De Professionele Dialoog
https://www.hartgerwassink.nl/2015/09/een-ethisch-beginsel/
Export date: Wed Nov 13 6:56:20 2019 / +0100 GMT

Een ethisch beginsel als brug tussen praktijk en wetenschap in het onderwijs


Ach, er zitten nog zoveel blogs in mijn hoofd. Over de wetsvoorstellen van Kamerlid Bisschop en minister Bussemaker bijvoorbeeld. En hoe die goed onderwijs niet dichterbij gaan brengen, maar vooral voor meer papier en procedures gaan zorgen. Over het geweldige ‘Why grow up 1?' van Susan Neiman dat ik deze zomer las. Over Passend Onderwijs en de lezing 2 die Jo Hermanns daar voor de zomervakantie bij NIVOZ over gaf. Maar zo gaat dat: als ik niet direct een blog schrijf, blijft het onderwerp liggen en verkruimelt het gaandeweg in mijn hoofd. Dan komen er nieuwe thema's langs. Zoals de Docentendenktank 3 die vandaag bij NIVOZ te gast was. En de CD's met de ethiek-colleges 4 van Paul van Tongeren die ik onderweg daarnaartoe (en ook weer naar huis) in de auto luisterde.

Van Tongeren legde mij nog eens het verschil uit tussen praxis en poiesis. Dat hoorde ik niet voor het eerst, ik heb er bij Gert Biesta 5 ook over gelezen. Het zijn twee Griekse woorden die allebei naar handelen verwijzen. Poiesis is het handelen, met het oog op een bepaald doel, om iets concreets te maken of realiseren. Zoals je een tafel timmert. Het handelen is klaar, als de tafel klaar is: het doel is bereikt. Praxis is het handelen, waar het doel in besloten ligt. Zoals je een spelletje doet, samen, gewoon omdat je het leuk vindt samen een spelletje te doen. Zodra het handelen stopt, stopt ook het doel. Je speelt niet een spelletje om na een half uur te zeggen: zo, nu heb ik mijn vermaak bereikt, nu kan ik stoppen.

Het schoot me ineens te binnen, dat dit verschil wel eens zicht zou kunnen geven op de vermeende kloof tussen praktijk en wetenschap in het onderwijs. Want daarover ging het vandaag in de Docentendenktank, die op bezoek was bij NIVOZ. Is die kloof er? Ja en nee. Nee, want onderwijs kan niet anders dan over de praktijk gaan. Dus onderwijsonderzoek is per definitie praktijkgericht. Vind ik. Daarin verschilt het van fundamenteel natuurwetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld. Of wiskunde.

Ja, want een gesprek tussen onderwijsonderzoekers en leraren (als het al plaatsvindt) lijkt vaak op een ontmoeting van een blinde met een dove. Hoezeer ze ook hun best doen, ze lijken niet te begrijpen waarom het niet lukt contact met de ander te krijgen.

Diepe voldoening


En daarbij hielp mij plotseling dat onderscheid tussen praxis en poiesis. Veel onderwijsonderzoekers beschouwen onderwijs als poiesis: het verrichten van een handeling, om uiteindelijk een doel te bereiken. Die handeling moet zo effectief mogelijk zijn, het doel is heilig. Dat doel wordt dan vaak beschouwd als een bepaald meetbaar leerresultaat. Dat is handig, meetbaarheid, want dan kun je met grootschalige databestanden aan de slag. Zonder die grootschaligheid durven er nog maar weinig onderwijsonderzoekers uitspraken te doen.

Veel leraren ervaren onderwijs als praxis: het verrichten van een handeling, omdat in die handeling er zich fascinerende, welhaast wonderlijke verschijnselen voordoen. Het belangrijkste verschijnsel is de diepe voldoening die een goed contact met de leerling kan opleveren. Bijna iedere leraar beschouwt dat contact, de diepere zin die ze daarin ontwaren, als de kern van zijn of haar beroep.

Veel onderwijsonderzoek beschrijft echter vooral de vermeende opbrengst van dat contact: een bepaalde score, een bepaalde loopbaan, in vervolgonderwijs of in het werkende leven daarna. De bijdrage aan de economie. Er is maar weinig onderzoek dat ingaat op het inherente doel van het onderwijs: de sociale, intermenselijke relatie waarin ontwikkeling plaatsvindt, zowel bij de leerling als de leraar.

De leraar wil het over het laatste hebben, omdat dát hem (of haar) het meest verwondert, en de meeste vragen oplevert. De onderzoeker kijkt slechts naar het eerste, omdat die opbrengsten nu eenmaal zijn wat er gevraagd wordt door de geldschieters van het onderzoek. Dat is overigens niet altijd zo geweest, maar daarover een andere keer.

Goed onderwijsonderzoek


Ik ben benieuwd wat anderen hiervan vinden. Ik denk namelijk, dat als we deze spraakverwarring oplossen, we ook een oplossing kunnen vinden voor de methodologische spraakverwarring in onderwijsonderzoek. Daar heerst altijd toch een spanning tussen ‘kwalitatief' en ‘kwantitatief', tussen grootschalig en kleinschalig, tussen nomothetisch en ideografisch. Die strijd gaat ver terug, ook daar wil ik hier nu niet op ingaan.

Hier komt de praxis weer om de hoek kijken. Als we vaststellen dat onderwijs vooral een praktijk is, of beter: dat het doel van onderwijs onlosmakelijk met de praktijk verbonden is, dan is onderwijsonderzoek vooral het beschouwen van casussen, praktijkgevallen, op grond van (pedagogische) uitgangspunten. Dat gaf Alderik Visser ons ter overdenking mee, en hij muntte hiervoor de term ‘eduprudentie'.

We hoeven dan grootschalig onderzoek niet af te schaffen, maar we moeten ons realiseren dat ons maar halverwege brengt. Want uiteindelijk is het de leraar in haar persoonlijke praktijk, in concrete situaties, die de afweging moet maken over wat ‘het goede' is om te doen. Niet (alleen) om daarmee uiteindelijk een bepaald doel te bereiken, maar juist omdat in het handelen op dat moment het doel besloten ligt.

Een ethisch beginsel voor het onderwijs


Dat betekent ook, en nu maak ik misschien even een grote sprong, dat onderwijs, en daarmee ook het onderzoek ernaar, uiteindelijk in de kern gebaseerd is op ethische vragen. Wat is ‘het goede' om te doen? Wat vinden we wenselijk, in deze situatie? Waar baseren we die overtuiging op?

En, zo filosofeerde ik verder op de zaterdagmiddag, daarin is het onderwijs dan niet zo heel veel anders dan de rechtswetenschap en de geneeskunde. Ook die twee professies hebben een ethische basis. Bij de geneeskunde bestaat die uit de uitspraak van Hippocrates: ‘primum non nocere 6'. Bij de rechtswetenschap kun je die bijvoorbeeld vinden in het ‘ne bis in idem 7'-beginsel. Het zijn ethische uitspraken, die de grondslag vormen voor het handelen van de arts en de jurist. En die vervolgens ook leidend zijn voor het onderzoek naar dat handelen. Want of een medicijn of een medische ingreep ‘effectief' is of niet, wordt vooral ook bepaald door de mate waarin het niet meer schade aanricht, dan dat het aan gezondheid verbetert.

Wat zou in het onderwijs zo'n beginsel kunnen zijn? Ik wil wel een voorstel doen: de categorische imperatief van Kant, waarover ik las bij Susan Neiman. Zij formuleerde die als: behandel een ander nooit als een middel. Of anders gezegd: ieder mens heeft het recht als mens, als subject (en niet als object) behandeld te worden.

Als we dat nu eens doen, en we nemen dat echt ter harte. Hoe gaan we dan om met lessen, met roosters, met toetsen, met examenuitslagen? Met straffen en regels in de school, en ja, ook met zoiets als pesten? Het geeft je een grondslag om onderwijs als handeling niet alleen te beoordelen op wat het oplevert, maar ook over hoe het uitgevoerd wordt. Hoe die praktijk eruit ziet. En dat geeft weer een grondslag voor wat goed onderwijsonderzoek zou moeten zijn.

Reacties zoals altijd welkom. Ik mijmer voorlopig nog even verder.
Links:
  1. http://us.macmillan.com/whygrowup/susanneiman
  2. http://nivoz.nl/jo-hermanns-21-mei/
  3. http://www.docentendenktank.nl/
  4. https://www.roelants.nl/webwinkel/producten/produc t/2194041-geluk-deugd-plicht-keuze-hoorcollege-pau l-van-tongerenpaul-van-.html
  5. http://www.hartgerwassink.nl/2014/05/onderwijs-en- vrijheid/
  6. https://en.wikipedia.org/wiki/Primum_non_nocere
  7. https://en.wikipedia.org/wiki/Ne_bis_in_idem
Post date: 2015-09-05 22:32:10
Post date GMT: 2015-09-05 21:32:10

Post modified date: 2015-09-05 22:33:06
Post modified date GMT: 2015-09-05 21:33:06

Export date: Wed Nov 13 6:56:20 2019 / +0100 GMT
This page was exported from De Professionele Dialoog [ https://www.hartgerwassink.nl ]
Export of Post and Page has been powered by [ Universal Post Manager ] plugin from www.ProfProjects.com