De Professionele Dialoog
https://www.hartgerwassink.nl/2014/06/betekenisvol-onderwijsonderzoek-ervaringen-van-de-ord-2014/
Export date: Tue Nov 19 0:50:44 2019 / +0100 GMT

Betekenisvol onderwijsonderzoek. Ervaringen van de ORD 2014


Even uit de losse pols wat ervaringen van de ORD in Groningen. Ik zag er wat tegenop, omdat ik de opbrengst van zo'n conferentie ten opzichte van de investering in tijd en geld (toch al gauw 600 euro belastinggeld voor mijn deelname) matig vind. Maar ik vond dat ik moest gaan: het is per slot het enige grote congres over onderwijsonderzoek in Nederland en Vlaanderen. Na een uur kwamen de vragen en ideeën, die ik vorig jaar ook al had, alweer naar boven. Ik zet ze hier op een rijtje en geef daarbij ook aan hoe ik denk dat het óók kan.

Format
Hoewel ik het heel leuk vind om allerlei bekenden en oud-collega's weer te zien en te spreken, valt me onmiddellijk, op mijn eerste ochtend weer op, hoe ouderwets het eraan toe gaat. Ik bedoel, het is toch bedroevend dat we in 2014 nog steeds in een benauwd zaaltje naar dia's op een scherm moeten kijken als het om kennisuitwisseling gaat? Het format is zo eenzijdig, er is zo weinig ruimte voor uitwisseling. Er kunnen nauwelijks vragen gesteld worden.

De presentaties kun je van te voren op internet zetten. Daar zijn legio mogelijkheden voor. De vragen die congresgangers hebben, kun je vooraf inventariseren, bijvoorbeeld via Twitter. Iedereen kan dan meelezen en meedoen. Op de sessie zelf kan dan een goede moderator een selectie van vragen maken en de onderzoeker in discussie laten gaan met aanwezigen.

Inhoud
Dan inhoudelijk. De aanpak in de presentaties is zo wisselend. De onderzoeksvraag is lang niet altijd helder. Methodologisch worden er essentiële epistemologische uitgangspunten impliciet gelaten. De resultaten en conclusies sluiten lang niet altijd aan op de vraag zelf. Onderliggende ‘grotere' theorieën blijven onderbelicht.

Wat zijn de grote vragen die we te stellen hebben? Laat ik me beperken tot ons eigen gebied van het lectoraat. Hoe ontwikkelen leraren zich in hun beroepsidentiteit? Hoe zorgen ze ervoor dat ze betere docenten worden? Hoe is dat verbonden met hun persoonlijke ontwikkeling?
Hoe kunnen we daar zicht op krijgen? Sommige onderzoekers onderzoeken dat alleen met vragenlijsten, anderen alleen met interviews, zonder daar verder over uit te weiden wat je dan wel of niet te weten komt, en hoe het onderzoeksparadigma dat je hanteert, daarmee samenhangt. Een enkeling wel, maar al gauw gaat het dan weer over details in de uitvoering van het onderzoek.
De ‘strijd' tussen paradigma's lijkt ‘gewonnen' te zijn door het positivistische paradigma. In de praktijk blijken er toch nog veel vragen onopgelost te blijven voor leraren (zie de volgende paragraaf). Totdat docenten ongeduldig onderzoeksresultaten uit de handen van onderzoekers rukken, lijkt het me verstandig om ook op het niveau van paradigma's de discussie te blijven voeren.

Praktijk
De verbinding met de praktijk is soms ver weg. Het aantal ‘echte' docenten in de zaal is op de vingers van één hand te tellen, of soms gewoon nul. Dat moeten we ons toch aantrekken als onderzoekers in het onderwijs? We presenteren toch niet alleen voor onszelf? Daar lijkt het nu soms wel op. Stel je een medisch congres voor, waar geen enkele praktiserend arts in de zaal zit.

Een van de prangende praktijkvragen in een presentatie was bijvoorbeeld: we weten dat leraren het beroep verlaten, omdat ze het soms moeilijk vinden om goed met leerlingen om te gaan. Hoe zorgen we ervoor dat leraren beter snappen wat er gebeurt in die relaties? Er gebeurt veel onderzoek met de VIL. Dat is voornamelijk een beschrijvend instrument. De theorie is, dat leraren ‘helpend/sturend' moeten zijn, om ‘effectief' te kunnen zijn.
Maar hoe kunnen leraren ‘helpend/sturend' worden? Er zit geen knop op leraren, die je in die stand kunt zetten. Of je ‘helpend/sturend' bent, hangt af van a) je eigen opvatting over wat helpend is en b) of dat door leerlingen als helpend wordt ervaren. 
Kortom: het is een subjectieve, gecontextualiseerde interactie, waarin betekenisgeving in wisselwerking plaatsvindt. Dat is een geweldig complex proces, waar we na 30 jaar interactieonderzoek nog niet een begin van een idee van hebben, hoe dat werkt.
Ondertussen doen docenten het wel, iedere dag opnieuw. Wat hebben we hun te bieden?

Betrekken van docenten
Al die onderzoekers sluiten zich drie dagen op in een conferentiecentrum. Ondertussen geven docenten gewoon les. Het interessante is, dat die zich tegenwoordig wel op de hoogte kunnen houden van wat er gebeurt. Ze reageren en stellen vragen via Twitter. Maar doen wij onderzoekers daar dan ook wat mee?

Er is geen docent die drie dagen vrij krijgt voor een wetenschappelijk congres. Nascholing van docenten is meestal één dag, of een halve dag. Onderwijs is in de kern een praktijk. Hoe kunnen we die praktijk dichterbij brengen in zo'n conferentie? Zou je bijvoorbeeld van iedere onderzoeker kunnen vragen een docent mee te nemen in de presentatie? Of een docent de presentatie te laten doen? Of op zijn minst ervoor zorgen dat vragen van docenten via sociale media gesteld kunnen worden en beantwoord worden?

Reacties welkom. Ervaringen van ORD-gangers die anders zijn, hoor ik ook graag.
Post date: 2014-06-12 11:10:44
Post date GMT: 2014-06-12 10:10:44

Post modified date: 2014-06-12 23:04:50
Post modified date GMT: 2014-06-12 22:04:50

Export date: Tue Nov 19 0:50:44 2019 / +0100 GMT
This page was exported from De Professionele Dialoog [ https://www.hartgerwassink.nl ]
Export of Post and Page has been powered by [ Universal Post Manager ] plugin from www.ProfProjects.com