Limburgs Voortgezet Onderwijs als keerpunt?

Deze en afgelopen week ben ik in de Verenigde Staten voor de Govern for Impact-conferentie. Waarover later meer. Want zelfs hier is het schandaal over de examens op VMBO Maastricht (onderdeel van het Porta Mosana College, wat weer onderdeel is van het LVO-bestuur) voelbaar–voor mij persoonlijk althans. Hoewel ik alleen weet wat ik via nieuwssites en Twitter gelezen heb, wil ik er toch wat over schrijven. Ik denk dat dit een ‘pivotal moment’ is in het Nederlandse onderwijs, zoals het Inholland-schandaal dat was in het hbo, en de nieuwbouw van ROC Leiden in het mbo.

Let op de context

Laat ik om te beginnen zeggen, dat de grootste valkuil is om nu te oordelen over deze leraren, deze schoolleider en deze bestuurder. Natuurlijk, zij dragen primair verantwoordelijkheid, ieder op hun eigen niveau. Maar een schandaal kent vaak een lange voorgeschiedenis. Zonder te willen generaliseren spelen hier een aantal risicofactoren: een vmbo-school in een stad, met ‘concurrerende’ scholen op reisafstand; relatief recent verzelfstandigd openbaar onderwijs, zonder lange bestuurlijke tradities of diepe wortels in de maatschappelijke omgeving; schaalvergroting als gevolg van krimp, zonder duidelijke inhoudelijke leidraad.
Binnen zo’n context is het moeilijk een duidelijk kader voor beleid te ontwikkelen, waar zowel iedereen zich mee verbonden voelt, als dat helderheid schept voor het maken van keuzes. Anders gezegd: het is vaak onduidelijk wat het grotere verhaal van zo’n bestuur is. En dan is iedere keuze, ieder verhaal evenveel waard. Het is ongelooflijk moeilijk om een nieuwe, gezamenlijke visie te ontwikkelen, waarmee de scherpe keuzes die gemaakt moeten worden, onderbouwd kunnen worden.
De marges zijn smal, leerlingen kunnen makkelijk ‘weglopen’ en ouders en andere belanghebbenden bieden weinig houvast voor wat de kernwaarden van zo’n bestuur zouden moeten zijn. Een vergelijkbare plek waar het misging, was BOOR in Rotterdam. Dat het wel kan, ook in een krimpgebied, bewijst het voorbeeld van Achterhoek VO. Dat schaalgrootte op zich niet het probleem hoeft te zijn, bewijzen besturen als OMO en de stichting Carmelcollege.

Eindverantwoordelijkheid vraagt moed

Ten tweede. Natuurlijk is de bestuurder eindverantwoordelijk. Die mag zich nooit verschuilen achter regels. Al helemaal niet leraren of anderen ervan beschuldigen de regels niet te kennen. Verantwoordelijkheid gaat niet over regels, maar juist over de keuzes die je maakt, waar de regels tekortschieten. Regels volgen kan iedereen. Keuzes maken als de regels geen houvast meer bieden, dat vraagt wijsheid, tact en moed.
Die moed is nodig, omdat je nooit zeker bent of je het goede gedaan hebt. Wijsheid ontwikkel je samen, door telkens te praten over die keuzes die je gemaakt hebt. Daarvoor is verantwoording nodig: je moet laten zien wat je gedaan hebt met de professionele ruimte om te beslissen, waarover je beschikt. En dat begint met de bestuurder. Als die geen verantwoording geeft over zijn (of haar) keuzes, dan kun je niet van leraren en schoolleiders verwachten dat die dat wel doen. Voor die verantwoording is namelijk veiligheid nodig, en die ontstaat pas als de bestuurder het voorbeeld geeft.

Verantwoording en een giftige cultuur

Je kunt dus pas verantwoording vragen, als je het zelf eerst gegeven hebt. Die verantwoording is om nog twee redenen van belang. Als er nooit een gesprek wordt gevoerd over de lastige, persoonlijke keuzes, dan vervreemden mensen van hun werk en elkaar. Er ontstaat een cultuur waarin je over alles mag praten, behalve over de twijfels die je hebt als leraar, als schoolleider, als bestuurder. Dat is een onveilige, zo niet giftige cultuur. In zo’n cultuur praten mensen wel met elkaar, maar niet openlijk. Leidinggevenden en de bestuurder horen daarom maar heel spaarzaam wat mensen het meest bezig houdt. Terwijl dat juist de belangrijkste informatie is die ze nodig hebben. In zo’n cultuur kan een schandaal als we nu zien bij LVO zich ontwikkelen.
Nogmaals, schaalgrootte is niet het probleem. Dit gebeurt in scholen van alle groottes. Ik zal geen namen noemen, maar wie een tijdje meeloopt in het onderwijs kan zelf wellicht wel voorbeelden bedenken.

Wake up call voor goed bestuur

Ten derde. Laat voor besturen en raden van toezicht dit schandaal een wake up call zijn. Bij ieder nieuw schandaal wordt de legitimiteit van het Nederlandse bestuursmodel aan de kaak gesteld. Namens wie besturen onze besturen eigenlijk? Wat was hier de rol van de raad van toezicht? Ik heb hier al vaker over geschreven.
Wat nodig is, is dat de raad van toezicht zich beraadt op de maatschappelijke opdracht van het bestuur. En dat is geen pr-tekst voor in een folder. Daarvoor is een echt gesprek nodig met echte mensen, over reële belangen, waarden en zorgen voor de toekomst. Aan dat gesprek ontleent de raad van toezicht de criteria om het beleid van de bestuurder te toetsen. Zowel wat betreft de opbrengsten, als welke risico’s de raad acceptabel vindt. Zo’n inhoudelijk kader ontbreekt bij Porta Mosana. Omineuzer: het ontbreekt bij verreweg de meeste onderwijsbesturen in Nederland, ondanks de bepalingen hierover in de codes ‘goed bestuur’ van zowel de VO-raad als de PO-raad.
Met andere woorden: in de overgrote meerderheid van de onderwijsbesturen in Nederland heeft de raad van toezicht geen expliciet kader om te bepalen wat ‘goed beleid’ van de bestuurder is. Iets dramatischer: een schandaal als bij LVO kan morgen overal ontstaan. Besturen en raden van toezicht hebben namelijk doorgaans geen idee. Ik zeg het wat scherp misschien, maar laat ik het maar eens scherp zeggen. De tijd van goede bedoelingen is inmiddels voorbij.
De VTOI-NVTK werkt naar verluid aan een manifest dat de maatschappelijke verantwoordelijkheid van toezichthouders meer centraal zou moeten stellen. Ik zou zeggen: wacht daar niet te lang mee, anders hoeft het niet meer. Ook VO-raad en PO-raad zou ik willen vragen werk te maken van de handhaving van de codes. De geloofwaardigheid van het bestuursmodel staat op het spel.

Leren als pizza of fietswiel?

Ten slotte. Het hele gedoe rond het PTA en de geldigheid van examens laat zien hoe zeer we middel als doel zijn gaan zien in Nederland. Uit tweets van andere leraren maak ik op dat het bij VMBO Maastricht  nodeloos ingewikkeld was gemaakt. Dat hangt samen met het eerste punt: hoe onveiliger de cultuur, hoe meer er doorgaans aan regels wordt vastgehouden. Maar de vraag is of het leren in heel Nederland niet veel te ver gebureaucratiseerd is geraakt.
Je kunt het leerproces van de leerlingen vergelijken met een pizza of een fietswiel. Haal een punt uit de pizza en je houdt genoeg over voor een smakelijke maaltijd. Haal een spaak uit een wiel, en er ontstaat al snel een slag en het wiel wordt onbruikbaar. Is het PTA een pizzapunt of een spaak? En als leerlingen zulk slecht onderwijs hebben gehad, hoe kan het dan dat ze toch hun examen gehaald hebben? Was het onderwijs dan niet zo slecht? Of stelt het examen niet zoveel voor?

Tot slot: Govern for Impact

Maar eigenlijk vind ik dat we nog verder moeten gaan: waartoe leren leerlingen, waarom gaan zij naar school, en praten we daar nog wel voldoende met elkaar over? Dat gesprek, dat is nodig, niet alleen in de Tweede Kamer, maar vooral ook op het niveau van de school: leerlingen, ouders en leraren. Laten we praten over wat de bedoeling ook alweer was, en hoe we daar met onze keuzes een poging hebben gedaan, om daar aan bij te dragen.
Moeilijker dan dat is het niet – en makkelijker ook niet. En dan zijn we weer terug bij het begin: de bestuurder die, samen met de raad van toezicht, hierin het voorbeeld geeft. En dat is precies waarom ik vorige week in Savannah was, en waarom ik zoveel tijd steek in het bestuur van Govern for Impact. Het belang van verantwoord, systematisch, effectief en principe-gebaseerd toezicht en bestuur ligt dagelijks voor het oprapen.
De foto is van het bestuurskantoor van het Chatham County Public School District in Savannah, GA.
Update: in een eerdere versie schreef ik over Porta Mosana als naam van de school. Dat is echter de naam van de scholengemeenschap waar VMBO Maastricht onderdeel van is (er is ook nog een havo/vwo-locatie). Ik maak nu onderscheid tussen (het bestuur) LVO en (de school) VMBO Maastricht. Ik heb nog niet achterhaald wat Porta Mosana meer is dan een gezamenlijke website.
         

5 gedachten over “Limburgs Voortgezet Onderwijs als keerpunt?

  1. Dank voor je heldere stuk. Interessant om te lezen over de historische context en hoe die een rol speelt. En de ‘culturele’ aspecten die de voedingsbodem zijn voor zulke kwalijke ontwikkelingen.
    En dat het een aantal besturen dus wel prima lukt, om dit te doen. Daar kunnen we van leren, maar die ‘echte gesprekken’ kun je natuurlijk niet kopiëren. Dat haalt meteen de waarde eruit.

    Deze alinea vind ik echt belangrijk, en ik heb er een vraag over.
    ‘Daarvoor is een echt gesprek nodig met echte mensen, over reële belangen, waarden en zorgen voor de toekomst’

    Heb je een handvat om dat gesprek te voeren? Als het gaat over belangen, waarden en zorgen, is veiligheid namelijk een eerste vereiste. Anders blijft het bij beleefde kretologie, waar leraren, schoolleiders en vooral leerlingen uiteindelijk niets aan hebben.

    Groet,

    Jelle

    1. Dank je Jelle voor je reactie en je vraag. Zo’n gesprek is tegelijk moeilijk en makkelijk. Het is makkelijk omdat het om eenvoudige vragen gaat. Het is moeilijk omdat je de mensen met wie je spreekt (ouders op de eerste plaats) niet als ‘consumenten’ wilt spreken (als een soort klanttevredenheidsgesprek) maar als eigenaren, dat wil zeggen dat je over de langere termijn en het algemene belang praat. De meeste mensen snappen dat trouwens al vrij vlot als je dat uitlegt en tijdens het gesprek rolvast blijft.
      Het gaat om vragen als:
      * Waar willen we dat het onderwijs van deze school uiteindelijk toe leidt bij leerlingen?
      * Hoe willen we dat leerlingen over 10-20 jaar terugkijken op deze school?
      * Wat bindt de ouders en leerlingen aan deze school? Nu, hoe was dat 10 jaar geleden en hoe zal dat over 10 jaar zijn?
      * Hoe kijken we zelf terug op onze school? Wat hebben we er geleerd wat nu nog van waarde is?
      * Wat maakt dat deze school in deze wijk/stad/regio nooit mag worden opgeheven?
      * Waarom laten we deze school niet zo snel mogelijk fuseren met een andere school?
      * Wat zijn de belangrijkste dilemma’s en keuzes waar scholen vandaag de dag voor staan? En wat betekent dat voor onze school?
      Het zijn open vragen, waar geen eenduidig, ‘beste’ antwoord op is. Toch zul je merken dat het heel inspirerende gesprekken oplevert. Het is aan de wijsheid van de school (leraren, leidinggevenden, bestuur) om te bepalen wat er met de opbrengst gedaan wordt, en hoe deze maatschappelijke waarden (want dat zijn het) ‘vertaald’ kunnen worden in passend beleid.
      Heel belangrijk is ook om er regelmatig op terug te komen, en te vertellen hoe de school geprobeerd heeft om iets met de opbrengst van het gesprek te doen. Daar ontstaat dan een nieuw gesprek en zo gaat de cyclus verder.

  2. Dank Hartger. Het zijn prachtige vragen en dat het moeilijk en makkelijk tegelijk is.
    En kan me natuurlijk vinden in dat het cyclisch is. Juist daarin zit een kracht en mogelijkheid tot verdieping van de dialoog. Want het betekent ook dat een leraren en schoolleiders uitleggen, waarom een school (n)iets heeft gedaan met de opbrengst.

Geef een reactie

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.