Doelgericht én integer toezicht: een onmogelijke combinatie?

Kiest u als toezichthouder voor het belang van de instelling, of voor maatschappelijke meerwaarde? Is uw integriteit wel eens in het geding, terwijl u rationeel gezien de meest effectieve keuze maakt? Bij ABN AMRO was het een punt van discussie in de raad van commissarissen, bij de keuze voor een nieuwe bestuursvoorzitter. Hoe is dat bij nonprofit-organisaties?

Een column over dit thema schreef ik voor de nieuwsbrief van het vakblad Goed bestuur & Toezicht. Ik breng hem hieronder graag nog even onder de aandacht.
En maak gelijk van de gelegenheid gebruik om nog even reclame te maken voor het mini-symposium ‘Integer en doelgericht toezicht: een (on)mogelijke combinatie’, dat we organiseren op 8 december. Dit ter gelegenheid van het verschijnen van de boekvertaling ‘Aan de slag met Policy Governance.’

U kunt zich opgeven via deze link.

Onderstaande column verscheen eerder in de digitale nieuwsbrief van Goed bestuur & Toezicht.

ABN AMRO heeft een nieuwe bestuursvoorzitter gevonden: Kees van Dijkhuizen, lid van de raad van bestuur van de bank, maar met een lange staat van dienst bij de overheid als ambtenaar bij het ministerie van Financiën. De benoeming van een nieuwe topman is bij uitstek een taak van de raad van commissarissen. Als we de nieuwsberichten moeten geloven, zijn de commissarissen daarbij gesouffleerd door de eigenaar, de Nederlandse Staat. Zei ik ‘gesouffleerd’? Minister Dijsselbloem bemoeide zich er vergaand mee, tot aan de uiteindelijke benoeming aan toe.

De controverse tussen commissarissen en de minister heeft zich toegespitst op de keuze tussen een ‘bankier’ of iemand met ‘een maatschappelijk antenne’. Dat deed bij mij de vraag rijzen, of daar een verschil tussen is. Ben je dan pas een goede bankier als je geen maatschappelijke antenne hebt? Van Dijkhuizen is in ieder geval beide, de perfecte Hollandse polderoplossing.

Vanuit goed toezicht gezien doen zich hier twee vragen voor: namens wie doet de interne toezichthouder zijn werk? En, daarmee samenhangend: welk belang heeft de toezichthouder dan te verdedigen?

De eerste vraag is niet moeilijk te beantwoorden: de (intern) toezichthouder, in dit geval de RvC, is verantwoording verschuldigd aan de aandeelhouder. En dat is in dit geval geen anonieme groep beleggers, maar één heldere partij: de Nederlandse staat. De tweede vraag is dan om welk belang het dan gaat, dat de RvC namens de Staat te bewaken heeft.

Hier wordt het interessant. ABN AMRO is van oorsprong  een commerciële bank. Het belang dat de RvC vanuit dat oogpunt te bewaken heeft, is de duurzame winstgevendheid van de organisatie. Want zodra een bedrijf niet voldoende rendeert, loopt het het risico dat zijn aandeelhouders hun geld elders investeren, waar meer te verdienen valt. Logisch dus, dat de commissarissen zoeken naar een bestuursvoorzitter die weet hoe je geld kunt verdienen in het bankwezen.

Alleen: ABN AMRO is geen gewone commerciële bank. Goed beschouwd is het commerciële ABN AMRO failliet gegaan. Alleen omdat de staat destijds de bank opkocht, bestaat hij nog. En de staat deed dat, omdat Wouter Bos, destijds minister van financiën, inzag dat het maatschappelijk belang ernstig geschaad zou worden bij het failliet gaan van de bank.

Vanuit dat perspectief kun je ABN AMRO beschouwen als een onderneming, waar het belang van vertrouwen in het duurzaam vervullen van zijn maatschappelijke rol prevaleert boven het maken van winst voor de aandeelhouder. Met andere woorden: de aandeelhouder loopt niet weg als er even wat minder winst is.

Zo bezien kon de RvC er niet aan ontkomen om, bij het zoeken naar een nieuwe bestuursvoorzitter, zijn beeld van een goede bankier meer te verenigen met de term ‘maatschappelijke antenne.’ De waarden van een overheid als eigenaar zijn nu eenmaal meer gericht op het creëren van duurzame maatschappelijke waarde, dan op financiële aandeelhouderswaarde.

 

Natuurlijk hadden de commissarissen kunnen besluiten dat zij als primair belang het maximaliseren van de financiële waarde van de onderneming hebben. Vanuit gangbaar commercieel oogpunt zou dat het meest rationeel zijn. En misschien ook vanuit maatschappelijk oogpunt: meer winst is een hogere beurskoers en daarmee een hogere opbrengst voor de staatskas op het moment dat ABN AMRO weer verkocht wordt. Maar uit het feit dat Dijsselbloem zich er zo intensief mee heeft bemoeid, blijkt dat intern toezichthouders niet zelf kunnen bepalen wat het hoogste belang is dat zij te dienen hebben.

Zo beschouwd is de gang van zaken bij ABN AMRO een mooie casus voor andere toezichthouders. Het legt de vinger bij het belang om precies deze vragen te beantwoorden: wie zijn nu precies onze eigenaren, en wat willen zij nu echt van ons?

         

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.