Vrije keuze in vakanties op school: goed voor leerling en leraar

Schoolvakanties en lestijden zouden moeten worden vrijgegeven om beter onderwijs te realiseren. Om goed onderwijs te realiseren, is het nodig dat leraren tijd en aandacht kunnen besteden aan hun leerlingen. Leraren voelen zich echter steeds meer ‘lesboer’: uitvoerder van een vastgesteld curriculum met extern bepaalde criteria, binnen een organisatie die nauwelijks ruimte laat voor variatie in de manier waarop ze met hun leerlingen werken. Terwijl leraren juist de voldoening en energie halen uit het betekenisvolle contact met hun leerlingen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat leraren meer ruimte krijgen om hun eigen aanpak in hun onderwijs te realiseren?
Het is merkwaardig, dat het fenomeen van de vaste schoolvakanties in de discussie over ‘professionele ruimte’ tot nu toe nauwelijks een punt van discussie is. De vaste vakantie is toch een van de belangrijkste systeemkenmerken die ervoor zorgen dat de leraar geen professionele ruimte kan nemen. Door deze vaste vakanties liggen lessen vast in roosters, opgedeeld in periodes, waar aan het eind ervan voor alle leerlingen tegelijk een toets moet worden afgenomen. Dit zorgt voor een onevenredige verdeling van de werkdruk, waar leraren zelf nauwelijks invloed op hebben.

Leraren zijn van alle beroepsgroepen, ondanks hun lange vakanties, verrassend genoeg het minst tevreden met hun verlof- en vakantieregeling, blijkt uit recent onderzoek van TNO Arbeid:

Veel beter zou daarom zijn, om de vaste schoolvakanties en lestijden los te laten. Daarmee zorg je ervoor dat leraren zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de manier waarop ze lesgeven. Ze zullen veel creatiever kunnen zijn in de manier waarop ze hun onderwijs met hun leerlingen willen realiseren. Dat maakt dat het onderwijs gevarieerder en diverser wordt. Vooral maken we ruimte voor een betere relatie tussen leraar en leerling, en dat is de kern van goed onderwijs.

Ik heb hier al eens vaker over geschreven. Zie deze column, en deze bijdrage. En net weer een column voor De Nieuwe Meso. Mijn pleidooi wordt wat voorspelbaar voor sommigen misschien. Daarom probeer ik het nu eens alles op te schrijven wat naar mijn idee dit pleidooi ondersteunt. Hierin werd ik gisteren gesterkt door dit artikel in het Nederlands dagblad van vakbondsbestuurder Joany Krijt. Als zelfs vakbonden al van mening zijn dat de vaste vakanties afgeschaft worden, zijn we een eind op weg om dit knelpunt eindelijk eens op te lossen. En dat het kan bewijst sinds enige jaren De School in Zandvoort, zo blijkt uit dit stuk in het Haarlems Dagblad.

De kwestie heeft verschillende (overlappende) aspecten, die ik stuk voor stuk wil bespreken. Ik begin met een heet hangijzer: de werkdruk die leraren ervaren. Daarna bespreek ik nog het aspect van onderwijskwaliteit, de positie van ouders, die van besturen en last but not least: de leerlingen.

Leraren en werkdruk
Werkdruk is subjectief. Ho, niet afhaken! Dat is echt zo, en dat geldt ook voor leraren. De belangrijkste oorzaak van werkdruk is namelijk niet de absolute hoeveelheid werk (de taakbelasting) maar het gebrek aan hulpbronnen om die taakbelasting te compenseren. Natuurlijk, het aantal lesuren voor leraren in Nederland behoort tot de hoogste van de wereld en dat speelt zeker een rol. Maar het belangrijkste zit in de ‘zachte’ factoren: ruimte om zelf te kunnen bepalen wanneer die uren gewerkt worden, en het onderhouden van goede relaties met collega’s en leidinggevenden over de inhoud en kwaliteit van het werk.
Er is inmiddels een grote hoeveelheid onderzoek verricht naar de oorzaken van werkstress. Het leidende model hierin is het ‘Job Demands-Resources’ model, ofwel het Werkstressoren en Energiebronnen (WEB-)model van de Utrechtse onderzoekers Demerouti, Bakker en Schaufeli. Dat model laat zien dat de spanning die voortvloeit uit stressbronnnen (in het onderwijs: taakbelasting, ofwel de hoeveelheid werk die verricht moet worden) kan worden gecompenseerd met hulpbronnen, zoals steun van collega’s en leiding, en betrokkenheid bij besluitvorming.
Uit divers onderzoek onder de beroepsgroep leraren blijkt, dat het nu net schort op die laatste aspecten. Dit onderzoek van ResearchNed (uit 2009 alweer, hou me aanbevolen voor recentere gegevens) laat zien dat leren vaak niet precies weten  wat er van ze verwacht wordt door hun leidinggevende, en het gevoel hebben te weinig bij besluitvorming te worden betrokken. Update: uit het al eerder genoemde NEA-onderzoek van TNO en CBS blijkt dat de sociale steun die leraren ervaren, op een adequaat niveau ligt. Wel blijkt uit dit onderzoek dat leraren hun werk emotioneel zwaar vinden, en regelmatig heel hard moeten werken. Daarnaast ervaren leraren weliswaar vrijheid, behalve in het indelen van hun werktijden.

Binnen de klas is er dus weliswaar veel vrijheid, maar daarbuiten valt er weinig meer te beïnvloeden. Logisch dus, dat de werkdruk de pan uitrijst. Ik denk dat er geen beroepsgroep aan te wijzen is, waar de verhouding tussen werkstressoren en hulpbronnen zó scheef is, als onder leraren.

Los je dit op, dan zal het werkplezier toenemen en het ziekteverzuim afnemen. Het ziekteverzuim in het onderwijs is hoger dan in andere sectorenDat is logisch, want hoe meer werkdruk je ervaart, hoe eerder je je ziek zult melden. Een lager ziekteverzuim is in de eerste plaats prettig voor de leraren zelf, en in de tweede plaats voor hun leerlingen, die meer continuïteit hebben in hun relaties met school. Daarnaast bespaart het ook een hoop geld voor vervanging. Nu is dat allemaal geen probleem, omdat scholen verplicht aangesloten zijn bij het Vervangingsfonds en alle zieke leraren gewoon vergoed krijgen. De PO-raad stelt echter voor om die verplichte aansluiting los te laten. Voor schoolbesturen met een laag ziekteverzuim kan dat veel geld opleveren.

Onderwijskwaliteit
Maar, hoor ik u denken, dat is toch vreselijk ingewikkeld? Maar dat is het gangbare leerstofjaarklassensysteem en de lessentabel eigenlijk ook, alleen zien we dat niet meer. Nu is het zo, dat ieder kind van hetzelfde leeftijdscohort op hetzelfde moment dezelfde les krijgt  en ongeveer hetzelfde bereikt moet hebben. Het eerste (iedereen tegelijk dezelfde les geven) werkt niet goed, waardoor er ‘gedifferentieerd’ moet worden. Het tweede (iedereen op hetzelfde moment op hetzelfde niveau krijgen) werkt evenmin, waardoor leraren zich een ongeluk toetsen om vast te stellen wat de afwijking van de norm is en hoe dat zo snel mogelijk gerepareerd kan worden. En dan laten we leerlingen ook nog zittenblijven, wat een ongelooflijke verspilling van talent, tijd en energie is.

Waarom? Stop met die rigiditeit en bevrijd leraren uit het harnas van het jaarritme. Zie bijvoorbeeld de ideeën van leraar en Correspondent-auteur Johannes Visser hierover in dit stuk.
Leraren kunnen, als ze zelf hun vakanties mogen bepalen, en de lesperiodes niet vastliggen op die 36 weken per jaar, meer flexibel gaan samenwerken in kleine teams van collega’s. In die teams gaan ze onderling bepalen hoe ze voor een bepaalde groep leerlingen de lesstof verzorgen. Soms in grotere groepen, soms individueel. Als een leraar een dag vrij wil nemen, dan kan dat, als hij het kan afspreken met zijn collega’s. Als een leraar ziek is, vallen niet gelijk alle lessen uit, want er kan makkelijker wat geïmproviseerd worden. Eigenlijk net zoals in de gezondheidszorg, in de horeca of in allerlei andere sectoren in teams gewerkt wordt.
Leraren krijgen daardoor ook meer ruimte om zich met het beleid te bemoeien. Logisch, want als ze zelf in onderling overleg met ouders en leerlingen bepalen hoe ze lessen gaan organiseren, kunnen ze ook beter aan schoolleiding en -bestuur aangeven wat ze daarvoor nodig hebben. Nu hebben ze weinig invloed, want er is feitelijk weinig om invloed op te hebben: er ligt al zoveel vast!

Ouders
De relatie tussen ouders en school is nu soms nogal prikkelig, zeker als het over schooltijden en vakanties gaat. Dat heeft, zeker in het primair onderwijs, veel te maken met de stress rond het regelen van opvang voor kinderen tijdens de lange vakanties en onverwachte extra vrije dagen. Op het voortgezet onderwijs zijn ouders dolblij dat ze van die stress verlost zijn, omdat kinderen dan oud genoeg zijn om alleen thuis te blijven. Hun houding ten opzichte van de school en de rigiditeit in lessen en vakanties is dan al volkomen negatief gevormd. Logisch dat het gesprek tussen school en ouders over uitgevallen lessen danwel vrije dagen buiten de vakanties om, meestal niet zo soepel loopt.
Maar als ouders geen wakken in hun agenda van de lange vakanties meer hebben, ook niet meer zo krampachtig met snipperdagen voor onverwacht uitvallende schooldagen hoeven om te gaan, wordt het ook makkelijker om rond intensieve projecten als kamp, musical, uitwisseling, excursies en wat dies meer zij, ouders in te zetten, waardoor leraren niet zelf meer alles hoeven te doen. Willen die ouders dat dan? Ja, maar al te graag, maar wel als er dan een gelijkwaardig overleg is over de andere besteding van de tijd voor school. Nu is die gelijkwaardigheid er niet, dus voelen ouders zich ook niet serieus genomen, dus gaan de luiken al snel dicht.

Besturen: is het te betalen?
Maar het is niet te betalen, hoor ik de bestuurders roepen, want leraren werken nu al zo veel. Hoe gaan we dan die weken vullen dat de scholen ook nog open moeten zijn? Even een mythe doorprikken (hier ga ik lezers kwijtraken): leraren werken niet meer uren dan werknemers in andere branches. Hiernaar is door het ministerie van Onderwijs in 2001 onderzoek gedaan. En natuurlijk is er wel wat veranderd in de tussenliggende jaren, maar ik denk niet dat leraren plotseling 10-20% meer uren zijn gaan werken.
De reden dat leraren dénken dat ze zoveel uren werken, heeft in de eerste plaats te maken met ervaren werkdruk (het gebrek aan hulpbronnen, zie boven), waarmee ze het aantal uren verwarren. In de tweede plaats, en meer zichtbaar, heeft het ermee te maken, ik durf het haast niet te zeggen, met het grote aantal weken vakantie dat ze hebben: maar liefst 12 weken, waar de gemiddelde werknemer in Nederland het met 6 à 7 weken moet doen. Dat maakt nogal uit.
Je kunt het ook uitrekenen. Leraren werken theoretisch 1659 uur. Verdeel die over 46 weken (52 min 6 weken vakantie) en je komt uit op een kleine 36 uur per week, een keurige werkweek voor veel mensen. Verdeel die over 42 weken (in aanmerking genomen dat leraren 2 volle weken van hun vakantie doorwerken), dan kom je uit op 39,5 uur per week. Ik wil best aannemen dat dat zwaar is, zeker als een groot deel van die uren bestaat uit intensief contact met volle klassen.
Uit ander onderzoek, blijkt dat leraren hun uren vaak ook spreiden over de dag. Ze zijn bijvoorbeeld van 8 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags op school, gaan dan naar huis, doen dan wat anders en werken ’s avonds weer even een paar uur. Dan hebben ze 9 uur gewerkt die dag, het gevoel dat ze een heel lange dag gehad hebben, maar feitelijk hebben ze dan niet meer uren gewerkt dan werknemers in andere sectoren.
Maar ik denk niet dat leraren al die 42 weken (inclusief die twee vakantieweken) 8-9 uur per dag volmaken. Er zijn vast heel drukke toetsweken bij, die leiden tot werkweken van 48-50 uur. Voor veel leraren zijn er ook weken waarin ze niet zoveel voorbereiding of nakijkwerk hebben, en dan kom je lager uit.

Ja, sommige leraren werken echt wel meer dan die 1659 uur per jaar. Klopt ook. Maar dat geldt ook voor mensen met een ‘gewone’ baan. Die komen soms ook al om 8 uur op hun werk, of blijven tot ver na vijven. Of doen thuis nog wat mail, of schrijven aan een notitie. En die mensen hebben niet die extra lange vakanties om dat overwerk in te halen of daarvan bij te komen.
Maar waar het me om gaat: met het huidige ‘takenplaatje’ van 1659 uur kunnen andere organisaties en bedrijven hun ‘roosters’ vullen. Dat moet in het onderwijs dan ook lukken. Zeker als je lessen anders gaat organiseren, en daarover onder het kopje ‘Leerlingen’ meer.

Een andere besparing zit in het gebruik van ruimtes. Schoolgebouwen kunnen ook anders worden gebouwd: met een grotere diversiteit aan ruimtes, die veel flexibeler kan worden gebruikt. Niet meer pieken met ruimtes die 40 weken lang ’s ochtends bomvol zitten, om de rest van de tijd angstwekkend leeg te staan. Veel schoolgebouwen zijn daar nu wel voor neergezet, wat een enorme verspilling van geld is. Ik geef toe, het gaat even duren, maar ook daar kun je dus op besparen.

De samenleving
In het onderwijs mogen we graag over de toekomst praten. Twentiefurstsentjurieskills en wat dies meer zij. In het hoger onderwijs wordt keihard gewerkt aan ‘blended learning’. Maar ook vandaag al zijn we, vooral buiten het onderwijs, steeds meer gewend flexibel te werken. Kantoortijden zijn niet meer zo vast als vroeger. Er zijn allerlei varianten van deeltijd- en flexwerk. Met laptop en mobiel doen we dat wat we moeten doen, waar en wanneer we willen. Is dat niet iets om leerlingen ook op voor te bereiden? De lange zomervakanties zijn een eeuw geleden ingevoerd, omdat leerlingen wegbleven tijdens de zomer, om op het land te helpen. De roep om het weer af te schaffen gaat terug tot zeker 1957 (met dank aan Ronald Bloemers voor dit speurwerk). Is het niet hoog tijd om die knoop nu eens door te hakken?

Leerlingen

Tot slot. Vooral voor leerlingen zou het afschaffen van vaste vakanties een zegen zijn. Natuurlijk, leerlingen vinden vakanties nu fantastisch. Maar dat is vooral omdat het door de dag heen op school zo ongelooflijk saai is, en ze heel weinig mogelijkheden hebben om op hun eigen manier en in hun eigen tempo te leren. Lees hiervoor deze column van een leerling van de al eerder genoemde Johannes Visser.
Op scholen zoals de al eerder genoemde De School in Zandvoort, die al werken met flexibele lestijden en vakanties, merken leerlingen dat het heel prettig is om zelf te bepalen wanneer je werkt. Leerlingen blijken ook heel goed in staat zelf te (leren) plannen wanneer ze met welke lesstof aan de gang gaan. Traditionele vernieuwingsscholen als Dalton-, Montessori- en Jenaplanscholen hebben hier al een eeuw ervaring mee. Leerlingen leren hiermee ook direct wat samenwerken is, compromissen sluiten, en verantwoordelijkheid dragen.
Als je leerlingen echt vraagt, wat wel werkt en wat niet tijdens de lessen op school, zul je zien dat veel leerlingen nu wel present zijn, maar zich regelmatig doodvervelen. Toch halen de meeste leerlingen hun toetsen en eindexamens. Dat betekent dat veel leerlingen lessen volgen, die ze niet nodig hebben. Laat ze dan wegblijven! Dan hou je minder leerlingen over, wat inzet van leraren scheelt en bovendien tijdverlies door gebrek aan motivatie en bijbehorend ‘verstorend’ gedrag.

Natuurlijk, er zijn leerlingen die juist meer lessen nodig hebben. Des te beter, als er geen vaste vakanties meer zijn! Hoe flexibeler je het onderwijs maakt, hoe beter je die leerlingen kunt bedienen. Daardoor komen achterstanden eerder in beeld, kunnen ze sneller worden opgelost, wat ook weer tijd en vergaderingen over zorgplannen scheelt.

Als je de vaste vakanties loslaat, en leraren met elkaar, met leerlingen, ouders en de schoolleiding laat bepalen wanneer welke lessen gegeven worden en wanneer welke leerlingen welke lesstof afronden, los je allerlei organisatorische problemen op, die nu voor die idiote pieken en de bijbehorende stress in de school zorgen. Niet meer alle leerlingen hoeven tegelijk hetzelfde programma en dezelfde toetsen te volgen, en zijn niet meer allemaal tegelijk aan- of afwezig. Het zorgt voor rust. Rust is een belangrijke voorwaarde om te kunnen leren en werken. Er zal dus beter geleerd en prettiger gewerkt worden.

Maar het allerbelangrijkste is, dat je leraren verlost van het harnas van het jaarritme en de methode en het onderwijs echt aan ze teruggeeft. Niet langer is dan de vraag hoe je een leerling in het systeem kunt laten passen; maar hoe je het onderwijs op de leerling kunt laten aanpassen. Er is meer ruimte voor zinvolle contacten tussen leerling en leraar, omdat er minder tijd verkwist wordt met activiteiten die nu vooral uit het systeem voortkomen. En dat zinvolle contact, dat is zowel voor leraar als leerling de bron van inspiratie en motivatie.

Een utopie? Ik denk dat het kan, als we het tenminste allemaal graag willen. De staatssecretaris heeft al een eerste stap gezet. Op 10 scholen wordt al geëxperimenteerd met flexibele lestijden, en de ervaringen zijn bemoedigdend. En ik mag in dit verband graag Mandela aanhalen: “They said it was impossible, until it was done.”

         

19 gedachten over “Vrije keuze in vakanties op school: goed voor leerling en leraar

  1. Ik lees veel dingen die doen vermoeden dat de auteur zelf geen werkervaring heeft als leraar. Veel dingen die in theorie mooi klinken maar niet de praktijk in ogenschouw nemen.
    1 aspect wil ik eruit lichten: zowel het leraarschap als het bedrijfsleven uit eigen jarenlange ervaring kennend kan ik melden dat het overwerk door leraren niet in verhouding staat tot het overwerk in het bedrijfsleven. Enerzijds maak ik in het bedrijfsleven veel minder uren, omdat het nu “weleens voorkomt dat er op zondag moet worden doorgewerkt”, terwijl dat vroeger in mijn leraarstijd standaard elke zondag zo was. Mijn vakantiedagen zijn nu echte vrije dagen, in plaats van “achterstallig nakijkwerk-wegwerkdagen”. En los van het aantal uren geldt tevens dat de intensiteit van het werk stukken minder is. Zelfs in tijden van prangende deadlines waar veel van af hangt komt de hectiek niet in de buurt van de hectiek van elk uur een nieuwe groep pubers.

    Het verschil is enorm, zo enorm dat elke redenering die vooronderstelt dat een leraarsbaan op dat punt vergelijkbaar is met andere banen per definitie mank gaat.

  2. Ik wil nog even deze eruit lichten: “Niet meer alle leerlingen hoeven tegelijk hetzelfde programma en dezelfde toetsen te volgen, en zijn niet meer allemaal tegelijk aan- of afwezig. Het zorgt voor rust”
    Als ex-leraar heb ik de laatste ontwikkelingen in het onderwijs niet meer meegemaakt, maar ik vermoed dat het nog steeds zo is dat juist wanneer een leerling afwezig is geweest er onrust is: welke uitgedeelde papieren heeft hij allemaal gemist? (Verstoring van het lesbegin door dit soort administratie).Welke uitleg heeft hij gemist? Extra toets maken voor de inhaler. Ingehaalde toets apart bespreken met de inhaler.

    Dit soort concepten kunnen werken wanneer de klassen ongeveer de helft in grootte zijn van wat ze nu zijn, vermoed ik, en dan nog is de vraag of ze wenselijk zijn. Onderschat niet de betekenis van de klas, van “met z’n allen iets beleven”.

    1. Zeker mee eens, ik denk dat het concept van een klas als gemeenschap erg belangrijk is. Maar dat kan op veel verschillende manieren. En het is een open deur, maar het uitdelen van papieren is geen enkele garantie of leerlingen ook iets leren. Ik weet zeker dat je als leerling veel lessen kunt missen en toch je examen kunt halen (als ik zie hoeveel ik zelf gespijbeld heb alleen al 🙂 Dat is misschien niet fijn om te horen als leraar, maar het geeft ook veel mogelijkheden om veel losser met aanwezigheidsplicht om te gaan. Dat scheelt lesdruk, dus werkdruk. En, allerbelangrijkst, het zorgt ervoor dat de lessen die er zijn, veel betekenisvoller zijn, want leerling en leraar hebben er allebei echt belang bij.

      1. Losser met aanwezigheidsplicht omgaan gebeurt al. Maar het enige opzicht waarin ik zie dat dat voor ‘meer rust’ kan zorgen is dat de klas minder vol zit. Hoe zorgt een systeem waarin voor elke leerling een aparte toets gemaakt moet worden, die wordt afgenomen op het moment dat hij eraan toe is, en daarna met hem besproken wordt, voor meer rust? Digitalisering kan helpen, maar menselijk contact tussen leraar en leerling is ook essentieel: menselijke uitleg, met een mens je toets bespreken.

  3. Verder neem ik even in gedachten hoe ik samen met 1 collega de vaksectie vormde, en hoe een goede vriend samen met 1 collega op een andere school de vaksectie vormt, en tot voor kort te maken had met elk jaar een nieuwe onbevoegde beginner, steeds na een jaar vervangen wegens onvoldoende functioneren.

    Ik zie niet hoe, als een van de twee sectieleden in februari drie weken op vakantie gaat, voor de leerlingen door die ene andere vakcollega al het onderwijs verzorgd kan worden op een degelijke manier, met aandacht voor elke leerling, met goed voorbereide lessen enz. En al helemaal niet wanneer de betreffende collega een onbevoegde, onvoldoende functionerend docent is. Waarschijnlijk zal de school dan -wat nu helaas ook al veel gebeurt- een bioloog scheikundelessen laat verzorgen, de maatschappijleerleraar economie en een docent Frans de lessen Latijn. Met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van onderwijs. Krijgt een leerling eerst drie weken ondermaats les, gaat ie daarna zelf drie weken op vakantie.

  4. Het ‘rigide systeem’ waarin leerlingen lessen moeten volgen die ze niet nodig hebben is overigens minder rigide dan het artikel schetst. Op veel scholen mogen leerlingen die voor een bepaald vak een 8 of hoger staan wegblijven uit de lessen en in die tijd met een onderwerp naar keuze aan de slag.

  5. Waarom niet het Finse model?
    Beste onderwijs van Europa met 10 weken zomervakantie, geen summerschools en het aller, aller belangrijkste: docent geeft hooguit 3 à 4 lessen per dag!

    1. Beste Eus,
      Je hebt gelijk dat het Fins onderwijs goed is. Alleen het 1 op 1 overnemen van het Fins onderwijssysteem werkt niet.
      Als je kijkt naar de mentaliteit van de Finnen is die iets anders dan hier in Nederland. De Finnen studeren thuis heel veel. In Nederland studeren de leerlingen buiten school weinig. De leerlingen in Nederland zijn na schooltijd met andere dingen bezig. Als je in Finland naar een sportclub wil gaan ben je vaak al uren onderweg ( dan ben je in Nederland al over de grens ;-)) omdat de jeugd weinig ophanden heeft gaan ze maar studeren. Vergelijk dan ook eens de leerlingen met elkaar. Kijk eens naar de autochtone en allochtonen in het onderwijssysteem. Leerlingen in mijn klas praten weinig Nederlands thuis. in Finland is dat aanzienlijk lager. In Finland zijn er minder allochtonen (procentueel gezien). Als je het onderwijssystemen met elkaar wilt vergelijken, vergelijk dan in een reële zin. Kijk eens naar Duitsland, Noordrijn-Westfalen. Daar komen de zelfde “problemen” voor als in Nederland, zelfde populatie, zelfde onderwijssysteem. Ga geen appels met peren vergelijken.

  6. Dank voor jullie reacties M en Eus. Misschien heb ik het niet zorgvuldig genoeg geformuleerd. Ik gun iedere leraar vakantie, wat mij betreft 12 weken. Waar het mij om gaat, is het afschaffen van de *vaste* vakanties. Die zorgen voor een boel onnodige stress en gedoe.
    Dat dat niet te organiseren is, betwijfel ik, omdat er voorbeelden zijn van scholen die het al zo doen. En voorbeelden van leerlingen (op LOOT-scholen bijvoorbeeld, maar ook op andere vormen van onderwijs) die heel flexibel met lesstof en lessen kunnen omgaan en toch hun examens halen.
    En dat brengt me bij het punt van de leerlingen: kunnen we ook van hun belang en perspectief uitgaan in deze discussie? Daar hoor ik weinig over.

    1. Het belang van de leerlingen is nu juist de kern van al mijn reacties hierboven. Want voor de leraar lijkt het me heerlijk om vakantie te kunnen nemen wanneer het hem uitkomt. Massa’s stellen zijn nu gebonden aan het hoogseizoen, ook wanneer hun kinderen volwassen zijn, omdat een van de twee leraar is.

      Voor leerlingen en hun ouders zijn flexibele vakanties om dezelfde redenen heerlijk. Maar ik vind onderwijskwaliteit belangrijker dan comfort. En daar gingen mijn reacties over: onderwijskwaliteit.
      Die is juist en vooral in het belang van de leerling.

      Het artikel lijkt geschreven te zijn in ‘omgekeerde’ volgorde: eerst is er een maatregel bedacht en daarna zijn er voordelen bij bedacht: meer zeggenschap, meer rust, betere onderwijskwaliteit. In mijn reacties hierboven geef ik al aan twijfels te hebben bij die laatste twee. En sowieso lijkt het me dat er voor alledrie effectievere oplossingen bestaan:

      – meer zeggenschap kan op talloze manieren bereikt worden, ongeacht wat je met de indeling van het schooljaar doet. Mij stond het tegen dat ik verplicht bij een zinloze (want van veel te laag niveau) scholingsmiddag moest zijn terwijl ik die tijd liever had willen besteden aan een goed gesprek met een mentorleerling, zijn ouders, begeleiding van een groepje zwakke leerlingen, voorbereiden van een goede lessenreeks, of het geven van goede feedback op werkstukken.
      Zoals leerlingen verplicht moeten zitten bij lessen die ze niet nodig hebben, moeten leraren allemaal een middag weggooien aan scholing over d’s en t’s omdat een paar collega’s slecht spellen.
      Dat is tegen het zere been van elke bevlogen leraar die zijn beroep goed wil uitoefenen.

      Een andere indeling van het schooljaar lost dit probleem niet op. Het staat er los van. Ook zonder vaste roosters kunnen leraren gedwongen worden hun tijd aan zo’n middag te verspillen. Wil je dus leraren zeggenschap geven over hun werk, geef ze dan zeggenschap over hun werk. Dat kan met of zonder vaste roosters. Het een heeft niets met het ander te maken.

      – meer rust.
      Effectieve manieren om dat te bereiken lijken me:
      – minder verplichte lessen per leerling, geen urennorm van 1000 klokuren, liever kwaliteit dan kwantiteit.
      – kleinere klassen
      – minder verschillende klassen per leraar
      – minder lesuren per week per leraar

      – betere onderwijskwaliteit
      Daarvoor lijkt me het allereerste noodzakelijke begin: talentvolle goed opgeleide leraren. Maak het beroep zo aantrekkelijk dat veelbelovende hogeropgeleiden in groten getale leraar willen worden (en blijven, sprak zij die het beroep verliet). Zodat scholen uit meerdere sollicitanten de beste kunnen kiezen, in plaats van dat er, zoals nu vaak, maar een handjevol brieven komt van mensen die geen onderwijservaring hebben en de minimaal vereiste studie niet hebben afgerond.

      1. Ter aanvulling op mijn reactie van zojuist: als het voorstel m.b.t de vakanties dus is gedaan om de genoemde “meer rust, meer zeggenschap, betere onderwijskwaliteit” te bereiken, dan is mijn stelling dat er veel effectievere maatregelen denkbaar zijn om deze dingen te bereiken. Ik heb hierboven een voorzet gegeven. En in het belang van de onderwijskwaliteit, en dus van de leerling, zou ik ervoor pleiten eerst en vooral deze effectieve maatregelen door te voeren. En als we, wanneer we met die effectieve maatregelen de boel op orde hebben gebracht, daarna iets met de jaarindeling willen doen: prima, zolang dat niet ten koste gaat van de kwaliteit.

        Maar first things first: eerst die onderwijskwaliteit op orde. Met echt effectieve maatregelen.

  7. Ik denk ook dat het kan. Ik denk ook dat het moet… Laten we blijven denken in oplossingen en mogelijkheden en niet in problemen en beren op de weg. Goed artikel!

  8. Hoi M, dank voor je uitgebreide reactie. Ik blijf het toch verbazingwekkend vinden dat je zo wilt vasthouden aan de vaste jaarindeling. Je zegt dat het een maatregel is die ik bedenk, waar ik dan de voordelen bij bedenk. Ik zou het willen omdraaien: de vaste jaarindeling (en zomervakantie voor de oogst) is juist ooit bedacht zonder onderbouwing. We houden er aan vast, omdat het nu eenmaal zo is, maar ik zou niet weten waarom. Terwijl de nadelen wat mij betreft zo klaar als een klontje zijn, dat verzin ik niet, dat maak ik dagelijks in mijn omgeving mee.
    En wat betreft de leraren: goede leraren zijn inderdaad de kern. Laat ik voor mezelf spreken: het beroep van leraar vind ik nu niet aantrekkelijk, juist vanwege de inperking die het vaste schema van periodes en vakantie met zich meebrengt. Ik werk zelf in het hbo en (sorry collega’s) erger me er wild aan dat alles nu 5 weken stil ligt. Juist het overlaten aan de professionaliteit van teams van leraren hoe en wanneer er vrij genomen wordt, en wanneer leerlingen/studenten al dan niet aanwezig moeten zijn, lijkt mij een enorme verrijking voor het vak. Waarom zouden leraren niet kunnen wat in alle andere sectoren (met minstens zulke ingewikkelde planningsvraagstukken) wel gerealiseerd wordt?

    1. Jammer van deze stroman. Ik schreef uitgebreide reacties met inhoudelijke punten die helaas veelal worden weggewoven, en tot overmaat van ramp volgt op mijn “prima om iets aan die jaarindeling te doen, mits niet ten koste van de kwaliteit” het verwijt dat ik “hardnekkig zou vasthouden aan de jaarindeling”. Pardon?

      Ik geloof dat ik hier meer dan genoeg tijd en moeite in heb gestoken en geef het stokje graag over aan anderen.

      1. Hoi M, ik dank je nogmaals hartelijk voor je inzichten, zeer gewaardeerd, eerlijk waar. Ik neem ze mee in mijn denken hierover. Wat betreft het wegwuiven: je schrijft ook ergens dat ‘een andere indeling van het schooljaar de problemen niet oplost’. Maar misschien heb ik je verkeerd begrepen. Ik vind het jammer dat je me een stroman noemt. Ik heb geen enkel belang hierbij, anders dan dat ik graag help onderwijs zinvoller en betekenisvoller voor iedereen te maken. Ik hou van inhoudelijke discussies, niet van ad hominem-argumenten, zeker niet als degene die ze uitspreekt verkiest anoniem te blijven.

  9. werkdruk is voor een redelijk deel perceptie en de problemen die je hebt met de ruimte die je krijgt en neemt om je tijd in te vullen.
    Het is echter ook voor een deel een kwestie van (veel ) teveel werk .
    Dat onderzoek uit 2001 waaraan gerefereerd wordt, heb je dat ook echt doorgelezen? Ik wel. Als je ziet hoe de tijdmeting in elkaar zit, zie je meteen al waarom het altijd zal blijven wringen.
    Men zet de stopwatch pas aan als de docent de deur van de klas dicht doet.
    Zodra de bel gaat, staat de stopwatch stil.

    Maw: men laat een significant deel van de verrichte arbeid buiten beschouwing.
    Op die manier mis je 1 a 2 uur per dag per docent aan verricht werk. Ja, zoveel is het, al is het niet voor iedereen gelijk.

    Kijk een op http://www.iemanddoetiets.nl/pdfbestanden/3/20140113_Vergelijking%20werktijd%20docent%20en%20niet-docent.pdf
    dan zie je precies wat ik bedoel.

    Een groot deel van het in stand blijven van dit probleem komt door de cultuur van de docenten: men durft niet te protesteren tegen de gebruikte methode. Men ziet het misschien ook helemaal niet.
    Daarnaast zorgt het wegvallen van elk onderscheid tussen iedere soort docent voor een onoverzichtelijk geheel. Ik was in gesprek met een collega die max 3 uur nakijktijd per week had. Ik had er minimaal 9 per week. Let wel: voorgeschreven door de sectie.
    Toch krijgen hij en ik dezelfde tijd als opslagfactor. want, zegt mijn werkgever, dan dien ik zo professioneel te zijn die tijd bij andere onderdelen weg te halen.
    Dat wil ik best doen, alleen kan dat niet.
    En dat ga ik binnen een maand bewijzen via een hoger beroep bij de rechter.

    De eerste uitspraak bevestigt iets bijzonders: je moet as werknemer tot op de komma aangeven waar en hoe je denkt te hebben gewerkt, maar als werkgever mag je volstaan met een algemeen opgesteld vodje. Daar ga ik op in, want dat lijkt me een rechtsongelijkheid.
    http://www.iemanddoetiets.nl/welkom.php

    Ik ben ermee bezig.

  10. De voorgeschreven professionaliteit vind ik prima. men heeft me uitgebreid getest en ik blijk het ook te zijn.
    Nu mijn werkgever nog.
    Die gaat ervan uit dat mijn voorgeschreven professionaliteit neer komt op: hij gooit het over de schutting en ik zoek het maar uit.
    In de functie en taakomschrijving van onze managers staat ook het een en ander. Ik stel voor dat ik mijn werk doe en zij het hunne.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.