This page was exported from De Professionele Dialoog [ https://www.hartgerwassink.nl ]
Export date: Wed Oct 23 12:54:07 2019 / +0200 GMT

Vrije keuze in vakanties op school: goed voor leerling en leraar



Schoolvakanties en lestijden zouden moeten worden vrijgegeven om beter onderwijs te realiseren. Om goed onderwijs te realiseren, is het nodig dat leraren tijd en aandacht kunnen besteden aan hun leerlingen. Leraren voelen zich echter steeds meer ‘lesboer': uitvoerder van een vastgesteld curriculum met extern bepaalde criteria, binnen een organisatie die nauwelijks ruimte laat voor variatie in de manier waarop ze met hun leerlingen werken. Terwijl leraren juist de voldoening en energie halen uit het betekenisvolle contact met hun leerlingen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat leraren meer ruimte krijgen om hun eigen aanpak in hun onderwijs te realiseren?

Het is merkwaardig, dat het fenomeen van de vaste schoolvakanties in de discussie over ‘professionele ruimte' tot nu toe nauwelijks een punt van discussie is. De vaste vakantie is toch een van de belangrijkste systeemkenmerken die ervoor zorgen dat de leraar geen professionele ruimte kan nemen. Door deze vaste vakanties liggen lessen vast in roosters, opgedeeld in periodes, waar aan het eind ervan voor alle leerlingen tegelijk een toets moet worden afgenomen. Dit zorgt voor een onevenredige verdeling van de werkdruk, waar leraren zelf nauwelijks invloed op hebben.

Leraren zijn van alle beroepsgroepen, ondanks hun lange vakanties, verrassend genoeg het minst tevreden met hun verlof- en vakantieregeling, blijkt uit recent onderzoek van TNO Arbeid:

https://twitter.com/hartgerwassink/status/498750823061794817

Veel beter zou daarom zijn, om de vaste schoolvakanties en lestijden los te laten. Daarmee zorg je ervoor dat leraren zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de manier waarop ze lesgeven. Ze zullen veel creatiever kunnen zijn in de manier waarop ze hun onderwijs met hun leerlingen willen realiseren. Dat maakt dat het onderwijs gevarieerder en diverser wordt. Vooral maken we ruimte voor een betere relatie tussen leraar en leerling, en dat is de kern van goed onderwijs.

Ik heb hier al eens vaker over geschreven. Zie deze column, en deze bijdrage. En net weer een column voor De Nieuwe Meso. Mijn pleidooi wordt wat voorspelbaar voor sommigen misschien. Daarom probeer ik het nu eens alles op te schrijven wat naar mijn idee dit pleidooi ondersteunt. Hierin werd ik gisteren gesterkt door dit artikel in het Nederlands dagblad van vakbondsbestuurder Joany Krijt. Als zelfs vakbonden al van mening zijn dat de vaste vakanties afgeschaft worden, zijn we een eind op weg om dit knelpunt eindelijk eens op te lossen. En dat het kan bewijst sinds enige jaren De School in Zandvoort, zo blijkt uit dit stuk in het Haarlems Dagblad.

De kwestie heeft verschillende (overlappende) aspecten, die ik stuk voor stuk wil bespreken. Ik begin met een heet hangijzer: de werkdruk die leraren ervaren. Daarna bespreek ik nog het aspect van onderwijskwaliteit, de positie van ouders, die van besturen en last but not least: de leerlingen.

Leraren en werkdruk

Werkdruk is subjectief. Ho, niet afhaken! Dat is echt zo, en dat geldt ook voor leraren. De belangrijkste oorzaak van werkdruk is namelijk niet de absolute hoeveelheid werk (de taakbelasting) maar het gebrek aan hulpbronnen om die taakbelasting te compenseren. Natuurlijk, het aantal lesuren voor leraren in Nederland behoort tot de hoogste van de wereld en dat speelt zeker een rol. Maar het belangrijkste zit in de ‘zachte' factoren: ruimte om zelf te kunnen bepalen wanneer die uren gewerkt worden, en het onderhouden van goede relaties met collega's en leidinggevenden over de inhoud en kwaliteit van het werk.

Er is inmiddels een grote hoeveelheid onderzoek verricht naar de oorzaken van werkstress. Het leidende model hierin is het ‘Job Demands-Resources' model, ofwel het Werkstressoren en Energiebronnen (WEB-)model van de Utrechtse onderzoekers Demerouti, Bakker en Schaufeli. Dat model laat zien dat de spanning die voortvloeit uit stressbronnnen (in het onderwijs: taakbelasting, ofwel de hoeveelheid werk die verricht moet worden) kan worden gecompenseerd met hulpbronnen, zoals steun van collega's en leiding, en betrokkenheid bij besluitvorming.

Uit divers onderzoek onder de beroepsgroep leraren blijkt, dat het nu net schort op die laatste aspecten. Dit onderzoek van ResearchNed (uit 2009 alweer, hou me aanbevolen voor recentere gegevens) laat zien dat leren vaak niet precies weten  wat er van ze verwacht wordt door hun leidinggevende, en het gevoel hebben te weinig bij besluitvorming te worden betrokken. Update: uit het al eerder genoemde NEA-onderzoek van TNO en CBS blijkt dat de sociale steun die leraren ervaren, op een adequaat niveau ligt. Wel blijkt uit dit onderzoek dat leraren hun werk emotioneel zwaar vinden, en regelmatig heel hard moeten werken. Daarnaast ervaren leraren weliswaar vrijheid, behalve in het indelen van hun werktijden.

Binnen de klas is er dus weliswaar veel vrijheid, maar daarbuiten valt er weinig meer te beïnvloeden. Logisch dus, dat de werkdruk de pan uitrijst. Ik denk dat er geen beroepsgroep aan te wijzen is, waar de verhouding tussen werkstressoren en hulpbronnen zó scheef is, als onder leraren.

Los je dit op, dan zal het werkplezier toenemen en het ziekteverzuim afnemen. Het ziekteverzuim in het onderwijs is hoger dan in andere sectorenDat is logisch, want hoe meer werkdruk je ervaart, hoe eerder je je ziek zult melden. Een lager ziekteverzuim is in de eerste plaats prettig voor de leraren zelf, en in de tweede plaats voor hun leerlingen, die meer continuïteit hebben in hun relaties met school. Daarnaast bespaart het ook een hoop geld voor vervanging. Nu is dat allemaal geen probleem, omdat scholen verplicht aangesloten zijn bij het Vervangingsfonds en alle zieke leraren gewoon vergoed krijgen. De PO-raad stelt echter voor om die verplichte aansluiting los te laten. Voor schoolbesturen met een laag ziekteverzuim kan dat veel geld opleveren.

Onderwijskwaliteit

Maar, hoor ik u denken, dat is toch vreselijk ingewikkeld? Maar dat is het gangbare leerstofjaarklassensysteem en de lessentabel eigenlijk ook, alleen zien we dat niet meer. Nu is het zo, dat ieder kind van hetzelfde leeftijdscohort op hetzelfde moment dezelfde les krijgt  en ongeveer hetzelfde bereikt moet hebben. Het eerste (iedereen tegelijk dezelfde les geven) werkt niet goed, waardoor er ‘gedifferentieerd' moet worden. Het tweede (iedereen op hetzelfde moment op hetzelfde niveau krijgen) werkt evenmin, waardoor leraren zich een ongeluk toetsen om vast te stellen wat de afwijking van de norm is en hoe dat zo snel mogelijk gerepareerd kan worden. En dan laten we leerlingen ook nog zittenblijven, wat een ongelooflijke verspilling van talent, tijd en energie is.

Waarom? Stop met die rigiditeit en bevrijd leraren uit het harnas van het jaarritme. Zie bijvoorbeeld de ideeën van leraar en Correspondent-auteur Johannes Visser hierover in dit stuk.

Leraren kunnen, als ze zelf hun vakanties mogen bepalen, en de lesperiodes niet vastliggen op die 36 weken per jaar, meer flexibel gaan samenwerken in kleine teams van collega's. In die teams gaan ze onderling bepalen hoe ze voor een bepaalde groep leerlingen de lesstof verzorgen. Soms in grotere groepen, soms individueel. Als een leraar een dag vrij wil nemen, dan kan dat, als hij het kan afspreken met zijn collega's. Als een leraar ziek is, vallen niet gelijk alle lessen uit, want er kan makkelijker wat geïmproviseerd worden. Eigenlijk net zoals in de gezondheidszorg, in de horeca of in allerlei andere sectoren in teams gewerkt wordt.

Leraren krijgen daardoor ook meer ruimte om zich met het beleid te bemoeien. Logisch, want als ze zelf in onderling overleg met ouders en leerlingen bepalen hoe ze lessen gaan organiseren, kunnen ze ook beter aan schoolleiding en -bestuur aangeven wat ze daarvoor nodig hebben. Nu hebben ze weinig invloed, want er is feitelijk weinig om invloed op te hebben: er ligt al zoveel vast!

Ouders

De relatie tussen ouders en school is nu soms nogal prikkelig, zeker als het over schooltijden en vakanties gaat. Dat heeft, zeker in het primair onderwijs, veel te maken met de stress rond het regelen van opvang voor kinderen tijdens de lange vakanties en onverwachte extra vrije dagen. Op het voortgezet onderwijs zijn ouders dolblij dat ze van die stress verlost zijn, omdat kinderen dan oud genoeg zijn om alleen thuis te blijven. Hun houding ten opzichte van de school en de rigiditeit in lessen en vakanties is dan al volkomen negatief gevormd. Logisch dat het gesprek tussen school en ouders over uitgevallen lessen danwel vrije dagen buiten de vakanties om, meestal niet zo soepel loopt.

Maar als ouders geen wakken in hun agenda van de lange vakanties meer hebben, ook niet meer zo krampachtig met snipperdagen voor onverwacht uitvallende schooldagen hoeven om te gaan, wordt het ook makkelijker om rond intensieve projecten als kamp, musical, uitwisseling, excursies en wat dies meer zij, ouders in te zetten, waardoor leraren niet zelf meer alles hoeven te doen. Willen die ouders dat dan? Ja, maar al te graag, maar wel als er dan een gelijkwaardig overleg is over de andere besteding van de tijd voor school. Nu is die gelijkwaardigheid er niet, dus voelen ouders zich ook niet serieus genomen, dus gaan de luiken al snel dicht.

Besturen: is het te betalen?

Maar het is niet te betalen, hoor ik de bestuurders roepen, want leraren werken nu al zo veel. Hoe gaan we dan die weken vullen dat de scholen ook nog open moeten zijn? Even een mythe doorprikken (hier ga ik lezers kwijtraken): leraren werken niet meer uren dan werknemers in andere branches. Hiernaar is door het ministerie van Onderwijs in 2001 onderzoek gedaan. En natuurlijk is er wel wat veranderd in de tussenliggende jaren, maar ik denk niet dat leraren plotseling 10-20% meer uren zijn gaan werken.

De reden dat leraren dénken dat ze zoveel uren werken, heeft in de eerste plaats te maken met ervaren werkdruk (het gebrek aan hulpbronnen, zie boven), waarmee ze het aantal uren verwarren. In de tweede plaats, en meer zichtbaar, heeft het ermee te maken, ik durf het haast niet te zeggen, met het grote aantal weken vakantie dat ze hebben: maar liefst 12 weken, waar de gemiddelde werknemer in Nederland het met 6 à 7 weken moet doen. Dat maakt nogal uit.

Je kunt het ook uitrekenen. Leraren werken theoretisch 1659 uur. Verdeel die over 46 weken (52 min 6 weken vakantie) en je komt uit op een kleine 36 uur per week, een keurige werkweek voor veel mensen. Verdeel die over 42 weken (in aanmerking genomen dat leraren 2 volle weken van hun vakantie doorwerken), dan kom je uit op 39,5 uur per week. Ik wil best aannemen dat dat zwaar is, zeker als een groot deel van die uren bestaat uit intensief contact met volle klassen.

Uit ander onderzoek, blijkt dat leraren hun uren vaak ook spreiden over de dag. Ze zijn bijvoorbeeld van 8 uur 's ochtends tot 3 uur 's middags op school, gaan dan naar huis, doen dan wat anders en werken 's avonds weer even een paar uur. Dan hebben ze 9 uur gewerkt die dag, het gevoel dat ze een heel lange dag gehad hebben, maar feitelijk hebben ze dan niet meer uren gewerkt dan werknemers in andere sectoren.

Maar ik denk niet dat leraren al die 42 weken (inclusief die twee vakantieweken) 8-9 uur per dag volmaken. Er zijn vast heel drukke toetsweken bij, die leiden tot werkweken van 48-50 uur. Voor veel leraren zijn er ook weken waarin ze niet zoveel voorbereiding of nakijkwerk hebben, en dan kom je lager uit.

Ja, sommige leraren werken echt wel meer dan die 1659 uur per jaar. Klopt ook. Maar dat geldt ook voor mensen met een ‘gewone' baan. Die komen soms ook al om 8 uur op hun werk, of blijven tot ver na vijven. Of doen thuis nog wat mail, of schrijven aan een notitie. En die mensen hebben niet die extra lange vakanties om dat overwerk in te halen of daarvan bij te komen.

Maar waar het me om gaat: met het huidige ‘takenplaatje' van 1659 uur kunnen andere organisaties en bedrijven hun ‘roosters' vullen. Dat moet in het onderwijs dan ook lukken. Zeker als je lessen anders gaat organiseren, en daarover onder het kopje ‘Leerlingen' meer.

Een andere besparing zit in het gebruik van ruimtes. Schoolgebouwen kunnen ook anders worden gebouwd: met een grotere diversiteit aan ruimtes, die veel flexibeler kan worden gebruikt. Niet meer pieken met ruimtes die 40 weken lang 's ochtends bomvol zitten, om de rest van de tijd angstwekkend leeg te staan. Veel schoolgebouwen zijn daar nu wel voor neergezet, wat een enorme verspilling van geld is. Ik geef toe, het gaat even duren, maar ook daar kun je dus op besparen.

De samenleving

In het onderwijs mogen we graag over de toekomst praten. Twentiefurstsentjurieskills en wat dies meer zij. In het hoger onderwijs wordt keihard gewerkt aan ‘blended learning'. Maar ook vandaag al zijn we, vooral buiten het onderwijs, steeds meer gewend flexibel te werken. Kantoortijden zijn niet meer zo vast als vroeger. Er zijn allerlei varianten van deeltijd- en flexwerk. Met laptop en mobiel doen we dat wat we moeten doen, waar en wanneer we willen. Is dat niet iets om leerlingen ook op voor te bereiden? De lange zomervakanties zijn een eeuw geleden ingevoerd, omdat leerlingen wegbleven tijdens de zomer, om op het land te helpen. De roep om het weer af te schaffen gaat terug tot zeker 1957 (met dank aan Ronald Bloemers voor dit speurwerk). Is het niet hoog tijd om die knoop nu eens door te hakken?

Leerlingen

Tot slot. Vooral voor leerlingen zou het afschaffen van vaste vakanties een zegen zijn. Natuurlijk, leerlingen vinden vakanties nu fantastisch. Maar dat is vooral omdat het door de dag heen op school zo ongelooflijk saai is, en ze heel weinig mogelijkheden hebben om op hun eigen manier en in hun eigen tempo te leren. Lees hiervoor deze column van een leerling van de al eerder genoemde Johannes Visser.

Op scholen zoals de al eerder genoemde De School in Zandvoort, die al werken met flexibele lestijden en vakanties, merken leerlingen dat het heel prettig is om zelf te bepalen wanneer je werkt. Leerlingen blijken ook heel goed in staat zelf te (leren) plannen wanneer ze met welke lesstof aan de gang gaan. Traditionele vernieuwingsscholen als Dalton-, Montessori- en Jenaplanscholen hebben hier al een eeuw ervaring mee. Leerlingen leren hiermee ook direct wat samenwerken is, compromissen sluiten, en verantwoordelijkheid dragen.

Als je leerlingen echt vraagt, wat wel werkt en wat niet tijdens de lessen op school, zul je zien dat veel leerlingen nu wel present zijn, maar zich regelmatig doodvervelen. Toch halen de meeste leerlingen hun toetsen en eindexamens. Dat betekent dat veel leerlingen lessen volgen, die ze niet nodig hebben. Laat ze dan wegblijven! Dan hou je minder leerlingen over, wat inzet van leraren scheelt en bovendien tijdverlies door gebrek aan motivatie en bijbehorend ‘verstorend' gedrag.

Natuurlijk, er zijn leerlingen die juist meer lessen nodig hebben. Des te beter, als er geen vaste vakanties meer zijn! Hoe flexibeler je het onderwijs maakt, hoe beter je die leerlingen kunt bedienen. Daardoor komen achterstanden eerder in beeld, kunnen ze sneller worden opgelost, wat ook weer tijd en vergaderingen over zorgplannen scheelt.

Als je de vaste vakanties loslaat, en leraren met elkaar, met leerlingen, ouders en de schoolleiding laat bepalen wanneer welke lessen gegeven worden en wanneer welke leerlingen welke lesstof afronden, los je allerlei organisatorische problemen op, die nu voor die idiote pieken en de bijbehorende stress in de school zorgen. Niet meer alle leerlingen hoeven tegelijk hetzelfde programma en dezelfde toetsen te volgen, en zijn niet meer allemaal tegelijk aan- of afwezig. Het zorgt voor rust. Rust is een belangrijke voorwaarde om te kunnen leren en werken. Er zal dus beter geleerd en prettiger gewerkt worden.

Maar het allerbelangrijkste is, dat je leraren verlost van het harnas van het jaarritme en de methode en het onderwijs echt aan ze teruggeeft. Niet langer is dan de vraag hoe je een leerling in het systeem kunt laten passen; maar hoe je het onderwijs op de leerling kunt laten aanpassen. Er is meer ruimte voor zinvolle contacten tussen leerling en leraar, omdat er minder tijd verkwist wordt met activiteiten die nu vooral uit het systeem voortkomen. En dat zinvolle contact, dat is zowel voor leraar als leerling de bron van inspiratie en motivatie.

Een utopie? Ik denk dat het kan, als we het tenminste allemaal graag willen. De staatssecretaris heeft al een eerste stap gezet. Op 10 scholen wordt al geëxperimenteerd met flexibele lestijden, en de ervaringen zijn bemoedigdend. En ik mag in dit verband graag Mandela aanhalen: "They said it was impossible, until it was done."

 

 


Post date: 2014-07-11 18:43:56
Post date GMT: 2014-07-11 17:43:56
Post modified date: 2016-01-11 17:15:03
Post modified date GMT: 2016-01-11 16:15:03

Powered by [ Universal Post Manager ] plugin. MS Word saving format developed by gVectors Team www.gVectors.com