kies je voor wetenschappelijke zuiverheid, dan doe je er alles aan om beïnvloeding (dmv oefenen, oneigenlijk gebruik van resultaten etc) van je testresultaat te voorkomen. Heb je belang bij het genereren van omzet (al dan niet commercieel) uit het zo breed mogelijk gebruik van je testen, dan doe je er alles aan om je test zoveel mogelijk bekendheid te geven. Het is een onmogelijke keuze in de huidige situatie. Ik heb het antwoord ook niet.

  3. Schokkend vond ik het “toetsgericht leren”. Hier spreekt een technocraat die kwijlt bij de gedachte hoe meer cijfers hoe beter. Daar lopen de rillingen van over mijn rug.
    Het klinkt een beetje als “bodybaggericht oorlogvoeren”.
    “Medicijnverkoopgericht voorschrijven”.
    “Bonusgericht bankieren”.
    Ongekeerde wereld. Bizar. Maar goed dat het aapje nu uit de mouw komt.
    Hier spreekt de menselijkheid niet meer.

  4. Net als Hartger vond ook ik de middag boeiend. Dank aan Cito voor de gastvrijheid.
    Jaap, jij schrijft dat er op scholen en thuis geoefend wordt voor “de Cito-toets”. Tijdens de middag legde Marten uit dat Cito veel meer doet dan alleen de Eindtoets Basisonderwijs. Daar zit voor mij ook een deel, wat zorgt voor onduidelijkheid en een verkeerde beeldvorming. Cito is een stichting, maar ook een BV. De BV is een 100% dochter, maar beide organisaties zijn wel strikt gescheiden, zo vertelde Marten. Oefenen voor de eindtoets is lastig, want deze verandert per jaar.
    Gericht oefenen (trainen?) van de vragen voor het LOVS is beter mogelijk, want deze boekjes liggen op scholen. Dit is een nuance, die, precies wat Hartger meldt, ook niet altijd gedeeld in de 140 tekens discussies, om ook die wijze van communicatie maar even erbij te halen.
    Dus stellen dat er geoefend wordt voor “de Cito-toets”, vraagt wat mij betreft om een verdere duiding.

  5. Een in mijn ogen onderbelicht element van de discussie is dat je met toetsen probeert te evalueren wat je vind dat de kinderen zouden heben moeten en kunnen leren. De leerkracht evalueert en kiest het evaluatiemiddel. Datbkan en toets zijn, maar ook iets anders. De toetsen zijn genormeerd, waarmee er ook een vergelijking met anderen die de toets hebben ondergaan kan worden gemaakt.
    Met toetsen, zeker de tussentijdse zijn allerlei technisch statistische problemen. Een daarvan is normslijtage. Dat maakt de andere evaluatiemiddelen extra belangrijk. Je kunt niet zonder meer vertouwen op de uitkomst. Dus zijn er andere instrumenten nodig naast de toets. Daarnaast is er het onderscheid tussen vaardigheidstoetsen en beheersingstoetsen. CITO brengt vaardigheidstoetsen uit, maar de scholen, methodenmakers en anderen maken er in ongeveer 3 tot 4 jaar beheersingstoetsen van.
    Dit soort basiskennis kan onderdeel zijn de professionele bagage van ierere leerkracht. Dan zal zij afgewogen instrumenten kiezen en nog trotser zijn op haar vak. Toetsen zijn dan echt een middel, met gebreken net als alle andere middelen die zij gebruikt en samen haar professionele handelen inhoud geven.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.