Liefde voor de sport. En voor het vak?

Vandaag stond (of liever: zat) weer eens langs de lijn bij Orion 1. Ik kan daar niet zo mooi over schrijven als Marijn de Vries, maar ik vind het altijd weer mooi om mee te maken, zo’n amateurvoetbalwedstrijd. Amateur betekent ‘liefhebber’ trouwens, daar kom ik zo op terug.

Ondertussen volgde ik via Twitter de finale van de WK Wielrennen, en dan zie je natuurlijk andere tweets langskomen. Onder andere over het Lerarenregister. En er schoot me iets te binnen over hoe het Lerarenregister kan leren van voetbalclubs. Dat zal ik uitleggen.

Stel, een gemeente wil het sporten onder kinderen bevorderen. Zou het dan helpen om alle kinderen zich verplicht te laten inschrijven bij een sportclub? Je ziet de ouderprotesten al voor je: wie gaat dat betalen? En wat telt als sport? Mag schaken ook? En je ziet de sportclubs al steunen: al die ongemotiveerde kinderen die verplicht lid moeten worden. Hoe ga je daar leuke trainingen voor organiseren?

Gelukkig is het niet nodig. Want mensen worden uit zichzelf lid van een voetbalclub, omdat ze van voetbal houden. En ze komen naar trainingen, omdat ze er anders niets van bakken in de wedstrijd, en hun teamgenoten teleurstellen. Dat willen ze niet. Ze betalen zelfs vrijwillig contributie.
Sterker, het hele reilen en zeilen van zo’n club is vrijwilligerswerk. Toegegeven, dat gaat niet altijd vanzelf, het levert vaak een hoop gedoe. Bestuursleden zijn notoir moeilijk te vinden. Noodzakelijke contributieheffing, laat staan verhoging, ligt altijd moeilijk. ALV’s worden slecht bezocht. Maar ze zijn er wel, en ze zijn de plek waar iedereen die dat wil, zijn invloed kan uitoefenen op wat ‘goed voetbal’ is, en hoe de club dat zou moeten bereiken. En de meeste voetbalclubs laten zien dat die manier van werken, hoewel misschien wat oubollig, ondanks alles springlevend is.

Het trainingsbeleid voor de jeugd is bij Orion vastgelegd in een document van zo’n 35 pagina’s. Door vrijwilligers opgesteld. Als dat voor zo’n voetbalcluppie al kan, waarom zouden we dan niet van leraren als professionals kunnen verwachten dat ze ook een vereniging vormen, zelf hun kwaliteitsbeleid opstellen, zelf bedenken welke trainingen daarbij horen, en wanneer je wel of niet in het eerste elftal opgesteld kan worden?

Het woord is gevallen: professionals. Misschien zit daar wel het probleem, en zijn we met z’n allen te ‘professioneel’ gaan denken. De structuur en het systeem boven de oorspronkelijke inhoud gaan stellen. Misschien moeten leraren (ik zou ‘we’ willen schrijven, maar ik ben geen leraar) terug naar de liefde voor hun vak. Zich weer meer amateur voelen, in de ware betekenis van het woord. En als dat vak hun aan het hart gaat, kunnen ze laten zien wat ze in hun mars hebben. Dan kunnen we de Onderwijscoöperatie bedanken (heel hartelijk overigens, laat dat gezegd zijn) voor hun goede voorbereidende werk, maar vervolgens opheffen, omdat het niet meer nodig is. Kunnen we die overheidssubsidie weer aan andere doelen besteden.

Lees hier wat ik eerder al schreef over het Lerarenregister

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.