Mag dat wel? Stelling nemen? Over Trump, pedagogiek en volwassenheid

Kan dit wel? Mag je wel stelling nemen? We waren bij NIVOZ in discussie over het al dan niet plaatsen van een stuk over het gedrag van Trump, en op welke manier leraren kunnen laten zien aan leerlingen hoe het anders kan. Het was duidelijk een politieke stellingname, tegen Trump.
Ik moest er even over nadenken, maar hoe langer ik dat deed, hoe overtuigder ik raakte. Je moet stelling nemen! Pedagogisch werk kan niet zonder overtuiging–denk ik. Maar hoe zit dat dan?

Het heeft voor mij ermee te maken, dat we, als het gaat over goed onderwijs, we steeds weer verstrikt raken in de vraag wat effectief is, en vergeten we te vragen wat het goede is. We willen zo graag dat iedereen krijgt wat hij wenst, dat we de vraag naar wat wenselijk is, niet meer stellen.
En om het daarover te kunnen hebben: wat wenselijk is, moet je stelling nemen, uitkomen voor wat je vindt. Dan moet je laten zien wie je bent en waar je bent: op de wereld, in je ontwikkeling, hoe je je verhoudt ten opzichte van anderen.

Succes en verbondenheid

We hebben ooit misschien gedacht, dat het einde van de menselijke ontwikkeling bereikt was met de individuele meritocratie. Waarin iedereen kan doen wat hij wil en bereiken wat hij wil. Niemand hoeft jou wat voor te schrijven en jij hebt alleen wat met anderen te maken als jij dat wil. Vrijheid-blijheid, met individueel succes als belangrijkste maat voor geluk.
Als we zo denken, ontkennen we een cruciaal aspect van ons menszijn. We hebben juist voortdurend met elkaar te maken en vrijwel iedere keuze voor mijzelf, beperkt de keuze voor een ander. Dat is niet iets hinderlijks dat we op moeten lossen, maar de bevestiging van ons mens-zijn, waarvan we de betekenis telkens opnieuw te onderzoeken hebben. Ook in het onderwijs, omdat ook leren alleen plaatsvindt in betekenisvolle, sociale interacties. Die interacties zijn niet alleen psychologisch-instrumenteel, maar ook pedagogisch-normatief.
Het is niet dat je geen individueel succes zou mogen nastreven, het heeft alleen geen waarde als het niet gepaard gaat met verbondenheid met anderen. Uiteindelijk ontlenen we ons geluk namelijk daar aan: verbondenheid.

Radicaal zachtmoedig

Wat het volgens mij nu zo moeilijk maakt, om stelling te nemen, is dat je los moet komen van de relatief veilige vragen naar wat ‘effectief’ is (succesvol), en dat je je uit moet spreken over die pedagogische, normatieve kwesties over wat wenselijk is. Dat is niet objectief, daar ben je zelf aan zet, met je eigen verantwoordelijkheid, in de verbinding met anderen.
Belangrijk daarbij is, zoals Vaclav Havel het verwoordde, dat je in staat bent om ‘een standpunt in te nemen, en tegelijk blijft openstaan voor de mogelijkheid dat alles tegelijk ook heel anders is.’ Daarnaar streven, dat is een kenmerk van een volwassen persoon. Want alleen dan blijf je in verbinding.
Dus moet je weliswaar stelling nemen, maar niet agressief, maar ‘radicaal zachtmoedig’, zoals de theoloog Ruard Ganzevoort het noemt. Niet gericht op zelf winnen, maar op samen verder komen.  Voortdurend vragen stellen, telkens weer verbinding maken, zelfs als de ander die wil verbreken, iedere keer bereid zijn je eigen standpunt te heroverwegen.

Volwassenheid

De paradox van pedagogisch werk, of het nu om leraren, schoolleiders, directeuren, bestuurders en zelfs toezichthouders gaat, is daarmee dat we in staat moeten zijn om de volwassenheid voor te leven, waar we anderen, voor wie we ons verantwoordelijk voelen, naar willen begeleiden. Dat is behoorlijk ingewikkeld. Omdat het zo ingewikkeld is, en zo onvermijdelijk persoonlijk, laten we dat maar liever daar: in het domein van het persoonlijke. Daar mag ieder veilig zijn eigen afwegingen maken. Want waarom zou jij de ander ergens op mogen aanspreken?
Nou, naar mijn idee mag dat, waar die ander zich toont als onvolwassen. Dat wil zeggen: geen verantwoordelijkheid neemt voor anderen, alleen aan het eigen gewin denkt, anderen de mond snoert, belachelijk maakt. Waar we het normaal vinden dat groepen mensen als minderwaardig worden gezien, buitengesloten worden. En waar het gebruik van geweld en het ondermijnen van democratie als een serieuze, zelfs nastrevenswaardige oplossing wordt gezien. Kortweg: zoals Trump zich gedraagt. En waar sommige Nederlandse politici zich graag aan spiegelen.
Daar wordt het werk van pedagogen ontkend, in diskrediet gebracht en geridiculiseerd. Wie zich pedagogisch verantwoordelijk voelt, zal zich dan uit moeten spreken. Niet om een mening te hebben als alle anderen, maar om te laten zien wat een volwassen mening is. Een mening die ruimte laat, verbindt, de plaats van de ander op deze wereld respecteert. Als we onszelf pedagogisch serieus nemen, kunnen we niets anders doen dan volwassenheid voorleven. En dus stelling nemen.
         

4 gedachten over “Mag dat wel? Stelling nemen? Over Trump, pedagogiek en volwassenheid

  1. Beste Hartger
    Ik ben het volkomen met je eens. Philippe Meirieu gaat een stap verder en heeft het over de Plicht om Weerstand te Bieden, ook tegen ondemocratische en onvolwassen praktijken in de wereld buiten school. Ik heb net op de groepsblog Onderzoek Onderwijs een stuk van Alfie Kohn herblogd Raising an UnTrump by Alfie Kohn https://onderzoekonderwijs.net/2017/08/28/raising-an-untrump-by-alfie-kohn/. Daarin geeft hij vier suggesties voor opvoeders en onderwijzers om kinderen te helpen een ‘UnTrump’ te worden:
    – To avoid his neediness and nastiness, help kids be at peace with themselves.
    – To avoid his egocentricity, help kids focus on others’ needs.
    – To avoid his desperate competitiveness, help kids to collaborate.
    – To avoid his hunger for money, help kids to lead more meaningful lives.
    De vraag is dus niet: “Mag je iemand ergens op aanspreken?” want het antwoord is: “Ja, het miet zelfs.” maar: “Hoe spreken we mensen aan die infantiel gedrag vertonen?”

    1. Dank Dick! Over precies dat stuk van Kohn ging het gesprek 🙂 jouw laatste zin is misschien een wat kortere manier om mijn gedachtegang hierboven te verwoorden 🙂

  2. Mooi verwoord! Ik denk inderdaad dat belangrijk is om je uit te kunnen spreken voor hetgeen je wenselijk vindt. Toch is het in mijn optiek ook een pedagogische verantwoordelijkheid om, in de wijze waarop je stelling neemt, een constructieve bijdrage te leveren aan een maatschappelijke dialoog. Wanneer Kohn spreekt over het ont-Trumpen van kinderen en kinderen wil beschermen tegen ‘zijn’ hebzucht, egocentrisme en vuiligheid krijg ik daar toch een gek gevoel bij. Niet zozeer omdat ik het oneens ben met Kohns waarden, maar wel omdat ik denk dat de framing die hij hanteert, polarisatie in de hand werkt. Tijdens het lezen van Kohns blog vraag ik mij steeds af of zijn intentie is om Trump door het slijk te halen, of pedagogisch stelling te nemen.

    1. Dag Pieter, dank voor je reactie. Hij zit precies in het hart van het gesprek dat de aanleiding was voor de blog, dus spijker op de kop 🙂 Ik snap het ongemakkelijke gevoel: is het wel een goed voorbeeld om iemand publiekelijk in een blog de les te lezen? Daar heb ik dus op zitten broeden. En mijn antwoord is dit blog: ik denk van wel, als het gaat om iemand die anderen de mogelijkheid of zelfs het recht ontneemt mens te zijn. Een doel van onderwijs is ook vorming tot burger. Dat is geen neutraal proces, waarin alle meningen evenveel waard zijn.
      Een leraar heeft de plicht te zeggen dat 1+1=3 fout is, en ook de plicht de leerling te helpen hoe hij dan wel bij de juiste uitkomst komt. Dat geldt net zo goed voor spelfouten. Dat ligt voor de hand, omdat dat redelijk objectief is.
      Ik denk dat een leraar (opvoeders in het algemeen) ook de plicht hebben te laten zien waarom bepaald gedrag niet wenselijk is. Omdat het de fundamenten van het menselijk bestaan voor velen in gevaar brengt, zelfs als het niet primair om jou gaat.
      Als iemand liegt, moet een leraar zeggen: dat is een man die liegt, en liegen is fout. Als die persoon iemand bedreigt, uitscheldt, haat en verdeeldheid zaait, fascistische groepen zijn steun geeft, dan moet een opvoeder zeggen: met bedreigen en uitschelden komen we niet verder en fascisme is levensgevaarlijk. Dat weten we namelijk op basis van geschiedenis, staatsrecht, literatuur en levensbeschouwing, allemaal onderdeel van het schoolcurriculum Dat de leraar in dat geval zelf een negatief oordeel over die persoon uitspreekt, is een noodzakelijk ‘kwaad’.
      Het probleem is, dat in dit geval ‘neutraal blijven’ neerkomt op niets zeggen, wat ook handelen is, omdat je degenen die bedreigd worden, niet de steun biedt die ze nodig hebben. En je verzuimt je plicht om kennis, inzicht en normen over te dragen, die we als maatschappij belangrijk vinden.
      In menselijk samenleven is het eenvoudigweg onmogelijk om niet normatief te zijn. Dus is het ongelooflijk belangrijk dat we in het onderwijs nadenken over hoe we bewust normatief willen en kunnen zijn. Dat wil zeggen: verantwoord, zoekend, aanspreekbaar, open voor de behoefte van de ander.
      Trump zakt op al die vier criteria. Kohn wellicht op de laatste, omdat hij geen oog heeft voor de behoefte van Trump zelf. Dat is een afweging die je kunt maken, tov de behoeften van degenen die zich door Trump in de hoek gezet voelen.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.